Een simpele dorstlesser

| 30 november 2017

Uit  de media kennen we de verhalen over droogte Afrika. De daadwerkelijke confrontatie met de gevolgen van die droogte is een schokkende ervaring.

Het overkwam mij afgelopen oktober tijdens een rondreis door Madagascar.

Madagascar is een van de grootste eilanden ter wereld. Het eiland heeft een bijzondere ontstaansgeschiedenis van natuur en bewoners. Rijst is op het eiland een populaire voedingsbron. De rijst wordt op terrassen verbouwd en daarvoor worden delen van het regenwoud verbrand. Dat geeft vruchtbare grond, maar wel tijdelijk vruchtbare grond waar erosie vrij spel heeft.

Bovendien draagt de verandering van het klimaat eraan bij dat het minder regent op Madagascar en regen minder voorspelbaar is.

In het zuidelijk deel van het eiland is duidelijk te zien wat het effect is van deze combinatie van ontbossing en droogte. De omgeving is droog, verdord en rivieren en bronnen staan droog. De bewoners zijn voor hun water afhankelijk van schaars aanwezige bronnen of van wat een waterverkoper levert. In beide gevallen moet er voor het water worden betaald. En dat water heeft niet de kwaliteit van het Nederlandse drinkwater.

Ik was op doorreis en kon te midden van deze pijnlijke realiteit niet meer doen dan mijn extra flessen water weggeven. Letterlijk een druppel op de gloeiende plaat.

Binnen het Deltaprogramma is met het Deltaplan Zoetwater aandacht voor maatregelen die ervoor zorgen dat in Nederland ook in de toekomst voldoende zoetwater beschikbaar is.

Die aandacht lijkt vreemd voor een waterland als Nederland, waar genoeg water is en waar we vooral ijveren om het water tegen te houden en af te voeren. Toch is verdroging en de zorg voor goed drinkwater niet alleen een uitdaging voor andere werelddelen.

Bier na wijn
In Nederland bestaat nog maar sinds korte tijd de luxe dat drinkwater als vanzelfsprekend uit de kraan stroomt. Pas in de 19e eeuw werd in de steden riolering en waterleiding aangelegd. In de daar voorliggende eeuwen was het meestal verstandiger om iets anders dan water te drinken. De bekende uitdrukking “ bier na wijn geeft venijn”  heeft dan ook niets te maken met de kater die deze drankjes kunnen veroorzaken. Het drinken van bier was in het verleden vaak een alternatief voor water. Ook omdat het alcoholpercentage van dit bier lager was dan dat het vandaag de dag is.  Meer welgestelde mensen kozen voor wijn. Dronk je “bier na wijn”, dan was er ergens iets mis gegaan in je leven. Vandaar ook dat “ wijn na bier”, wel plezier geeft.

Als we naar het verleden kijken of naar de situatie in andere landen, kan dat ons helpen om het heden in een ander perspectief te plaatsen. Nederland is een waterland, maar daarmee is het nog niet vanzelfsprekend dat er altijd voldoende zoetwater is.

Wanneer we ons hiervan bewust zijn kunnen we misschien ook ons voordeel doen met de manier waarop in het verleden of andere landen mensen zorgden voor voldoende zoetwater. Zo hebben de meeste bewoners van het eiland Saba bij hun woning een cisterne liggen. In deze waterreservoirs wordt het regenwater opgevangen voor hergebruik.  En wellicht zijn er oude irrigatiemethoden die we weer kunnen toepassen in de hedendaagse landbouw.

Het verleden kan niet worden benut als onuitputtelijke bron van oplossingen voor de vraag naar voldoende zoetwater. Met alleen naar het verleden kijken blijven we onszelf herhalen en komen we niet vooruit. Maar wanneer we de proven technology uit dat verleden combineren met creativiteit van nu, kunnen we tot duurzame oplossingen komen voor de toekomst. In Nederland én daarbuiten.

Gerda de Bruijn

Gerda de Bruijn is Beleidsadviseur Strategie & Internationaal, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)