Een snufje schizofrenie voor de bouwopgave

| 13 juni 2019

Jaarlijks moeten er (kennelijk) zo’n zeventigduizend woningen bijgebouwd worden waarvan een groot deel binnenstedelijk. Natuurlijk wordt daarom veel gebouwd en getransformeerd, maar het laaghangend fruit is nu wel zo’n beetje geplukt. Ondertussen blijft de economie groeien en zijn er weer kantoren nodig. In Amersfoort bijvoorbeeld willen ze daarom stoppen met kantorencomplexen transformeren en Amsterdam wil bij de transformatie van Amstel III het aantal vierkante meters kantorenvloeroppervlak gelijk houden. Inmiddels komen we er dus niet meer onderuit: de complexe locaties komen nu aan bod. En die zijn niet van vandaag op morgen gerealiseerd, dus we moeten écht de schouders eronder zetten.

Deze column verscheen eerder in ROm 6 juni 2019. ROm is gratis voor ambtenaren in het domein van de fysieke leefomgeving. Word nu abonnee! 

Jop Fackeldey is voorzitter van het programma Stedelijke Transformatie, een samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten, ontwikkelaars, bouwers en investeerders. Hij schrijft in ROm een maandelijkse column over de urgentie, knelpunten en oplossingen, over goede en minder goede voorbeelden.
Voor meer informatie: www.stedelijketransformatie.nl.

Bij het programma Stedelijke Transformatie onderzoeken we met verschillende overheids- en marktpartijen hoe je kunt versnellen. Dit programma loopt nu ruim een jaar. Duidelijk is dat we elkaar hard nodig hebben en anders moeten samenwerken dan we gewend zijn. De grootschalige PPS-constructies van voor de crisis werken niet meer. Gebiedsontwikkeling is meer dan ooit maatwerk en dat moet terugkomen in de samenwerking. Daarover leidde ik, als programmavoorzitter, tijdens ons recente congres een gesprek met mensen vanuit Rijk, gemeente, markt en wetenschap. Samenwerken, daar is natuurlijk niemand tegen. Maar dat moet op een schizofrene manier, zoals Co Verdaas het mooi omschreef. Soms moet je de opgave ingewikkelder maken. Breda stapelt bijvoorbeeld duidelijk klimaatadaptatie en energietransitie erbij en komt daardoor in gesprek met het waterschap, dat mogelijk ook financieel wil bijdragen. Soms moet je het versimpelen; in Utrecht is bijvoorbeeld een groot en omvangrijk begrip als gezondheid belangrijk. Op het Smakkelaarsveld (aan de stadskant van Utrecht Centraal) komt dat simpelweg neer op groen en rust. En al zijn er dus goede voorbeelden, aan die schizofrenie is duidelijk nog niet iedereen gewend.

‘Soms moet je de opgave complexer maken, soms versimpelen’

Ik vind het opvallend dat overheid en markt – ondanks al die mooie taal over samenwerken – nog enorme vooroordelen over elkaar hebben. ‘De markt is alleen uit op geld.’ En: ‘De overheid denkt alleen aan haar eigen belangen en stapelt te makkelijk eisen.’ Die denkbeelden zijn als we willen transformeren echt achterhaald. Natuurlijk, de markt moet geld verdienen en de overheid maatschappelijke doelen behalen. Daarvoor moet je goede, langjarige en dus ook flexibele afspraken met elkaar maken. Vergelijk het met een huwelijk: tevoren bespreek je waarom je samen bent en onder welke voorwaarden. En je blijft daarover in gesprek, zodat je samen blijft. Juist aan het maken van die goede afspraken moet je veel tijd besteden. Want als je slechte afspraken maakt, duw je elkaar alsnog in die vooroordeelpositie. En bij schizofrenie loop je dat risico als snel. Want ‘slechte’ afspraken kosten de ontwikkelaar meer geld en dwingen de gemeente te hameren op maatschappelijk doelen. Gelukkig zien we in het programma Stedelijke Transformatie legio voorbeelden van hoe je wél goede afspraken maakt. Dus vind zelf het wiel niet uit, maar leer (bij ons) van elkaar.

 

Jop Fackeldey