Een stem op de NS

| 15 maart 2019

Dankzij het debat over de maatschappelijke tweedeling, mag de regio zich al enige tijd in veel aandacht verheugen. Door de verkiezingen voor Provinciale Staten – en op een ingewikkelde manier ook de Eerste Kamer – gaat daar nog een schepje bovenop. De Groningers is een parlementaire enquête over de gaswinning beloofd en ook de NS laat zich niet onbetuigd. CEO Roger van Boxtel belooft de tweehonderd kleinere- en ‘wegwaaistations’ onder meer huiskamers en toiletten. Kan ik op twintig maart soms ook NS stemmen?

De NS was de afgelopen twintig jaar al onderdeel van een groot project dat veel verder ging dan het spoor. Samen met het Rijk en andere partners werden de Nieuwe Sleutelprojecten (NSP) uitgevoerd. De belangrijkste spoorknooppunten in de vier grote steden plus Arnhem en Breda kregen uitbreiding en nieuwe of vernieuwde prestigieuze stations van beroemde architecten. Met geld uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), het Grotestedenbeleid en andere potjes samen, werd de spoorinfra aangepakt en de stationsomgeving.

De stations waren voortaan iconen waar de stad trots op kon zijn en de stedelingen mochten onder meer meepraten over een officiële bijnaam die het anders vanzelf wel zou krijgen. Nog altijd jammer dat ‘De Grote Muil’ voor het nieuwe Rotterdam Centraal het niet gehaald heeft. Het Rijk investeerde in kantoren en eigen gebouwen binnen en rond de stations als een impuls voor de binnensteden en als een aanmoediging voor treinforensen. In naargeestige spoorzones kwamen hippe tijdelijke bestemmingen en nieuwe verbindingen met de omringende stad.

’Kleinere, rustige stations blijven altijd buiten beeld’

Het heeft even geduurd, maar nu is het hele NSP-project dan toch zo’n beetje klaar en een groot succes. Hulde. Inmiddels heeft NS ook andere grotere stations zoals Assen en Harderwijk op de schop genomen. ‘Je zoekt altijd naar investeringen met de grootste impact, maar dat betekent ook dat kleinere, rustige locaties altijd buiten beeld blijven’, analyseert de NS-woordvoerder. En dat valt slecht op de open perrons waar de wind uit het weiland overheen waait of waar de wachtruimte is verhuurd aan een afhaalchinees.

‘Ik ken het sentiment’, zegt de woordvoerder. ‘Uit eigen ervaring zelfs’, want ook hij ging lang naar zijn werk vanuit een klein station in de regio. Ongeveer een derde van het totaal aan opstapplaatsen is een klein station, veelal in de regio. Die stations zijn nu dus aan de beurt voor een upgrade met wachtruimtes, huiskamers, toiletten en – zoals de woordvoerder het noemt: ‘projecten op stations waar in samenwerking met lokale partners gezocht wordt naar kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.’

Leedvermaak over mogelijk rekeningrijden op het spoor

Dat heeft dus allemaal niks te maken met verkiezingen, maar alles met klanttevredenheidscijfers. In de Randstad valt daar voor NS voorlopig niks meer te halen. De reizigers vinden hun nieuwe stations alweer vanzelfsprekend. Ze hebben nu vooral last van de drukte in de spits, waar niet zoveel aan te doen is omdat het netwerk op een aantal trajecten en tijden aan zijn taks zit. Daar dreigt nu zelfs rekeningrijden. Een maatregel waartegen de treinreiziger zich verzet met ongeveer dezelfde argumenten als de automobilist.

Nee, dan de tweehonderd kleinere stations. Daar is met een wachtruimte en wc nog heel wat goodwill te winnen. Eerst was er de afgunst over ‘dure prestigestations voor het Westen’ en nu het leedvermaak over dreigend rekeningrijden. Nog voor de spoorhuiskamers klaar zijn is het wachten op de stoptrein door het buitengebied al een stuk aangenamer geworden.

Bas van Horn

basvanhorn@gmail.com