Een zee vol plannen

| 20 november 2019

Auteurs Robbert Coops en Bas Eenhoorn    
Robert Coops is sociaal geograaf, communicatieadviseur en lobbyist, Bas Eenhoorn is geograaf, politicus en bestuurder

De Waddenzee is nationaal en internationaal bedekt met afspraken, fijnmazige bestuurlijke arrangementen, sectorale, regionale en lokale beleidskaders die een ware bestuurlijke en bestuursrechtelijke stapeling vormen boven nationale en vooral Europese richtlijnen en nota’s. Ook de Nationale Omgevingsvisie doet bij dat alles nog een duit in het toch al overvolle zakje, met een vooral projectmatig en sectoraal instrumentarium.

Deze bijdrage stond in ROm 11, november 2019. Vaktijdschrift ROm is gratis voor ambtenaren in het domein van de fysieke leefomgeving. Word nu abonnee.

Ondanks de status van Werelderfgoed is de toekomst van dit zo kwetsbare en unieke natuurgebied ongewis. Weliswaar zijn er heel veel plannen, beleidsvoornemens en ambities om dit gebied te behouden, de bestuurlijke regie en motivatie om daadwerkelijk stappen te maken falen. 
Het is zelfs de vraag of al die regels, bevoegdheden, onderzoekrapportages en beleidsnota’s wel begrepen of uitgevoerd worden. Zijn ze niet eerder belemmerend, intern conflicterend en belerend dan stimulerend, richtinggevend of kaderstellend? Zo vormt de status van Werelderfgoed en de brede erkenning van het belang van de Waddenzee als onmisbare ecologisch schakelgebied, zoals recent vastgelegd in de Verklaring van Leeuwarden, een op het eerste gezicht plezierig bestuurlijk vertrekpunt. Maar wat gebeurt er als er in de Waddenzee nieuwe energievoorraden of grondstoffen worden aangetroffen?
Hoe zal de huidige, complexe, gelaagde bestuursorganisatie met de nodige toezichthouders en vooral veel ‘coördinatie’ daarop reageren? En zeker niet in de laatste plaats: hoe worden burgers en maatschappelijke belangenorganisaties, waarvan de Waddenvereniging ongetwijfeld de meest uitgesproken partij was en nog steeds is, op een structurele wijze betrokken bij de beleidsbepaling en uitvoering?  

Compromisloos
Inmiddels is vorig jaar de Trilaterale Waddenzee Samenwerking tussen Denemarken, Duitsland en Nederland – die weer gebaseerd is op de ‘2010 Gezamenlijke Verklaring over de Bescherming van de Waddenzee’ – van kracht geworden. Hierin staat wat het samenwerkingsgebied is, welk leidend principe en visie de drie landen delen en wat de vijf doelstellingen zijn van deze samenwerking en hoe die te bereiken. De visie luidt: ‘De Waddenzee is een uniek, natuurlijk en dynamisch ecosysteem met een karakteristieke biodiversiteit, uitgestrekte open landschappen en rijk aan cultureel erfgoed, waar iedereen van geniet en die op een duurzame wijze profijt oplevert voor de huidige en toekomstige generaties.’ Het leidende principe is geformuleerd als: ‘Het, zoveel mogelijk, realiseren van een natuurlijk en duurzaam ecosysteem waarin natuurlijke processen ongestoord hun gang kunnen gaan.’

’Papieren beleid leidt niet direct tot adequate en puur noodzakelijke beslissingen’

Ook hier is het de vraag of, en in hoeverre deze verklaring wel voldoende waarborgen biedt om voor het Waddengebied cruciale en urgente beleidsbeslissingen over zaken als delfstoffenwinning, duurzame visserij, plaatsing van windmolens of de oprukkende recreatie effectief en transparant te plegen. Want wat is ‘zoveel mogelijk’? Wie bepaalt dat, en vooral: wie grijpt in als dat natuurlijke en duurzame ecosysteem wordt aangetast?

Bij de ondertekening van de Verklaring van Leeuwarden is weliswaar geconstateerd dat de trilaterale overeenkomst een stap in de goede richting is, maar dat het hele Waddengebied eerder een stevig, misschien zelfs compromisloos optreden verdient. Wat in ieder geval niet helpt is dat er voor het gebied geen omgevingsvisie op nationaal niveau wordt verlangd. De drie provincies zullen dat ieder voor zich zelf moeten uitdokteren, met alle competentie- en coördinatieproblemen van dien. Daar komt bij dat al dat papieren beleid niet direct leidt tot adequate en puur noodzakelijke beslissingen, die – willen ze effectief zijn – dan weer gebaseerd moeten zijn op draagvlak en op actuele kennis. En vooral niet vergeten: een uitvoeringsorganisatie die begrijpt waar het in de Waddenzee om gaat.  
Zolang die onduidelijkheden blijven bestaan blijft de Waddenzee een gebied vol plannen. En plannen zijn geduldig, maar de gebruikers en omwonenden van de Waddenzee zijn dat zeker niet.

Symposium Toekomst Waddenzee
Op 12 december a.s. vindt in Groningen een symposium plaats over de toekomst van het Waddengebied. Tijdens het door de Waddenacademie en het (zich opheffende ) Regiecollege Waddengebied in de Prinsenhof in Groningen-stad georganiseerde symposium zal vooruit worden gekeken aan de hand van drie voorspellingen. Die voorspellingen luiden samengevat: over tien jaar is er een daadkrachtige Waddendrost, over vijf jaar hebben we een sluitend antwoord op de ontwikkelingen die bedreigend zijn voor het Waddengebied en tot slot: over één jaar is er een budget voor de continuïteit van de kennisagenda.
Tijdens die gelegenheid zal ook een kritisch boek(je) worden gepresenteerd over de Wadden, waarin tal van onderwerpen, zoals bestuur en beheer, kennis van en de stand van natuurwaarden, het landschap en het toerisme aan bod komen. Het boek Het Waddengebied, bij nader inzien ziet het licht tegelijkertijd met het afscheid van het Regiecollege Waddengebied. Het bestuurlijk overleg en het beheer van de Wadden wordt opnieuw vorm gegeven. In het boek worden harde noten gekraakt over de gekozen bestuurlijke weg, die behoud en ontwikkeling van de natuurwaarden van het waddengebied dichterbij moet brengen. Wordt het geen tijd voor een meer compromisloze aanpak? Papier is geduldig, maar of dat ook geldt voor dit bijzondere Werelderfgoed?
Voor meer informatie over boek  en symposium: secretariaat@waddenacademie.nl



Plannen genoeg voor de Waddenzee, maar hoe zit het met de daadwerkelijke uitvoering.
Beeld Rijkswaterstaat