Eeuwigheidswaarde

| 21 april 2016
Bas van Horn

Bas van Horn

Het is schrijnend om te zien hoe een kunstenaar zijn werk op de schroothoop terugvindt. Eén Vandaag toonde het in een reportage waarin enkele scheppers van monumentaal werk geschokt reageerden op het verwijderen van hun kunst uit de openbare ruimte. Maar het staat nog te bezien of we hier te maken hebben met cultuurbarbarij. ‘Alles van waarde is weerloos’, schreef Lucebert, maar dat maakt het omgekeerde nog niet waar.

Dankzij de ‘één procentsregeling’ is er decennialang veel kunst gemaakt en geplaatst in de openbare ruimte. Dat heeft veel goed werk opgeleverd (nooit mooie beelden zeggen), maar ook sculpturen uit cortenstaal die niet van per ongeluk achtergebleven stukken damwand zijn te onderscheiden en slingerend roestvrijstaal dat te pas en te onpas de vrijheid bezingt. Het is een beetje als met de kunst uit de oude Beeldende Kunst Regeling (BKR).

We hebben ermee laten zien een geciviliseerd land te zijn en nu zitten we met de moeilijk (her)plaatsbare voorraad. Dat begint steeds meer op te vallen nu we overal transformeren en herontwikkelen. Gebieden krijgen een nieuwe bestemming, panden verwisselen van eigenaar en de ‘één-procents-kunst’ raakt soms tussen wal en schip.

Rijksbouwmeester Floris Alkemade vindt het belangrijk dat we in ieder geval weten waar de werken terecht komen die hun standplaats kwijt zijn geraakt. Zijn eigen rijkscollectie is precies geïnventariseerd, maar voor de bulk van de kunst op straat zou er vooral een goede decentrale documentatie moeten komen. Het is een advies aan de minister waaraan hij zich geen buil zal vallen.
Iets gedurfder was de opstelling bij Eén Vandaag van Jeroen Boomgaard, lector kunst in de openbare ruimte. Hij betoogde dat we met de kunst in de openbare ruimte een soort ‘cultureel vergrijzingsprobleem’ hebben. Een elegante manier om te zeggen dat er veel gedateerde kunst bij is van kunstenaars die met hun werk ook nog onverkort eeuwigheidswaarde opeisen.

We moeten ons – volgens de lector – de vraag stellen of we: ‘fysiek en mentaal in staat zijn deze nalatenschap te onderhouden. Spreekt het nog aan, heeft het ons nog iets te zeggen?’ De vraag stellen is hem beantwoorden. Boomgaard prijst zich dan ook gelukkig dat jonge kunstenaars en aankopers er anders tegenaan kijken. ‘Het is tegenwoordig heel gewoon om contracten voor tien jaar te sluiten en daarna te kijken: is het nog OK?’

Menig kunstlasser en beeldenbakker lopen waarschijnlijk de koude rillingen over de rug bij zo’n tekst, maar er is beslist wat voor te zeggen. Al was het maar om de lat voor eeuwigheidsclaims wat hoger te leggen.

Bas van Horn
Tekst en advies voor de leefomgeving

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *