Energie-eerlijkheid op nieuwe grond

| 30 oktober 2019

In het Hemelvaartweekend blijkt er zelfs voor ons zeiljachtje van zes en een halve meter geen plaats meer aan de steiger in de kleine haven van de Markerwadden. Later, het is zomeravond en al bijna donker, verkiezen we voor anker te gaan voor de kunstmatige duinenrij. De volgende ochtend schiet de wandeling op het hoofdeiland erbij in. Eind oktober laten we ons op de valreep van het seizoen per veerdienst vanuit Lelystad naar de nieuwe archipel brengen. Eindelijk zetten we voet aan wal voor een excursie met grootgroenbeheerder Natuurmonumenten.

Vlak voor we de haven binnenvaren, geeft de veerboot voorrang aan een konvooi van twee schepen dat de eilanden verlaat. Tussen de schepen drijft de persleiding waarmee slib uit het Markermeer achter de zeewering is opgespoten. Dat werk zit erop. Nu nog de keet en de werkboot afvoeren en er is niet meer te zien hoe de waterbouwers en baggeraars de basis hebben gelegd voor de nieuwe natuur.

Briljant bedacht en het werkt

Biologen, ecologen en planologen kunnen nu in alle rust de invulling bij elkaar vergaderen, vrijwilligers doen het veldwerk. Wat de natuur doet, blijft ongewis. Zo vat ik maar even samen wat onze boswachter en gids vertelt. Het idee is dat vooral de natuur zelf verder het werk doet. De zeewering van kunstmatig duin sluit het waddengebied naar het zuidoosten af. De heersende zuidwestenwind moet het slibrijke water van het Markermeer tegen de Houtribdijk caramboleren, waarna het slib achter het duin bezinkt. Briljant bedacht en het lijkt vooralsnog te werken.

Zaden voor begroeiing moeten via wind, water en vogels vanzelf de eilanden bereiken. Met tal van meetpunten en proefopstellingen volgt een leger wetenschappers hier live het ontstaan van de natuur. Ontstaan met een beetje hulp van hekken, linten en uitgestrooide wortelstokken, want het noodzakelijke riet slaat te veel af en wordt opgevreten door de ganzen.

Zo wordt er op veel fronten een beetje geschipperd en dat geeft voortdurend aanleiding tot discussies onder de eigenwijze deskundigen. Van de ene ecoloog moet het zeer zeldzame goudknopje – dat hier welig tiert – zijn gang gaan, de ander meent dat het bestreden moet worden ten gunste van andere soorten. Voor de een zijn de pionierende grondbroeders heilig en moet iedere opschietende wilg of els worden uitgetrokken, de ander kijkt in deze weidsheid om zich heen en ziet de onmogelijke opgave.

En dan zijn de voorzieningen voor de mens nog niet eens uitgediscussieerd. Het noodzakelijk kwaad, in deze context. De kleine nederzetting wil geheel zelfvoorzienend zijn. Men werkt aan eigen duinwater en de energie wordt ter plekke opgewekt. De horeca moet sober en bescheiden, maar ook exploiteerbaar zijn. Hoe exclusief mogen de paar vakantiecabins eigenlijk worden? De natuur is toch voor iedereen?

Energie-eerlijkheid die school mag maken

De zonnepanelen op de daken zijn het minst controversieel, maar de zon schijnt ook wel eens niet. De windmolen blijkt ook onder natuurliefhebbers een heikel ding, maar dat is in de beste Hollandse traditie opgelost. Als het moet – en alleen als het moet! –  komt straks een kleine molen uit een dak geschoven om de batterijen bij te plussen. Daarna trekt de molen zich schielijk terug.

De energievoorziening blijft dus precair, maar anders dan op het oude land verstopt men de consequenties niet. Geen compenserende aflaten voor een stevig dieselaggregaat, geen Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) waarin alleen de gebouwgebonden energie en niet de gebruiksenergie van keukens en computers is meegerekend.

De gebouwen van de nederzetting krijgen installaties met een stoplicht. Bij groen is er genoeg stroom en zijn er geen beperkingen, bij oranje mag er best een lampje uit en bij rood wordt het tijd om de zaklantaarn en een kaarsje te gaan zoeken. Het is van een zeldzame eerlijkheid die school zou mogen maken op het vasteland.

Bas van Horn
BasvanHorn@gmail.com