Energietransitie, niet overhaast graag!

| 31 augustus 2018

Op de valreep, net voordat velen echt in de vakantiemodus gingen, kwamen Nijpels en c.s. met hun voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. Een stevig stukje werk, waaraan breed vanuit de overheid, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en wetenschap is gewerkt. Een veelomvattend en complex verhaal ook, dat al enige tijd z’n schaduw vooruit werpt. We merken dat aan het enthousiasme waarmee allerlei belangenorganisaties en betrokken burgers de trom roeren over de megaopgave, wat er allemaal niet voor nodig is en hoe we het moeten aanpakken.

In de hoofdlijnen lees ik toch vooral dat we doordacht en vooral  planmatig aan de slag moeten. Eerst goed inventariseren wat precies de opgaven per gebied en wat daar de energieopties zijn, dan pas keuzes maken. Belanghebbenden als woningeigenaren en ondernemers moeten daar nadrukkelijk bij betrokken zijn, zeggen de voorzitters van de sectortafels in koor.

Haastige spoed is zelden goed, heb ik geleerd

Ondertussen moeten overheden, energieproducenten en netbeheerders wel aan de bak om de grote systeemkeuzes te maken, want het elektriciteitsnet moet verzwaard en vooral de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving, de industrie en tuinbouw vraagt om forse investeringen.

Deze twee bewegingen kunnen op gespannen voet met elkaar komen te staan, als burger en overheid zich gek laat maken door lieden die vinden dat het allemaal te langzaam gaat. Haastige spoed is zelden goed, heb ik geleerd. Het is – sommige calamiteiten die om direct ingrijpen vroegen daargelaten – altijd een waardevolle levensles gebleken.

In dit geval is het ook goed voor de portemonnee, want voor de troepen uitlopen en zelf op kleine schaal aanpakken – hoe ethisch verantwoord en moedig ook – is een stuk duurder dan dat we dat in collectief verband doen.

 

Niet teveel afgaan op de snelle reflexen dus. Temeer omdat dat er veel nevenbelangen spelen en er bovendien kansen liggen om Nederland meteen beter te laten functioneren en mooier te maken. De rapportage Ruimte in het Klimaatakkoord, door ruimtelijk specialisten die aan de sectortafels hebben meegedacht, biedt daar inspirerende handelingsperspectieven voor.
Eerder benadrukte voorzitter Nijpels ook al de ruimtelijke impact van het Klimaatakkoord. Denk maar aan de ruimte die zonneweides en windmolens innemen, en aan nieuwe opslagingrepen en infrastructuur die veranderend energieverbruik met zich mee brengt. Geothermie, een grote kanshebber om in de warmtevoorziening te gaan voorzien, vraagt om ruimtereserveringen, zowel onder- als bovengronds. De aanleg en uitbreiding van warmtenetten heeft in de stad en in het landelijke gebied een stevige ruimtelijke impact.

Er komen dertig regionale energiestrategieën (RES) waarin belanghebbenden samen vorm moeten gaan geven aan de nieuwe energielandschappen. Per RES zal een inventarisatie worden gemaakt van het huidige energieverbruik, de uitstoot, de bestaande infrastructuur en de potentie van het gebied. Om de regio’s te stimuleren en motiveren, stellen Nijpels en zijn tafels voor om de helft van de opbrengsten van windenergie op land aan de regio’s te geven. Dat vraagt en creëert een grote betrokkenheid vanuit de samenleving. En, zoals gezegd, kunnen we daarbij meteen rekening houden met de inrichting van een duurzame economie, slimmere en vooral schonere mobiliteit, inclusieve woon- en werkgebieden. Om maar wat te noemen. Het kan niet anders of de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die dit najaar in concept wordt gepresenteerd, moet daar kaders voor bieden.

Voordat dit alles is uitgewerkt in regionale strategieën en lokaal beleid zijn we wel een paar jaar verder.

 

 

Marcel Bayer

hoofdredacteur ROm

 

Meer blogs van Marcel lezen?