Combineren in de praktijk
Erfgoedtoets maakt bouwplan ‘UNESCO-proof’

| 17 juni 2015

bERFGOEDenRUIMTE Elementen van de Waterlinie in het landschap

Veel bestuurders zijn onzeker over de effecten van nieuwbouwplannen op de universele waarde van werelderfgoederen. Met een Heritage Impact Assessment (HIA) kunnen zij vooraf ontdekken in hoeverre belangen met elkaar in conflict zijn. Bij Kinderdijk en in Nieuwegein zijn op die manier voorgenomen ingrepen niet of in een andere vorm uitgevoerd.

Op het moment dat een plan voor nieuwe windturbines bij Kinderdijk ter sprake kwam, werkten allerlei partijen al met elkaar samen aan een gebiedsvisie. Die was hard nodig om het gebied beter in te richten voor de enorme bezoekersstroom die jaarlijks op de negentien molens af komt. Provinciale Staten was zich bij het vaststellen van potentiële locaties voor windenergie al bewust van de kwetsbaarheid van het werelderfgoed. Ze had daarom Gedeputeerde Staten om nader onderzoek voor deze plek gevraagd. Kinderdijk is een belangrijke attractie. En op een officiële afwijzing van UNESCO zat niemand te wachten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) adviseerde het provinciebestuur om een Heritage Impact Assessment (HIA) uit te voeren van het effect die de vijf geplande windturbines op de werelderfgoedstatus zouden hebben.

Adviesbureau Land-id analyseerde daarbij eerst de universele waarde van de locatie. Het onbelemmerde aanzicht van de molens bleek een van de kernkwaliteiten te zijn. Om te beoordelen of die in gevaar kwam, maakte het bureau vervolgens een filmpje waarbij de turbines in verschillende grootten en uitvoeringen in het bestaande landschap werden gemonteerd. Op basis van die visualisatie besloot GS uiteindelijk af te zien van de opwekking van windenergie op deze plek.

Universele waarden
Voor de provincie Zuid-Holland was het de eerste keer dat ze met het HIA kennismaakte. ‘We beseften wel dat het instrument misschien een negatief effect op onze plannen kon hebben. Maar Gedeputeerde Staten vond het belangrijk om op een objectieve wijze vast te stellen of er schade zou kunnen optreden aan het werelderfgoed van Kinderdijk. Toen wij zagen dat de impact aanzienlijk was, hebben we GS geadviseerd van de locatie af te zien’, vertelt provinciaal beleidsmedewerker Windenergie Werner Ubachs.

Schets van de omgeving van de Beatrixsluis in Nieuwegein. Een kazemat als ‘objet trouvé’ in het water bij de bedrijfskavels. Beeld B+B landschapsarchitecten

Schets van de omgeving van de Beatrixsluis in Nieuwegein. Een kazemat als ‘objet trouvé’ in het water bij de bedrijfskavels. Beeld B+B landschapsarchitecten

Voor Nederland was het de tweede keer dat op een locatie een Heritage Impact Assessment werd toegepast. Internationaal wordt het instrument al langer gebruikt om de effecten van voorgenomen ingrepen op werelderfgoederen te bepalen, zoals in Nederland een Milieu Effect Rapportage vooraf duidelijkheid geeft over de gevolgen van een nieuwbouwplan op het milieu. De erfgoedtoets is ontwikkeld door ICOMOS, de vaste adviseur van het Werelderfgoedcomité van UNESCO. Drie kernwaarden van een locatie staan in een HIA centraal: de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed, de authenticiteit en de integriteit. Zolang die niet in het geding zijn, kunnen ruimtelijke plannen worden uitgevoerd zonder dat de werelderfgoedstatus in gevaar komt.

Waterlinie
Een jaar eerder adviseerde de RCE voor het eerst een overheidsorganisatie om een HIA uit te voeren; in Nieuwegein. Rijkswaterstaat werkt daar aan een verbreding van het Lekkanaal en de aanleg van een derde kolk bij de Prinses Beatrixsluis om ook in de toekomst grotere schepen vlot en veilig te kunnen laten passeren. De voorgenomen aanpassingen tasten onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan. Drie kazematten, een schutsluis, twee palengroepen en een duikerfront moeten worden verplaatst en de Liniedijk bijna honderd meter verlegd. Verder gaat een deel van het inundatieveld verloren dat samen met de andere werken van deze 19e eeuwse verdedigingslinie het westen van Nederland tegen indringers moest beschermen. De linie is op dit moment wel een rijksmonument maar nog geen werelderfgoed. Het kabinet wil deze status op termijn wel gaan aanvragen. Rijkswaterstaat vroeg de RCE en het projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie daarom om advies hoe ze met deze kwestie om moest gaan.

‘Objets trouvés’
Projectleider Frank Waarsenburg vertelt dat de betrokken partijen eerst op het spoor zaten van een volledige verplaatsing van de linie. ‘Later bleek een aantal organisaties daar toch minder van te zijn gecharmeerd. Zij zagen het als een vorm van geschiedvervalsing.’ Na veel discussie ontstond het idee om onderdelen van de linie als ‘objets trouvés’ op een andere plek in het landschap te leggen. Daar kon iedereen zich in vinden, al bleven de RCE en het projectbureau twijfels houden over de reactie van UNESCO. Die zou van mening kunnen zijn dat de linie op deze locatie toch te veel wordt aangetast. De aanvraag voor de werelderfgoedstatus kon daardoor in gevaar komen. Om aan die onzekerheid een einde te maken, besloten de partijen een Heritage Impact Assessment uit te voeren. Uit het onderzoek bleek dat er inderdaad een significant risico bestond op aantasting van de kernwaarden van de linie. ‘We besloten daarop nog eens goed naar enkele alternatieve inrichtingsplannen te kijken. Maar er bleek geen andere ingreep mogelijk die een veilige scheepvaart voor de toekomst garandeert’, vertelt Waarsenburg.

Aanpassing van het bedrijventerrein dat de Gemeente Nieuwegein direct naast de vernieuwde Beatrixsluis en het Lekkanaal wil aanleggen, bleek wel mogelijk. Het inundatieveld dat hier ooit lag, kan beter zichtbaar worden gemaakt door bijvoorbeeld meer water in en rond de bedrijfskavels toe te laten. Het Rijk moet de gemeente dan wel financieel compenseren voor het verlies van deze bouwgrond. Toen daar afspraken over waren gemaakt, was de weg vrij om met de planvorming door te gaan. Volgend jaar gaan de bouw van de derde kolk en de verbreding van het Lekkanaal van start.

Mitigatie
De RCE is tevreden met de gekozen oplossing. ‘We vermoeden dat we bij UNESCO hiermee een goed verhaal hebben. Op de linie als geheel heeft de ingreep een beperkt effect’, vertelt Dré van Marrewijk, landelijk coördinator Werelderfgoed bij de rijksdienst. ‘In concrete situaties kan het maatschappelijk belang prevaleren boven de cultuurhistorische waarde. Maar dan moeten er wel mitigerende maatregelen komen om de schade te beperken en te compenseren. Dat is op deze plek gebeurd.’

Jaco Boer

Erfgoed en ruimte
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werkt sinds 2012 vanuit de ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ aan het verbinden van ruimtelijke veranderingen aan de identiteit van gebieden. De RCE zet graag haar kennis, menskracht en middelen in om samen met andere partijen de kwaliteiten van ons erfgoed optimaal te benutten. ROmagazine doet er verslag van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *