Feiten en cijfers over klein en grondgebonden wonen

| 14 november 2018
  1. Het aantal eenpersoonshuishoudens in Nederland zal sterk toenemen. Naar verwachting in 2030 tot 3,5 miljoen personen. Sommigen trekken daaruit de conclusie dat de eenpersoonshuishoudens ook graag kleinere woningen willen. Onderzoeksbureau Stec bijvoorbeeld meent vijf bewijzen te hebben dat ‘klein wonen’ een structureel verschijnsel is. (http://stec.nl/5-bewijzen-dat-klein-wonen-structureel-is-op-woningmarkt/ Eén van die bewijzen is dat er steeds kleiner wordt gebouwd. Dat klopt, maar dit is eerder een bewijs van de trend dat alleen als we heel klein bouwen er nog betaalbare woningen zijn te realiseren. Uit het woonwensenonderzoek van The Choice Marktonderzoek en Advies blijkt dat ook alleenstaanden overwegend niet kleiner willen wonen dan ca. 60m2.
  2. ‘In Amsterdam was van alle woningen die van 2013 t/m 2017 zijn opgeleverd ca. 35 procent kleiner dan 40 m2. En in 2018 zal dan niet anders zijn, gelet op de projecten die in aanbouw zijn genomen. Met kleine woningen bedoelen we dan echt klein: vaak kleiner dan 30m2’ (NUL20 26/9/2018: https://www.nul20.nl/dossiers/gezinswoning-kind-van-rekening.
    Ook landelijk is het beeld dat er steeds kleiner wordt gebouwd. Kadaster en Cobouw constateerden in mei van dit jaar dat nieuwe appartementen kleiner zijn geworden; in 2014 waren die nog 90 m2; in 2017 nog maar 74 m2. Deze trend is niet alleen aan de orde in de koopsector. Ook een fors deel van de vrije sector huurwoningen in Amsterdam die in 2017 in aanbouw zijn genomen, heeft minder dan 60 m2 oppervlak.

De meeste alleenstaanden willen niet kleiner wonen dan ca. 60m2

  1. Naar de mening van Rigo (https://www.rigo.nl/nieuws/de-vermeende-invloed-van-alleenstaanden-op-de-woningmarkt-2) wordt de vraag van alleenstaanden overschat en daarnaast de woningbehoefte van jonge gezinnen onderschat. ‘De alleenstaande van nu is het gezin van morgen’. In de prognoses worden de nieuwgevormde gezinnen ‘weggestreept’ tegen de gezinnen waarvan de kinderen de deur uit zijn, waardoor er op papier weinig gezinnen bijkomen. Maar in het effect op de woningvraag pakt dat anders uit: veel ouderen blijven lang en graag in de eigen grote gezinswoning wonen en oefenen dus geen vraag uit. De jonge gezinnen staan wel te wachten op een woning. Een echte mismatch volgens Rigo die in de Randstad nog wel tot ca. 2040 zal aanhouden, tot het moment dat de babyboomgeneratie is uitgestorven.
  2. Steeds meer bewoners verlaten hun stad zegt het Kadaster in november 2018 (https://www.kadaster.nl/steeds-meer-bewoners-vier-grote-steden-verlaten-hun-stad). Uit de zeer recente cijfers blijkt dat 38 procent van de Amsterdammers die een woning kocht, die woning buiten Amsterdam kocht. Bij Utrecht is dat 39 procent. In Rotterdam 37 procent en in Den Haag 28 procent. Het zijn vooral de omliggende plaatsen waar de vertrekkers uit de G4 een woning kopen: tussen de 30 en 49 procent van de woningen die in die omliggende gemeenten worden verkocht gaan naar een koper uit de grote stad. Het gaat dan rond Amsterdam o.a. om Landsmeer en Oostzaan en Ouder-Amstel. Bij Utrecht gaat het onder meer om Bunnik en de Bilt (hoewel daar een kleiner percentage van de verkochte woningen naar kopers uit de stad Utrecht gaat, namelijk ‘slechts’ 24 procent). In Rotterdam gaat het onder meer om Albrandswaard en Barendrecht; in Den Haag gaat het met name om Rijswijk en Leidschendam-Voorburg.

Steden kunnen de woonwensen van vooral jonge gezinnen niet meer vervullen

  1. De voornoemde cijfers van het Kadaster zijn interessant: ze laten zien dat in de vier grote steden een fors aantal woonwensen niet kan worden vervuld. Doorstromers zoeken meer ruimte en kunnen die in hun eigen stad niet vinden of niet betalen. De grotere woonruimte is blijkbaar een belangrijk aspect. Gemiddeld is de nieuwe woning 54 m2 m groter dan de oude. De sprong is gemiddeld van 86 m2 naar 140 m2.
  2. In de komende tien jaar zijn er volgens het Rigo onderzoek landelijk ca. 223.000 extra eengezinswoningen nodig voor (jonge) gezinnen. Het is zeer de vraag of die er gaan komen. Nu de beleidsmakers sterk inzetten op binnenstedelijk bouwen, zal dat tot gevolg hebben dat erg een sterk accent komt te liggen op gestapelde bouw. Ik wijs hierbij overigens op een afwijkend patroon bij ‘binnenstedelijke’ locaties als Haarlemmermeer, Bloemendalerpolder, uitleg Almere, etc. Deze locaties heten ‘binnenstedelijk’ te zijn, omdat er goedgekeurde bestemmingsplannen aan ten grondslag liggen. Maar ze hebben het karakter van uitleggebieden en kunnen dus nog enige soelaas bieden voor de vraag naar grondgebonden woningen.
    Binnenstedelijk bouwen is duurder. Om die reden zal er vaker sprake zijn van intensieve bebouwing en daarom zal er ook vaak geen voorrang worden gegeven aan grondgebonden woningen. Het zal nog maar moeten blijken of we de komende 10 tot 20 jaar in staat zijn om aan de standaardwens van nog steeds heel veel huishoudens vraag naar grondgebonden woningen te voldoen.

 

Jos Feijtel
joz.feijtel@gmail.com