Lelystad wordt multimodaal knooppunt
‘Flevokust Haven’ verrijst uit IJsselmeer

| 24 oktober 2017

Lelystad goederenhaven, het zal even wennen zijn. Toch is dit binnenkort realiteit als de gloednieuwe kade opengaat en de eerste binnenvaartschepen aanmeren om hun lading stukgoed, bulk en containers af te zetten of op te pikken.

Dit is een ingekorte versie van het artikel in ROmagazine 10, oktober 2017

Flevokust Haven gaat de economische basis voor Lelystad en Flevoland als geheel verbreden, helemaal als volgend jaar achter de kade de eerste logistieke en distributiebedrijven verrijzen.

Vanaf de IJsselmeerdijk, een paar kilometer ten noorden van Lelystad, is goed te zien hoe het nieuwe land van Flevokust Haven vorm krijgt. Twee baggerschepen diepen de vaargeul uit tussen het haventerrein en de golfbreker. Schepen op de route Amsterdam-Lemmer varen nu nog de net opgespoten zandvlakte voorbij. Maar over een tijdje zal het hier gonzen van mechanische activiteit als containeroverslagbedrijf CTU Flevokust volop actief is.

Aan de ander kant van de dijk wachten tientallen hectares maagdelijk groen met een grote visvijver op de transformatie tot bedrijven- en industrieterrein. De eerste distributiebedrijven die zich hier willen gaan vestigen, hebben zich al gemeld, laat projectleider bij de Provincie Flevoland Edwin Bos weten. Hij wijst naar de plek, precies in het verlengde van de containerterminal, waar de containers over de dijk en een nieuw kruispunt met de IJsselmeerdijk zullen rijden. De dijk is daar iets verlaagd. Uiteindelijk was dit de meest realistische optie om het plan voor een haven ten noorden van Lelystad te ontwikkelen, legt Bos uit.

Logistiek knooppunt

Voor de provincie en de gemeente biedt Flevokust Haven de kans om Lelystad uit te bouwen tot maritiem logistiek knooppunt. ‘Daarmee kunnen we een ontwerpfoutje herstellen’, zegt gedeputeerde Jan-Nico Appelman (Economische Zaken, CDA) met een glimlach, verwijzend naar de ontwerpers van de Rijksdienst IJsselmeerpolders, die Lelystad nooit als stad aan het water hebben bedacht. De provincie is verantwoordelijk voor de buitendijkse ontwikkeling van de haven.

Lelystad goederenhaven, het zal even wennen zijn. Toch is dit binnenkort realiteit.

Appelman benadrukt de ‘unieke locatie’ van Flevokust Haven aan een belangrijke binnenscheepvaartroute tussen de havens van Rotterdam en Amsterdam enerzijds en Noord-Nederland, Duitsland en mogelijk in de toekomst de Scandinavische en Baltische landen. ‘Bovendien hebben we ruimte genoeg, geen hoogtebeperkingen, zeer goede en filevrije achterlandverbindingen. De A6 schampt bijna aan het beoogde bedrijvenpark, we hebben een spoorverbinding naar de Randstad en Noord-Nederland en met de luchthavenontwikkeling komen we internationaal zelfs op de kaart te staan.’ De gedeputeerde memoreert aan de exportstromen die vanuit Flevoland de hele wereld overgaan, zoals de frietjes van McCain en de snacks van Intersnack, maar ook tonnen uien, pootaardappelen en niet te vergeten de zaden voor granen, peulvruchten en oliën. ‘We hebben veel onderzoek laten doen naar de ladingstromen en marktpotenties. Dan zie je dat we deze locatie echt kunnen positioneren als een agro-hub voor een grote regio, tot een logistiek knooppunt als Tilburg en Venlo, maar dan voor Midden- en Noord-Nederland. Zo’n agro-hub is heel goed te verbinden met de biobased energievoorziening en circulaire economie.’

Parel in het vervoersnetwerk

De havenontwikkeling duidt op een compleet nieuwe strategische keuze. ‘We krijgen hiermee een welkome uitbreiding van ons vestigingsmilieu’, aldus Ed Rentenaar, in Lelystad wethouder voor onder meer stads- en kustontwikkeling (InwonersPartij). ‘We kunnen nu ook een ander type bedrijvigheid aantrekken, met een logistiek-industrieel profiel, land- en watergebonden.’

De maritieme ontwikkelingen in Flevoland omvatten ook de haven van Urk, waar de economie zich verbreedt van visserij naar maritieme dienstverlening en al een maritiem cluster is ontstaan. ‘Er is daar zelfs al ruimtegebrek en behoefte aan een bedrijvenlocatie met kade’, weet Rogier Wilms, programmamanager Maritieme Ontwikkeling van de provincie. ‘Daarom heeft de provincie vanuit de gedachte ‘één haven, twee locaties’, elk met een onderscheidend profiel, onlangs de beslissing genomen om te investeren in de maritieme servicehaven bij Urk.’

Adaptief ontwikkelen

Een containerterminal op een dergelijk goede locatie is een sterk pluspunt voor de knooppuntontwikkeling en met name voor de vestiging van distributie- en aanverwante bedrijvigheid op het bedrijventerrein achter de dijk. Gedeputeerde Jan-Nico Appelman van Flevoland ziet dat met vertrouwen tegemoet. ‘We hebben een kwalitatief zeer hoogwaardige terminal-operator, met een hoge kwaliteit van afhandeling en dienstverlening. We mikken bij voorkeur op bedrijven in de agrosector, de circulaire economie of andere grondstofverwerkende activiteiten die hier goed passen.’

In totaal is 115 ha beschikbaar voor het bedrijvenpark, waarvoor in eerste instantie 43 ha planologisch uitgeefbaar is. ‘Afhankelijk van de vraag kunnen we zowel in de haven zelf als op het binnendijkse industrieterrein stap voor stap ontwikkelen en zo de markt volgen’, legt Appelman uit.

De eerste stap op het bedrijvenpark is gezet met de intentieverklaring van CTU Flevokust om 5 ha te kopen. ‘Het eerste schaap is over de dam. En CTU Flevokust is geen onbelangrijke partij, omdat zij de containerterminal gaat exploiteren’, reageert wethouder Rentenaar. Hij was aanvankelijk voorzichtig met hoge verwachtingen scheppen. ‘Je kunt allerlei haalbaarheidsstudies laten doen, uiteindelijk moet in de praktijk blijken of het goed valt. We zien de vraag nu komen. Er zijn al verschillende bedrijven die bij ons komen en laten weten dat ze geïnteresseerd zijn. Samen met de provincie werken we op dit moment de marketingstrategie uit.’

Plan- en omgevingsmanagement

De inpassing van de havenontwikkeling vraagt om zorgvuldig omgevingsmanagent. Ook al ligt er veel ruimte achter de dijk en bevindt de locatie zich op enkele kilometers van de dichtstbijzijnde woonwijken, bewoners en ondernemers vrezen toch toenemende verkeersdrukte en geluidoverlast. ‘Bij het maken van de plannen was vanuit de omgeving en binnen de raad veel zorg over de mogelijke milieueffecten van bepaalde bedrijfsactiviteiten’, vertelt de wethouder. ‘Het college en de raad hebben daarnaar geluisterd en rekening mee gehouden bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Samen met de omgeving hebben we een begeleidingsgroep in het leven geroepen waar bedrijfsvestigingen vroegtijdig worden besproken. Het moet een duurzaam logistieke plek worden. We willen daar ook een BREEAM-certificaat hebben.’

Een ander discussiepunt waren de effecten op de natuurontwikkeling. Wethouder Rentenaar noemt het besluit van de provincie om het buitendijkse deel van de haven voor haar rekening te nemen cruciaal in het proces. ‘Het totaal, buiten- en binnendijks, was voor ons een aanzienlijke investering waar terecht veel vragen over kwamen.’

Collega-bestuurder Appelman is ervan overtuigd dat dankzij het open planproces dat de provincie heeft opgezet veel bezwaren konden worden weggenomen. ‘Per categorie hebben we de belanghebbenden en vooral de mensen die bezwaar maakten uitvoerig gesproken. Vrijwel alle bezwaren konden we zo afvinken. Zo hebben we gekozen voor een zogenaamde natuur-inclusieve golfbreker, waardoor de partijen die vreesden voor natuurschade anders zijn gaan kijken naar gebiedsontwikkeling.’

Op een iets hoger bestuursniveau bepleit de Provincie Flevoland samen met Overijssel en Friesland de snelle verbreding en verdieping van de sluizen bij Kornwerderzand. ‘Als we zo pronken met het feit dat de hele wereld hier zijn luxe jachten laat maken, dan moeten we ons ook realiseren dat die steeds grotere schepen nog naar zee moeten kunnen varen. We hopen dat het nieuwe kabinet inziet dat dit een goede case is voor de BV Nederland en daar snel een besluit over neemt’, luidt de boodschap van gedeputeerde Jan-Nico Appelman in de richting van Den Haag.