Gebiedsontwikkeling krijgt last van de toeslagenaffaire

| 8 april 2021

De toeslagenaffaire bracht een tsunami aan reacties teweeg; sommigen willen graag leerpunten voor hun eigen beleidsveld distilleren. Vaak gaat het om opvattingen die deze auteurs eigenlijk al langer huldigden en die ze nu zien bevestigd in de rapportage van de parlementaire ondervragingscommissie, ingebed in morele verontwaardiging.

Door Friso de Zeeuw, adviseur gebiedsontwikkeling en emeritus hoogleraar TU Delft. Hij schrijft maandelijks in vakmagazine ROm een column onder de titel Het zit anders! Deze column staat in ROm 4 april 2021. Neem nu een thuisabonnement (gratis voor ambtenaren in het domein van de fysieke leefruimte).

Als voorbeeld neem ik Wouter Veldhuis die onlangs toetrad tot het College van Rijksadviseurs, de club van de rijksbouwmeester. Hij sluit zijn betoog in een column af met de woorden: “Laten we er alvast voor waken om de nieuwe minister van Ruimte niet af te rekenen op kwantitatieve doelstellingen. Het moet vooral iemand zijn die verbindingen legt tussen alle departementen die in het ruimtelijke domein opereren.” Ik vind het bijzonder knap als je uit de toeslagenaffaire de conclusie kunt trekken dat we een bestuurder niet meer op geleverde kwantiteiten mogen beoordelen.

Laten we dichter bij de toeslagenaffaire blijven en er één kwestie uitlichten: de positie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (kortweg: de Afdeling) als onafhankelijke rechter. De Afdeling heeft naar het oordeel van de ondervragingscommissie gefaald als het ging om evident onredelijke terugvorderingen van toeslagen. Hoewel de wet daartoe geen uitzonderingsgrond bood, had de Raad van State de bezwaren tegen de terugvordering toch gegrond moeten verklaren.

Met deze vergaande stap slaat de Tweede Kamer de plank mis

Voor de Tweede Kamer vormde dit aanleiding om over de rol en positie van de Afdeling advies te vragen aan de zogenaamde Commissie van Venetië, de rechtstatelijke waakhond van de Europese Unie. Kernpunt van de vraagstelling: is de Afdeling wel onafhankelijk genoeg, gezien het feit dat het andere deel van de Raad van State adviesorgaan is van regering en parlement over wetgeving en bestuur?

Met deze vergaande stap slaat de Tweede Kamer de plank mis. Je kunt de Afdeling veel verwijten, maar niet dat zij zich niet onafhankelijk opstelt. Zij deinst niet terug voor uitspraken die de overheid midscheeps raken, zoals die over Groningse aardgaswinning en over het Programma Aanpak Stikstof (PAS).

Een kritisch advies van de Venetië-commissie en de opvolging daarvan door Den Haag kan leiden tot ontbinding van de Afdeling en een overgang van de rechtspraak in bestuurszaken naar gerechtshoven en de Hoge Raad. Reorganisatie, personeelstekort, ICT-gedoe, zoekgeraakte dossiers, gigantische vertragingen: je ziet het al voor je.

Ook twijfelt de Tweede Kamer aan de praktijk van de Afdeling om beslissingen van Rijk, provincies en gemeenten ‘marginaal te toetsen’. Dat houdt in dat de rechter zich afvraagt of de overheidsinstantie ‘in redelijkheid tot haar oordeel heeft kunnen komen’. De rechter gaat dus niet de hele belangenafweging nog een keer integraal overdoen. Dit leerstuk respecteert de politieke-bestuurlijke belangenafweging die het democratische gekozen bestuur maakte.

Daarbij moeten we beseffen het in het kindertoeslagendossier gaat om het individu versus de staat. In ons vakgebied gaat het meestal over belangen van burgers en bedrijven die tegenover elkaar staan (omwonenden keren zich tegen een woningbouwplan). Het gemeentebestuur weegt belangen af. Dat is geen rechtelijke maar vooral een politieke beslissing. Indien de Venetië-commissie zou adviseren een streep door de marginale toetsing te zetten en ook dat advies opvolging zou krijgen, dan zijn we in de aap gelogeerd. Dan gaat de rechter op de stoel van het bestuur zitten. Dat heeft gevolgen voor de samenleving, zoals ondergraving van het bestuur, langdurige onzekerheid bij investeerders en burgers en toename van beroepszaken.

Zo ver is het nog lang niet, maar het valt niet uit te sluiten dat de toeslagenaffaire nog lang nadreunt in ons vakgebied.