Grenzen aan stedelijke verdichting (1)

| 19 februari 2020

auteur Yvonne Vendrig-De Punder
De woningmarkt in de Randstad zit hartstikke vast. Bouwen, bouwen, bouwen is de opgave. Verdichten op zich is al een hele klus. Om dit gezond te doen, moet je creatief naar de openbare ruimte kijken, weten waar winst te behalen is en wat de risico’s zijn als je gezondheid niet goed meeneemt in de plannen. De kans is echter levensgroot dat groen wordt opgeofferd voor grijs en dat we gaan bouwen op ongezonde plekken.

Dit is een ingekorte versie van het artikel Stedelijke verdichting biedt risico’s én kansen voor de gezondheid uit ROm 1-2, februari 2020. ROm is als vakblad onmisbaar voor professionals en gratis voor ambtenaren in het domein van de fysieke leefomgeving. Word nu abonnee!

]‘Binnenstedelijk bouwen is met name een kans voor de gezondheid’, stelt Frank van der Hoeven, universitair hoofddocent Urban Design bij de TU Delft. ‘We gaan nu namelijk investeren in bestaande wijken, in plaats van in nieuwe wijken. Dat is een heel belangrijke omslag.’ Als het verdichten van de stad gelijk opgaat met het gezonder maken van de leefomgeving, wordt de stad zelf ook gezonder. In de jaren twintig van de vorige eeuw was gezondheid ook een belangrijk aspect in de architectuur, met veel aandacht voor licht, lucht en ruimte, memoreert Van der Hoeven, ‘maar tegenwoordig gaat gezondheid over heel andere zaken: overgewicht, bewegen, depressies, geluidshinder, luchtkwaliteit ín gebouwen en hittestress, om er maar een paar te noemen.’

Parkeernorm op de schop

Om te beginnen moeten we anders gaan kijken naar mobiliteit. ‘Dat je overal met de auto kunt komen en overal kunt parkeren, dat voelt als vrijheid. Maar het beperkt ook de vrijheid van anderen’, meent Van der Hoeven. Het aantal auto’s per woning is toegenomen. Woonerven zijn daardoor geen plekken meer waar kinderen op straat kunnen spelen, maar plekken die volstaan met auto’s. ‘Parkeren slokt heel veel ruimte op. Als je de parkeernorm ter discussie durft te stellen, kan weer ruimte ontstaan voor sport en spel in de publieke ruimte.’

‘VEEL WETTELIJKE NORMEN BESCHERMEN DE GEZONDHEID ONVOLDOENDE’

In een gezonde stad is daarnaast voldoende ruimte voor de fiets en voetganger en zijn er goede ov-verbindingen met de rest van de stad. Lex Burdorf, hoogleraar Maatschappelijke Gezondheidszorg bij het Erasmus MC, wijst erop dat je bij de verdichting goed moet nadenken over de volgorde, want mobiliteit hangt nauw samen met luchtkwaliteit. Als je veel woningen bijbouwt en pas na zeven of acht jaar een goede ov-verbinding aanlegt, zijn mensen al die tijd aangewezen op de auto voor hun mobiliteit. ‘Een woontoren van 220 woningen betekent ook 220 extra auto’s. Zo creëer je ongezondheid.’

Sporten in de stad

‘Een gezonde leefomgeving daagt de bewoners subtiel uit om te bewegen’, meent Burdorf. Het maakt natuurlijk uit voor wie je bouwt. Kinderen hebben een plek nodig om buiten te spelen, voor ouderen gaat het meer om een groen ommetje door te wijk. Maar er zijn ook andere mogelijkheden. Burdorf: ‘Voor kwetsbare ouderen kan je denken aan fitnessvoorzieningen ín het appartementencomplex. De fysiotherapeut kan dan naar mensen toe komen om ze te begeleiden bij het sporten. Dat is veel gemakkelijker voor de patiënt.’ Deze verandering in de leefomgeving hangt volgens Burdorf samen met de grote transitie in de zorg. In 2030 zal zeventig tot tachtig procent van de zorg niet meer in het ziekenhuis plaatsvinden, maar in de wijk of via telecommunicatie. De wijk moet daarvoor wel de juiste voorzieningen hebben. Burdorf noemt de Kop van Zuid in Rotterdam als voorbeeld: ‘Veel appartementencomplexen hebben daar een zwembad. Je kunt je afvragen of dat echt nodig is, maar de mensen maken er wel meer gebruik van dan wanneer het zwembad buiten de wijk zou liggen.’

Van der Hoeven gaat nog een stap verder. ‘Sporten zou meer onderdeel moeten zijn van de openbare ruimte, en niet alleen iets wat je bij dure sportclubs kunt doen. Hardlooplocaties liggen net als de sportvelden aan de randen van wijken en vallen niet zelden samen met de infrastructuur, dus in zones met lawaai en luchtvervuiling.’ Het zou volgens Van der Hoeven interessant zijn om bij het ontwerpen van de stad te beginnen met een kruisingsvrije hardlooproute van drie kilometer dwars door de wijk. ‘Minder kruisend verkeer zorgt ook dat er meer kinderen naar school zullen lopen en fietsen. Kinderen van vijf of zes jaar komen nu vaak niet boven de motorkap uit, daarom worden ze naar school gebracht met de auto. Want dat is veiliger.’

‘KWETSBARE GROEPEN HEBBEN HET MEEST TE LIJDEN ONDER EEN ONGEZONDE OMGEVING’

Dikmakers in de plinten

Het Erasmus MC heeft recent onderzoek gedaan naar de Rotterdamse voedselomgeving. Het aantal fastfoodrestaurants is de laatste vijftien jaar met een derde gestegen, terwijl het aantal versaanbieders met een derde is afgenomen. Ook dit hangt samen met de verdichting. In de plinten van veel woontorens komt vaak horeca terecht. Alles dient het gemak van de mensen en de stijging van het aantal fastfoodrestaurants zie je met name in buurten met een sociaal lagere score, licht Burdorf toe. ‘Als een groenteboer niet levensvatbaar is in de plint van een woontoren, moet je nadenken over hoe je dat wel levensvatbaar kunt maken. De gemeente kan sturen op deze plintinrichting. Als je het aan de commercie overlaat, krijgen we straks Amerikaanse steden gericht op gemakzucht.’

‘Kwetsbare groepen hebben het meest te lijden onder een ongezonde omgeving. Ze hebben echter ook het meeste baat bij een gezondheidbevorderende omgeving’, zegt Nina Douqué, beleidswerker medische milieukunde bij GGD Hollands Midden. Dit geldt zeker voor bewegen en eten. Gezondheid gaat daarnaast over sociale cohesie. Douqué: ‘De leefomgeving zou ontmoetingsvriendelijk moeten zijn en het liefst zo ingericht dat het eenzaamheid tegengaat. Daar moet je goed over nadenken. Bovendien moet er ruimte zijn voor de oude en nieuwe bewoners van de stad om te kunnen recreëren. Dat kan niet met z’n allen alleen in een klein parkje of in de buurtspeeltuin.’

Vergroten van gezondheidsverschillen

Door de woningbouwopgave komen locaties in beeld die op minder gezonde plekken liggen. In veel stedelijke gebieden gaat het om gebieden aan of nabij drukke wegen en het spoor, of daar zelfs tussenin. De GGD wordt regelmatig gevraagd om mee te denken over hoe je toch gezond kunt wonen op dit soort plekken. Veel wettelijke normen beschermen de gezondheid onvoldoende. De GGD adviseert gemeenten daarom te streven naar waarden onder die wettelijke norm, vertelt Douqué. ‘Bijvoorbeeld op het gebied van luchtkwaliteit of geluidsbelasting, om zo een gezonder leefklimaat te creëren.’

Als sociale huurwoningen op de minst gezonde plekken worden gezet, raakt dit de kwetsbare mensen in de stad. ‘Vanwege de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen gaan mensen met longproblemen dan ook gewoon naast de snelweg wonen. Zo vergroot je de gezondheidsverschillen binnen de stad’, legt Aniek Linskens uit. Zij is ook beleidsadviseur bij de GGD Hollands Midden en collega van Douqué. Gemeenten hoeven dit niet te laten gebeuren, vinden Linskens en Douqué. Burdorf is het hiermee eens: ‘Een gemeente kan als uitgangspunt in de verdichtingsplannen aan een ontwikkelaar meegeven dat de plannen niet mogen bijdragen aan het vergroten van gezondheidsverschillen.’

‘CREATIVITEIT IS NODIG OM DEZE KANS VOOR GEZONDHEID NIET TE LATEN LIGGEN’

Samenwerken met projectontwikkelaars

‘Natuurlijk snappen wij dat er nú woningen gebouwd moeten worden’, benadrukt Linskens van de GGD. ‘Maar de bouwopgave is ook een kans als je naar de lange termijn kijkt. Als je nu investeert in de juiste maatregelen, levert dat uiteindelijk een kostenbesparing op. Over tien jaar heb je dan namelijk gezondere gebouwen, waar mensen prettiger en comfortabeler wonen. En die maatregelen hoeven niet altijd meer te kosten.’

Er zijn best projectontwikkelaars die te verleiden zijn om gezonder te bouwen, volgens Frank van der Hoeven. ‘Dat kan bijvoorbeeld door extra ontwikkelruimte te bieden als ze investeren in een gezond leefklimaat. Of via imago-opbouw van de projectontwikkelaars.’ Veel ontwikkelaars profileren zich met duurzaamheid. Een gemeente kan projectontwikkelaars best bevragen op hun ambitie op het gebied van gezondheid. Buiten de stad bouwen vindt Van der Hoeven geen goed idee. Dan komen mensen ver van het centrum te zitten en lange reistijden zetten gezinnen en relaties onder druk. Van der Hoeven: ‘De opgave voor de gezonde stadsverdichting is dus helder. Maar de oplossingen hebben we nog niet. Creativiteit is dus nodig om deze kans voor gezondheid niet te laten liggen.’