Energietransitie kan een impuls geven aan waardevol landschap
Groene energie met respect voor cultuurhistorie

| 22 april 2015

De komst van nieuwe zonneparken, windturbines en biomassaplantages levert echter veel weerstand op. Verschillende initiatieven laten zien dat opwekking van duurzame energie prima kan samengaan met het behoud van waardevolle landschappen.

Landgoed Sandenburg in het Utrechtse plaatsje Langbroek heeft een van de grootste hakhoutbossen van Nederland. Bij het beheer van dit eeuwenoude landschap ontstaat veel houtafval dat tot voor kort in snippers werd afgevoerd naar Duitsland. De eigenaar was dat een doorn in het oog. Hij besloot om de afgezaagde takken op eigen terrein in een hypermoderne CV-installatie te verstoken en de vrijgekomen warmte te gebruiken voor het verwarmen van zijn gebouwen. Op dit moment wordt nog maar één pand op deze manier van warmte voorzien. Het is de bedoeling dat op termijn met een nog grotere installatie alle zeven opstallen duurzame warmte krijgen. Op jaarbasis bespaart het landgoed dan 60 tot 70.000 kubieke meter aan gas, evenveel als het verbruik van 35 tot 40 huishoudens. Omdat de houtoogst tweemaal zo groot is als het landgoed op termijn nodig heeft voor zijn eigen warmte, probeert ze met bedrijven en particulieren langjarige warmtecontracten af te sluiten. Afnemers krijgen hout, een stookketel en andere toebehoren geleverd. Met de opbrengsten kan het beheer van het oude cultuurlandschap met zijn hakhoutbossen voor de toekomst veilig worden gesteld.

Glimmende PV-panelen in het Zuid-Hollandse Ouddorp, aan het zicht onttrokken door meer dan honderd jaar oude zandwallen. Een creatief staaltje van hergebruik van een waardevol landschapselement! Beeld De Klepperstee

Glimmende PV-panelen in het Zuid-Hollandse Ouddorp, aan het zicht onttrokken door meer dan honderd jaar oude zandwallen. Een creatief staaltje van hergebruik van een waardevol landschapselement! Beeld De Klepperstee

Eeuwenoude energielandschappen
Nederland moet de komende jaren massaal overschakelen op warmte en elektriciteit uit wind, zon en biomassa. Voor veel mensen is de komst van al die nieuwe molens en panelen een schrikbeeld. Maar de energietransitie kan een gebied een impuls geven, vertelt Henk Baas, hoofd Landschap en programmaleider Levend Landschap van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). ‘We vergeten vaak dat we het landschap al eeuwenlang gebruiken voor energiewinning. Een waardevol gebied als de Reeuwijkse Plassen heeft zijn bestaan te danken aan de winning van turf. Nu waarderen we de plek vooral om zijn natuurwaarden. Dan is het een interessante vraag of je zo’n plek niet opnieuw zou kunnen gebruiken om energie te winnen. Vooral krimpgebieden kunnen een nieuwe economische drager goed gebruiken. Als je niets doet en een regio nog meer leegloopt, gaat de kwaliteit van het landschap ook achteruit.’

Windmolens op een verantwoorde manier in het landschap inpassen

Visualisatietool voor windparken
Om gemeenten en initiatiefnemers te helpen bij het zorgvuldig inpassen van nieuwe windturbines beschikt de RCE over een visualisatietool. Met dit Google Streetview-achtige programma kunnen alle partijen op een objectieve manier het effect van een nieuw windpark op de omgeving beoordelen. Hoewel het Rijk ervoor heeft gekozen om bij beschermde dorps- en stadsgezichten geen algemene normen voor de afstand tot windturbines vast te stellen, adviseert de RCE in bijzondere gevallen om een strook van minimaal 1800-2000 meter vrij te houden. Henk Baas legt uit: ‘Vanuit de milieuwetgeving mogen turbines al op 500 meter van monumenten komen. Wij hebben in de praktijk geleerd dat bij deze grotere afstanden de weerstand tegen projecten fors afneemt.’

Bewoners betrekken bij de exploitatie van de parken is een andere methode om windenergieprojecten voor bewoners acceptabel te maken. In de Wieringermeer kiezen ze weer voor een andere oplossing. Nuon, ECN en het Windcollectief compenseren er de ‘schade’ van vier nieuwe windturbines met de aanleg van vier hectare aan bos.

Stadspark met 8000 zonnepanelen
Voor exploitanten van zonne-energie lijkt het iets gemakkelijker om hun parken in te passen in de bestaande omgeving. Zo zijn de glimmende PV-panelen in het Zuid-Hollandse Ouddorp aan het zicht van recreanten onttrokken door meer dan honderd jaar oude zandwallen. Deze ontstonden toen de boeren hun akkers afgroeven om dichterbij het grondwater te komen. Een creatief staaltje van hergebruik van een waardevol landschapselement!

Jaco Boer

Het volledige artikel is te lezen in ROm 5, 2015

Neem een abonnement op ROm
of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *