Handhavingsaffaire

| 21 januari 2021

Evenals in de toeslagenaffaire en de bijstandsaffaire kan het maken van een fout(je) in het omgevingsrecht funest uitpakken. Een zaak in de gemeente W. maakt dit pijnlijk duidelijk. Een particulier heeft ten onrechte geen omgevingsvergunningen aangevraagd. Deze fout levert hem het stempel fraudeur op. Tegen fraudeurs moet hard worden opgetreden en dus is de handhaving bikkelhard. De familie zit nu in financiële nood en is emotioneel gebroken. De zaak illustreert dat het ‘mensbeeld van wantrouwen’ diep is doorgedrongen in alle overheidslagen en ook in het omgevingsrecht.

Wat is er aan de hand? De familie koopt in 2015 een rommelig perceel met daarop een woning, een enigszins vervallen schuur en een door storm beschadigde hooimijt. Vol energie en in al hun goedheid knapt de familie het perceel op. Alle omwonenden zijn blij met deze enorme kwaliteitsimpuls in hun buurt.

Oplegging dwangsom

Uit het niets ploft er na vijf jaar klussen een brief op de mat: de gemeente gaat over tot handhaving. De gemeente constateert dat er geen omgevingsvergunningen zijn aangevraagd voor zeven bouwwerkzaamheden. De gerealiseerde tuinmuur is illustrerend voor de aard van de overtredingen: deze is 45 centimeter te hoog (tot 2 meter vergunningsvrij). Enkel zichtbaar vanaf het perceel en direct grenzend aan de tuinmuur rijst een metershoge grauwgrijze muur op van de naastliggende manege. Niettegenstaande de geringe ernst van de overtredingen wordt verordonneerd tot afbraak van de bouwwerken onder oplegging van een dwangsom van dertigduizend euro per week.

Hoop op goede afloop

Dat de gemeente overgaat tot handhaving is op zich niet vreemd. Uit de standaardoverweging van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de gemeente veel gewicht mag en moet toekennen aan de met handhaving gediende publieke belangen. Maar volgens diezelfde standaardoverweging moet afgezien worden van handhaving wanneer er uitzicht op legalisering bestaat of wanneer handhaving disproportioneel is.

Alle verzoeken tot een gesprek met de verantwoordelijk wethouder worden stelselmatig geweigerd

De familie heeft dan ook gegronde hoop op een goede afloop. In hun zienswijze, bezwaarschrift en postzegelbestemmingsplan zet de familie uiteen te goeder trouw te hebben gehandeld, geeft zicht op concrete legalisering en geeft met redenen aan dat de aard van de overtredingen niet het publieke belang schaden. Handhaving zou tevens disproportioneel zijn: de investering van twee ton zou tenietgedaan worden. De gemeente schuift alles terzijde en uit slechts de wens ‘om over te gaan op handhaving van de wet’. Verbijsterend is dat alle verzoeken tot een gesprek met de verantwoordelijk wethouder stelselmatig geweigerd worden.

Etiket: opzet en grove schuld

Gaandeweg blijkt er vanaf den beginne geen enkele bereidwilligheid te zijn geweest om mee te werken aan legalisering. Er is een etiket geplakt: opzet en grove schuld. Achteraf had de familie dit eerder kunnen weten. Nadat zij bij het eerste bezoek van de gemeentelijke jurist vriendelijk en bereidwillig alle bouwwerkzaamheden lieten zien en toelichtten, laat de jurist weten: ‘de wet is de wet en de wet is hard’. De jurist verwijst hiermee naar een uitspraak van de Romeinse dictator Torquatus (Lex dura sed Lex) die zijn eigen zoon liet executeren. De jurist blijkt een killer te zijn. Hij interpreteert de wet eendimensionaal: handhaven! Een inventarisatie en afweging van betrokken belangen van de familie, die de wet óók voorschrijft, blijft achterwege.

De jurist blijkt een killer te zijn. Hij interpreteert de wet eendimensionaal: handhaven!

Het college ontvangt brieven van buren en vrienden die hun verontwaardiging uitspreken over de werkwijze van de gemeente en hun zorgen uiten over de financiële, emotionele en gezondheidsschade bij de familie. Een inhoudelijke reactie blijft uit. Evenals in de Toeslagenaffaire reageren bestuurders niet op het moment dat er signalen binnenkomen dat mensen ten onrechte als fraudeurs worden aangemerkt. Ze kijken weg en werpen mist op.

Doorprocederen?

De stand van zaken in dit drama. Ruim duizend pagina’s dossier. De proceskosten van de familie bedragen veertigduizend euro en van de gemeente het dubbele. Het advies van de Bezwarencommissie is vertraagd en op het moment van schrijven (18 januari 2021) niet beschikbaar. Desondanks weigert de gemeente stelselmatig de begunstigingstermijnen op te schorten. De tuinmuur, een douche en hooimijt zijn daarom inmiddels gesloopt (begunstigingstermijn 15 december 2020). Een aannemer staat klaar om ook een oprit, bestrating en twee dammen voor de begunstigingstermijn van 1 februari 2021 af te breken. Een investering van tweehonderdduizend euro van de familie wordt tenietgedaan. Wat kan je nog doen als je financieel en emotioneel aan de grond zit? Nog een mail sturen aan de gemeente via hun correspondentieadres: juridischediscipline@gemeentew.nl? Doorprocederen wetend dat het bestuursrecht in algemene zin zo werkt als Jan van Ettekoven van de Raad van State (interview Trouw, 9 januari 2021) het verwoordt: ‘Dat gaat ervan uit dat overheidsinstanties rechtmatig te werk gaan en de wet uitvoeren.’ Dit getuigt van een groot principieel vertrouwen in de overheid en wantrouwen richting de burger.

Wanneer beseffen ambtenaren en bestuurders dat de wet geen doel is, maar een middel?

Het zijn niet zozeer de wetten die vijandig zijn, die bieden veelal voldoende flexibiliteit voor juridisch maatwerk. Het is het ‘mensbeeld van wantrouwen’ dat de overheid en de rechtspraak richting burgers vijandig maakt. Wanneer beseffen ambtenaren en bestuurders dat de wet geen doel is, maar een middel? Wat kan je als overheid doen om onwetende en naïeve burgers te beschermen? Hoe kan je de menselijke maat hanteren? Antwoorden op dergelijke vragen moet geformuleerd worden vanuit het besef dat het in het recht gaat om het streven naar gerechtigheid. Niet alles wat rechtmatig is, is ook rechtvaardig. Hoog tijd om daarover het gesprek te voeren.

Henk Werksma
Partner en adviseur gebiedsontwikkeling bij H2Ruimte