Het geheim van levendige plinten

| 15 mei 2019

Wie een jaar of vijf niet meer in de Amsterdamse Javastraat is geweest, kan amper geloven welke metamorfose hier plaats heeft gevonden. Lange tijd stond de slagader van de Indische Buurt bekend om zijn Turkse belwinkels en talloze groentezaken die elkaar in hun gevecht om klanten kapot concurreerden. In de woningen boven de plinten werd af en toe een hennepplantage opgerold en was onderverhuur eerder regel dan uitzondering. Een grote opknapbeurt van de openbare ruimte en de woningen in en rond de winkelstraat zorgden voor een ommekeer. De studenten en starters die op de gerenoveerde appartementen af kwamen, kunnen nu bij El Pescado verse garnalen kopen, in de Java Book Shop een spannende thriller uitzoeken of borrelen op het terras van Bar Basquiat. Belwinkels en groentezaken zijn niet verdwenen, maar domineren niet langer de straat.

Totale metamorfose in de Javastraat

Een mooie prestatie maar de bonte variatie aan winkels en voorzieningen die de Javastraat nu zo aantrekkelijk maakt, is kwetsbaar. Waar bewoners in de buurt op huurbescherming kunnen rekenen, zijn de uitbaters van de oude en nieuwe winkels aan de grillen van de vrije markt overgelaten. Hoe beter de buurt gaat functioneren, hoe groter de kans wordt dat ze hun plek moeten afstaan aan bekende winkelketens die geen moeite hebben met hoge vierkante meterprijzen. Waar zo’n proces toe leidt, is te zien in de Negen Straatjes vlakbij de Jordaan. De straten zaten tot tien jaar geleden vol met vertrouwde  buurtwinkels en eigenzinnige ondernemers. Inmiddels domineren de showrooms van internationale kledingketens. Het aanbod is eenzijdiger en minder verrassend geworden. Bewoners doen hun aankopen al lang in een andere buurt.

’Bewoners doen hun aankopen al lang in een andere buurt’

Nu hoeven in stadsplinten natuurlijk niet alleen maar winkels te zitten. Door de groei van online-aankopen hebben steden juist nieuwe mogelijkheden gekregen om het aanbod beter op buurtbehoeften af te stemmen. Een huisartsenpraktijk naast een dierenwinkel en een koffietentje is voor bewoners waardevoller dan een straat vol kledingzaken. Planologen weten al lang dat leefbare buurten staan of vallen met gevarieerde voorzieningen op oogniveau. Jane Jacobs heeft hen er in de jaren 70 al op gewezen en ook recenter hebben onderzoekers van Stipo het belang van levendige plinten aangetoond. Toch staan we toe dat winstmaximalisatie de invulling van plinten domineert. Waar vroeger woningcorporaties maatschappelijke functies nog tegen betaalbare prijzen onderdak boden, moeten ze sinds de opsplitsing van hun activiteiten in DAEB en niet-DAEB hun commercieel vastgoed marktconform verhuren. Ook gemeenten, die met hun gebouwen tegenwicht aan de monoculturalisering van plinten kunnen bieden, doen hun bezit steeds vaker in de uitverkoop.

Het kan ook anders zoals het Zwitserse Zürich laat zien. Het stadsbestuur zet zijn meer dan duizend bedrijfsruimten strategisch in om laagrenderende functies in dure buurten overeind te houden. In het centraal gelegen Niederdorf betalen de plaatselijke slager en schoenmaker daardoor een huur op kostprijsniveau. Van de grote ketens in het winkelcentrum onder het centraal station wordt juist het volle pand gevraagd. Jaarlijks laat de stad op deze manier enkele miljoenen aan Zwitserse franken liggen. Maar het krijgt er leefbare en gevarieerde wijken voor terug.

 

Jaco Boer
@jaco_boer