Het goede en het slechte nieuws

| 10 oktober 2018

Op 4 oktober jl. maakte de Zuid-Hollandse gedeputeerde Adri Bom-Lenstra bekend dat de Provincie Zuid-Holland meer ruimte zou geven aan de gemeenten over de aantallen te bouwen woningen. Bij binnenstedelijke locaties en bij locaties in de buurt van stations gelden geen aantallen-beperkingen meer. Dat is goed nieuws. Het slechte nieuws is dat er nog weer meer woningen nodig zijn dan gedacht. En dat het dus, zo stelde professor Peter Boelhouwer (TU Delft) op dezelfde provinciale woningmarkt conferentie, onvermijdelijk zal zijn om ook aan de randen van de steden aan de slag te gaan.

Provincie Zuid-Holland laat woningbouwprogrammering (deels) los
Zo’n 400 mensen hadden gevolg gegeven aan de oproep van de provincie om te bespreken hoe het woningtekort zou kunnen worden bestreden. En de provincie deed zelf de eerste voorstellen daarvoor: er komt hulp van een vliegende brigade om gemeenten bij te staan waar nodig; er komt een pot met geld om zo nodig net een laatste zetje te geven aan een project; en gemeenten mogen zonder toestemming van de provincie afwijken van de tot nu toe vastgestelde regionale woningprogrammering; in binnenstedelijk gebied en bij (intercity en lightrail-)stationslocaties gelden geen beperkingen meer in het aantal woningen dat gemeenten daar willen realiseren. Uiteraard blijft gelden dat provinciale instemming wel nodig is als daarvoor bestemmingsplannen moeten worden gemaakt, maar het ‘planningsregime’ wordt daar buiten werking gesteld.

De provincie Zuid-Holland zet daarmee een hele belangrijke stap. Op zich een stap die eigenlijk al eerder had moet plaatsvinden en die in deze tijd niet meer dan logisch is. Iemand van buiten het insidersmilieu is het niet uit te leggen: elke woning die nu gebouwd kan worden, is welkom maar tussen regio en provincie is vastgelegd dat de overeengekomen aantallen niet mogen worden overschreden. Dat wat Oost-Europees aandoend regime bleek intussen niet meer acceptabel voor velen die wel tot het woningbouwwereldje behoren. En gelukkig heeft de Provincie Zuid-Holland dat ook zo ervaren en heeft in de regels geschrapt. Een compliment waard.

We redden het niet alleen binnenstedelijk
Een eerste stap; het zou nog beter nieuws zijn als andere provincies zoals Noord-Holland, Utrecht en Noord-Brabant dit klip en klaar zouden overnemen. Sommige provincies broeden op een soortgelijke aanpak. Maar van sommige is bekend dat ze mordicus willen vasthouden aan de planningsdoctrine die inhoudt: er is te kort aan woningen, maar toch zetten we gemeenten op rantsoen.

Ook in andere opzicht zal de maatregel van Zuid-Holland niet anders kunnen zijn dan slechts een eerste stap die gevolgd zal moeten worden door een andere: we zullen toch weer naar de randen van de stad moeten kijken. We kunnen nu al zien dat we de 75.000 woningen van het landelijke Woonakkoord de eerste twee jaar niet halen. Als we dit jaar de 65.000 woningen halen, mogen we in onze handjes knijpen. En gelet op het aantal verleende vergunningen zal het in 2019 al niet veel mooier worden. Het risico is aanwezig dat we dus in twee jaar een extra tekort veroorzaken bovenop de 200.000 woningen, wat nu al de achterstand is. In de landelijke rekensommen over de noodzaak om 1 miljoen woningen bij te bouwen is meegenomen dat van het tekort van 200.000 woningen er 100.000 zouden moeten worden ingelopen. Een klein tekort is volgens de cijferaars blijkbaar niet erg. Maar door nu al twee jaar te weinig te produceren loopt het tekort alweer extra op.

Buitenlandse migratiesaldo: 20.000, 50.000 of 80.000 per jaar?
Professor Peter Boelhouwer noemde nog een extra zorg: in de rekensommen over het tekort van 1 miljoen woningen is aangenomen dat elk jaar een buitenlandsmigratiesaldo zal zijn van 20.000. De laatste 5 jaar was dat aantal al 50.000 per jaar. Voor de prognoses over de bevolkingsgroei maakt dat een groot verschil: bij een saldo van 20.000 komen we uit op een bevolkingsomvang van ca. 18 miljoen inwoners; bij een saldo van 50.000 op 20 miljoen inwoners. En als er weer geopolitieke rampen volgen zitten we zo maar op een saldo van 80.000 en een bevolkingsomvang van 22 miljoen inwoners.

Konden we bij de discussies over vluchtelingen- en statushoudersinstroom nog de illusie ophouden dat er iets te sturen viel/valt, bij de instroom van arbeidsmigranten elders uit Europa is dat al helemaal niet meer aan de orde. Hoogopgeleide expats, bouwvakkers en tomatenplukkers kunnen zich vrij in Nederland vestigen. Gezinshereniging is aan de orde van de dag. Steeds meer hoor ik van Nederlandse bedrijven die zich genoodzaakt voelen om voor volwaardige huisvesting voor arbeidsmigranten te zorgen. Zonder die huisvesting (en andere voorzieningen) komen ze niet.

Goed vestigingsklimaat vereist
We moeten dus voor een goed vestigingsklimaat zorgen, anders dan door afschaffing van de dividendbelasting. Maar de te krappe rekensommen leiden ertoe dat we achter blijven lopen op de feiten. Alleen een verstandig beleid dat snel rekening houdt met het gegeven dat we er met alleen binnenstedelijke locaties niet komen, kan soelaas bieden. Maar dat het snel moet, staat vast. De grootste groei van onze huishoudens doet zich voor in de periode tot 2026. Er is dus haast bij.

Jos Feijtel
joz.feijtel@gmail.com