Het mobiliteitsvraagstuk in Jerevan, Tbilisi en Nederlandse steden

| 6 november 2019

‘De grootste uitdaging van deze stad is het mobiliteitsprobleem, zegt een architect uit Tbilisi (Georgië) die we ontmoetten op onze tour twee weken geleden door Armenië en Georgië. Miljoenensteden zijn het, Jerevan en Tbilisi. Voor een groot deel ogen ze als typische communistische steden met hun sociaal-realistische naoorlogse woonwijken en de brutalistische Sovjet-architectuur. Maar op straatniveau is de hectiek als die van een westerse stad: veel hippe en goed Engels sprekende jongeren met bijbehorende cafés en restaurants die gastvrij de Nederlandse bezoekers bejegenen. En druk!

We spraken met meerdere architecten uit beide landen en hun houding ten opzichte van de Sovjet-architectuur is tweeledig. Aan de ene kant willen ze niets meer te maken hebben met de relicten van een dictatoriale bezetting, aan de andere kant realiseert men zich dat sommige bouwsels beeldbepalende iconen van hun stad zijn (geworden). Ze werken voornamelijk voor particuliere opdrachtgevers. Vertrouwen in de overheid hebben ze niet, deels omdat er van een publiekrechtelijk geregelde ruimtelijke ordening geen sprake is, deels omdat in de Kaukasus de politiek in handen is van macho’s die zo hun eigen manieren kennen van politiek bedrijven.

‘Van een visie op de stadsontwikkeling is in Georgië nauwelijks sprake’

De stedelijke bouwcultuur is een chaos, blijkens onze gesprekspartners. Tbilisi kent sinds enige tijd iets dat op Bouw en Woningtoezicht lijkt, wat prompt de productie van woningen heeft doen kelderen. In Jerevan is van een visie op stadsontwikkeling al helemaal geen sprake. Naar Nederlandse maatstaven onvoorstelbaar, gezien dat ook in Armenië en Georgië sprake is van een stevige trek naar de stad.

Maar het grootste probleem is in de ogen van deze architecten het gigantische en chaotische autoverkeer en nijpend gebrek aan openbaar vervoer. Het openbaar vervoer bestaat voornamelijk uit minibusjes en Yandex-taxi’s (een Uber-variant). De metro in Jerevan kent maar één lijn, die van Tbilisi is verouderd en ontoereikend. Gedurende de hele week van mijn aanwezigheid in de Kaukasus heb ik zes fietsers gezien! Het straatbeeld wordt gedomineerd door heel veel auto’s, van stokoude Lada’s tot spiksplinternieuwe Mercedessen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. De milieuvervuiling in deze steden is dan ook navenant.

Geloof in een autoluwe toekomst is er absoluut niet. Om mijn opmerking dat binnen twintig jaar een transitie van autostad naar autoluwe stad mogelijk is, werd smakelijk gelachen. Dat vereist immers een visionair bestuur, een fikse modernisering van de infrastructuur, en een meebewegende bevolking. Vooralsnog ondenkbaar.

Terug in Nederland realiseer ik me nadrukkelijker hoe moeilijk het voor Jerevan en Tbilisi is om het mobiliteitsvraagstuk aan te pakken. Hier is er namelijk wel een meebewegende bevolking en hebben de verschillende overheden wel degelijk oog voor het vraagstuk. Maar niet altijd met daadkracht. Elke keer als ik langer dan een week uit Amsterdam ben weggeweest, valt het me op dat het er wéér drukker is geworden. De bussen, trams en metrostellen zijn weer voller, zijn op steeds langere perioden over de dag bomvol, en ook de rijen wachtenden zijn langer en dikker geworden.

‘De reizigersgroei gaat razendsnel, verbetering van het openbaar vervoer tergend langzaam’

De reizigersgroei gaat razendsnel, verbetering van het openbaar vervoer tergend langzaam. De groei van het aantal verplaatsingen is niet alleen een gevolg van een rekenkundige toename van bevolking en werkgelegenheid. Het is ook een gevolg van de stijging van het aantal verplaatsingen per reiziger. Onze economie is een interactie-economie. Ons werk bestaat uit contacten met velen die we vaker zien. Daarbij komt dat we via sociale media veel meer contacten hebben die we ook face to face (willen) zien. Bovendien vloeien onze werk-, zorg- en vrijetijd in elkaar over. Met meer verplaatsingen tot gevolg. Tenslotte, ons materieel en immaterieel consumptiepatroon stijgt. Dat alles leidt tot een ongekende uithuizigheid. Dat hebben we te laat in de smiezen gekregen. Ons vervoersnetwerk kraakt in zijn voegen. Er staat de steden in Nederland nog wat te wachten, laat staan Jerevan en Tbilisi.

Jos Gadet