Het ‘tonnetje’ en het vertrouwen

| 6 september 2017

De amateurfilmpjes van de orkanen Harvey en Irma zijn sensationeel, maar voor ons toch ook een beetje exotisch. De regens, de dijkdoorbraken en de overstromingen, sluiten beter aan bij onze belevingswereld. Vooral dat tweede deel van de rampen in Texas en onze overzeese gebiedsdelen triggert hier de overlevingsfantasieën.

Woonbootbewoners uit mijn omgeving stellen graag dat ze in geval van overstroming alleen maar ‘los hoeven te gooien’ om even later bij het beeld van al die schepen op drift af te haken. Er zijn ook mensen die zich laten inspireren door actiefilms en fabuleren over een Shotgun (een afschrikwekkend vuurwapen) en een Zodiac (een stoere rubberboot met sterke motor) om een watersnoodramp te overleven. Weer anderen nemen zich voor een jerrycan benzine klaar te zetten om altijd met een volle tank richting hogere zandgronden te kunnen rijden (niet doen, je verdrinkt in de file nog ruim voor Amersfoort).

Serieus nadenken over wat ons te doen staat in het onwaarschijnlijke geval van een grote (water)ramp, doet eigenlijk vrijwel niemand. Melanie Schulz heeft in haar jaren als minister van Infrastructuur en Milieu vaak geijverd voor een hoger ‘waterbewustzijn’, maar moest ook constateren dat geen hond het ‘tonnetje’ uit de publiekscampagne in huis haalde. Een waterdicht tienlitervat met watervaste lucifers, een rode vlag, een opwindzaklantaarn en andere handige dingen.

De burger bereid zich niet voor op rampen met een kleine kans, ook niet als de impact hoog is. Diezelfde burger heeft wel een verbanddoos in huis voor kleinere calamiteiten met een grotere waarschijnlijkheid. Dat stond al in het rapport ‘Zelfredzaamheid van burgers bij rampen en zware ongevallen’ van het COT, instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en de Regionale Brandweer Amsterdam e.o. uit 2004.

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit dit rapport – en overigens ook uit de evaluatie van de grote watersnoodrampoefening van 2008 – gingen over zelfredzaamheid: we bereiden ons niet voor, maar als het een keer goed misgaat redden burgers zich veelal zelf en staan klaar om anderen te redden. Doe daar je voordeel mee.

Dat we ons niet voorbereiden heeft te maken met voorstellingsvermogen, een inschatting van waar we zelf nog iets aan kunnen doen en waaraan niet. Het is een min of meer rationele afweging van risico en impact zoals ook de overheid die maakt. Daar kun je tegen knokken, maar je kunt ook accepteren dat het kennelijk zo werkt. Dan is het zaak dat vooral de overheid de preventie doet, de dijken versterkt, de burgers zo volledig mogelijk informeert en de zelfredzaamheid bij rampen versterkt.

De publiekscampagne Denk vooruit! ging over eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van de burger. Waarom ging het dan toch mis met het overlevingstonnetje dat is deze campagne werd gepromoot? Om te beginnen omdat het accent lag op informatie en preventie en niet op het faciliteren van helpende burgers als de ramp daar is. En er was nog iets anders.

Het overlevingstonnetje ontmoette hetzelfde lacherige fatalisme als eerder de ‘wenken’ van de Bescherming Bevolking (BB). Dit tonnetje ging ons niet redden van de grote vloed, zoals de ruimte onder de trap ons destijds niet gered zou hebben van de nucleaire Apocalyps wanneer de Koude Oorlog heet was worden. Wilde de overheid met het tonnetje laten weten dat het de handen van ons af zou trekken? Waren de ‘wenken’ vooral bedoeld om de afschrikking van de NAVO te versterken? Een zeker wantrouwen jegens de overheid was er altijd al.

Net als andersom trouwens, want overheden gaan er doorgaans vanuit dat burgers bij grote calamiteiten in paniek raken, hulpeloos zijn, in de weg lopen en tot plundering overgaan zodra het gezag het laat afweten.

Het COT-rapport uit 2004 noemt dit al de ‘rampmythen’ die overheid en hulpverleners in de weg zitten. Paniek bij rampen is uiterst zeldzaam, mensen blijven doorgaans juist kalm en handelingsbekwaam. De vermeende hulpeloosheid negeert de zelfredzaamheid (jezelf redden) en redzaamheid (het redden van anderen) die zeker in de eerste fase van een ramp cruciaal zijn. Verhalen over plundering zijn er altijd, maar blijken achteraf zelden waar.

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) – die tegenwoordig over de rampen gaat – neemt de burger al wat serieuzer dan voorheen het geval was. Op de site staat een top tien van mogelijke rampen. Met een keer doorklikken ben je bij actuele informatie over een ramp naar keuze (www.overstroomik.nl) en de links naar wat ons te doen staat (bijvoorbeeld: /wees-voorbereid/noodpakketten/). Een noodpakket stellen we tegenwoordig zelf samen, de overheid levert alleen een mogelijk boodschappenlijstje. Doe ermee wat je wilt.

Maar er kan meer, zoals COT en Brandweer in 2004 al schreven. Zorg dat ‘de werkelijkheid’ van experts beschikbaar komt voor burgers. Hoe reëler het beeld van risico’s en rampen hoe beter het is. Als burgers het moeten doen met toevallige flarden kennis en hun eigen voorstelling van de feiten, wordt hun hulp minder effectief.

Laat mensen helpen. Ze kennen de omstandigheden en de omgeving vaak het best. Accepteer specialistische hulp die door burgers wordt aangeboden. Zet ze niet achter de rood-witte linten. In ieder geval niet tot je volledig operationeel bent. Besteedt aandacht aan snelle screening van professionele vrijwilligers in de opleiding en training van hulpverleners.

Veel van dit type aanbevelingen heeft de afgelopen jaren al protocollen en rampenplannen bereikt. Het is een spoor waarlangs nog veel meer winst te halen valt. Bedenk niet alleen van tevoren hoe je de spontane stroom van hulpgoederen en -diensten gaat managen, maar stuur die stroom. Als het allemaal al bedacht is, dan komt hier spuit elf.

Registreer op vrijwillige basis de vloot aan particuliere terreinwagens en zware rubberboten en maak ze oproepbaar. Leg een database aan van burgeranalisten die dronebeelden kunnen analyseren, zoals die nu al ingezet worden bij overstromingen elders in de wereld. Benader influentials op sociale media die je straks wilt inzetten bij de hulpverlening.

En zo is er nog een heleboel meer te verzinnen en vast al verzonnen. De crux zit bij het potentieel en de veerkracht van burgers en een overheid die het vertrouwen geeft dat ze het wil en zal inzetten als het nodig is. Wie vertrouwen geeft, krijgt het ook makkelijker.

Bas van Horn