Hoe meer participatie, hoe meer succes

| 22 oktober 2020

Willen we corona de baas worden, dan gaat het uiteindelijk om gedragsverandering van mensen. Premier Rutte schetst keer op keer dat de optelsom van maatregelen en gedragsverandering tot effect moet leiden. Nu zien we dat de gedragsverandering niet zo gaat als gewenst en daarbij wordt veelvuldig gewezen naar jongeren. Tegelijkertijd zien we dat juist deze groep niet in de politiek vertegenwoordigd is. Sterker nog, jongeren komen er qua participatie over het algemeen bekaaid vanaf.

Dit zette me aan het denken over hoe wij als ruimtelijke ontwikkelaars participatie vormgeven en of ik zelf participatie wel optimaal benut.

Bij ruimtelijke inrichtingsprojecten krijg ik steeds duidelijkere signalen dat participatie veel toegevoegde waarde heeft. Ik zie ook dat wij als ruimtelijke ontwikkelaars echt proberen hierop in te zetten. Ik meende tot een paar dagen geleden zelfs dat we hier uitstekend mee bezig waren. Nu terugkijkend en een ervaring rijker, denk ik daar anders over.

Wat ik zie, is dat we altijd beginnen met het bepalen van het participatieniveau. We gebruiken ladders en modellen waarmee we dan uitkomen op informeren en/of consulteren. Mensen weten goed wat er speelt en krijgen de kans om mee te doen en wij halen zo nuttige informatie op. Dat werkt goed en we kunnen gewoon door met ons eigen ontwikkelproces met duidelijke scope en tijdpad. 

Ik heb mooie zaaltjes gezien, vol met mensen die mee mogen schetsen, maar het is altijd vrijblijvend of consulterend. Daarna verschijnen de ingebrachte zaken soms ergens in het ontwerp of juist niet. Het waarom is vaak niet duidelijk, wat allerlei gevolgen heeft. Zoals minder eigenaarschap of betrokkenheid, het levert teleurstelling op en daarbij mogelijk verlies van autoriteit door de overheid of acceptatie door de burger. Of mensen halen er minder voldoening uit, voelen zich minder verbondenheid of worden participatiemoe. op. Allemaal grootheden die we juist bij ruimtelijke ontwikkeling nodig hebben. We ontwerpen immers steeds meer concepten op basis van het community-gedachtegoed.

Ook zien we dat oplossingen pas echt goed werken als we de tuin, het dak en het gedrag van mensen meenemen. Met dit beeld is het dus funest of puur kwaliteitsverlies als het resultaat van onze participatietrajecten minder eigenaarschap, verbondenheid en inzetbereidheid oplevert.

“Niks eerst ontwerp en visievorming en dan pas naar de bewoners. Nee, de bewoners zijn eigenaar van het proces”

Ik ben nu bezig met een prachtige integrale ontwerpopgave voor een renovatie- en rioolvervangingsproject in Bunschoten. Daar werken we samen met het platform BUURbook dat het participatieproces trekt. Wat ik daar meemaak is dat de bewoners en gebruikers op de ladder van participatie vanuit het principe van co-creatie worden aangesproken. Niks eerst ontwerp en visievorming en dan pas naar de bewoners. Nee, de bewoners zijn eigenaar van dit proces. Zij bepalen niet alleen de planning en de stappen, maar ook de thema’s die ertoe doen.

Dat was wel even schakelen voor mij als projectmanager en gewend om een mooi processchema met mijlpalen en producten in een strakke planning te zetten. Nu moest ik wachten op wat bewoners gingen aandragen en wanneer. Tja, dat was even wennen, maar wat blijkt, bewoners vinden uiteindelijk dezelfde onderwerpen belangrijk die wij zouden willen inbrengen. Zo konden we groen, wateroverlast, biodiversiteit, verkeersveiligheid, speelplaatsen en energietransitie gelukkig gewoon een plek geven. Toch is het resultaat anders. We hebben nu al bij de start veel meer betrokkenheid. Mensen hebben ideeën, soms zelfs hele stedenbouwkundige analyses, waar we direct mee doorkunnen. Maar het zijn hún ideeën! Die betrokkenheid en de schat aan informatie geven ons een vliegende start.

De energie en de inhoudelijke versnelling die ik nu proef, maakt dat dit project beter start dan gebruikelijk. En dat ik weer een ervaring rijker ben: je kunt participatie niet op hoog genoeg niveau doen. Het bereik en daarmee de impact, kwaliteit en prestaties worden alleen maar hoger.

“Je kunt participatie niet op hoog genoeg niveau insteken”

Als ik nu terugblik op een ander recent ontwerpproject, zie ik dat we een kans gemist hebben. En dat we hier nu in volle vaart de mensen moeten verbinden om tot een echt succes te komen. Kortom, inrichting van de openbare ruimte moet een community-aspect hebben. En wil het succesvol zijn, dan is co-creatie wel het minimale participatieniveau voor echt succes!

Hein Veldmaat, business leader Stedelijke Transformatie en Procesmanager bij TAUW