Hoog tijd voor een nieuwe rijksbouwmeester

| 4 december 2020

Door Friso de Zeeuw, adviseur gebiedsontwikkeling en emeritus hoogleraar TU. Deze column staat in ROm 12, december 2020. ROm is het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren werkzaam in dat domein. Neem nu een thuisabonnement.

Hoewel hij pas volgend jaar september aantreedt, kennen we nu al de naam van de nieuwe rijksbouwmeester: Francesco Veenstra. Positieve berichten over persoon, kennis en kunde komen ons tegemoet. Dat geeft de geïnteresseerde burger moed.
Gaat hij de brug slaan tussen de ontwerpwereld en het universum van de rekenaars? Kan hij de verbinding leggen tussen publieke en marktpartijen? En zal hij in staat blijken om het perspectief van de ruimtelijke economie te integreren in de ontwerpvragen van de grote regionale vraagstukken die de komende jaren op de agenda staan?

Bij al deze cruciale thema’s laat de huidige rijksbouwmeester het afweten. Floris Alkemade ontkende lange tijd de woningnood. Zijn Panorama Nederland ontbeerde elke financieel-economisch fundament. Hij organiseerde prijsvragen rond niet-urgente kwesties, miste affiniteit met de markt en liep vast in het doolhof van de Binnenhof-renovatie.
Het enige positieve is zijn affiniteit met ‘de regio’, waarbij hij de autistische grote-stadsverering van repliek dient.

Van zijn secondanten heeft rijksadviseur Daan Zandbelt de verwachtingen niet waargemaakt. Zijn belangrijkste werkstuk, een MKBA-achtige doorrekening van verstedelijkingsmodellen voor Metropoolregio Amsterdam vertoonde essentiële tekortkomingen. Jammer, want aan een ‘dashboard verstedelijking’, waarmee je – in het kader van het brede welvaartsbegrip – verstedelijkingsvarianten tegen elkaar kunt afwegen, bestaat grote behoefte. Misschien dat Zandbelts opvolger, Wouter Veldhuis, deze losse draad op een goede manier gaat oppakken.           

De andere rijksadviseur, landschapsarchitect Berno Strootman, valt in positieve zin op. Hij stelt bijvoorbeeld de hagelslag van megawindmolens en XL-logistieke hallen, die ons landschap teistert, aan de kaak. Strootman reikt daarvoor een alternatieve planningsaanpak en ontwerpideeën aan. Zijn opvolger, Jannemarie de Jonge, kan bogen op een veelzijdige staat van dienst en een brede portefeuille, met oog voor de uiteenlopende belangen die zich in het buitengebied manifesteren.     

Vooral in het landelijk gebied en aan de stadsranden staan omvangrijke veranderingen te wachten

Als we kijken naar de opgaven voor de komende jaren, dan zou het werkveld van De Jonge wel eens het belangrijkste kunnen worden. Immers: in het landelijk gebied en aan de stadsranden staan omvangrijke veranderingen te wachten: transitie van de landbouw, natuurherstel en stikstofmaatregelen, energietransitie, nieuwe uitlegplannen voor woningbouw, bodemdaling en waterhuishouding. De lijst is nog langer.
De provincies hebben de regionale regisseursrol, maar de opgave is dermate ingrijpend en complex dat een bovenregionale, integrerende inbreng op rijksniveau niet mag ontbreken. De verschuiving in focus zou gevolgen moeten hebben voor de samenstelling van Atelier Rijksbouwmeester: minder stad en meer land.

Graag zou ik weer positief willen berichten over de heldendaden van de rijkbouwmeester, maar de voorganger van Floris Alkemade was ook al een miscasting. Waarom eigenlijk wachten tot 1 september volgend jaar? Kan die nieuwe ploeg niet vast op 1 januari beginnen?