Houdt hoogbouw je van de straat? Het ongelijk van Soeters

| 31 maart 2016
Jos Gadet

Jos Gadet

Nederland kent geen hoogbouwtraditie. De enige stad die een metropolitane skyline heeft is Rotterdam. Die skyline wekt hoge verwachtingen wat betreft levendigheid op straat. Zo is het immers in New York en Toronto. Prachtige steden met een grote aantrekkingskracht op stedelingen en bedrijvigheid.

Rotterdam lost die hoopvolle verwachting nauwelijks in. De binnenstad, zeker die delen die na de oorlog op modernistische leest zijn geschoeid en waar nog steeds de ene toren na de andere wordt gebouwd, ontbeert de stedelijkheid en daarmee gepaard gaande levendigheid die je ‘om de hoek’ in de Witte de Withstraat, de Proveniersstraat en delen van Katendrecht sporadische wel aantreft. Dit zijn vooroorlogse stadsdelen met een maximale bouwhoogte van vier verdiepingen. Is hoogbouw funest voor stedelijkheid?

Die bruisende stedelijkheid tref je wel aan in het vooroorlogse Amsterdam, waarvan de skyline schril afsteekt tegen die van Rotterdam en de genoemde Noord-Amerikaanse steden. Een ‘huisjesstad’, overwegend gekenmerkt door maximale bouwhoogte van vier verdiepingen. En zo moeten we in de toekomst blijven bouwen, aldus architect en stedenbouwkundige Sjoerd Soeters in het Parool van zaterdag 26 maart. Want, zo stelt hij, hoogbouw veroorzaakt wind, schaduw en – volgens enkele discipelen op Twitter – obesitas en depressies. Kortom, zegt Soeters, hoogbouw maakt dat iedereen in de auto stapt of binnen blijft! Is hoogbouw zo slecht?

Is hoogbouw zo slecht en funest voor stedelijkheid? Ik denk het niet! Hoogbouw is een probleem als het op de verkeerde plek ligt. Denk aan Gropiusstadt in Berlijn, Lasnamäe in Tallinn, de Parijse banlieues en onze eigen Bijlmermeer. Ver van de levendige stad verwijderd. Hoogbouw is alleen interessant als de grondprijzen hoog zijn. Daar waar de vraag naar ruimte (sowieso) en woonruimte groot is. In de genoemde voorbeelden is hoogbouw niet meer dan het stapelen van mensen op goedkope grond. Mensen die om wat voor redenen dan ook geen toegang hebben tot het stedelijke woonmilieu.

 Bryant Park, New York

Bryant Park, New York

Omdat de hoeveelheid ruimte in die typische hoogbouwwijken meestal geen probleem is, staan de torens doorgaans ook nog eens als solitairen in een zee van groen. Dat versterkt hoogbouw als probleem. Gebrek aan schaarse ruimte gaat gepaard met lage waarde en lage waardering. Het groen heeft daardoor geen meerwaarde en dus geen enkele betekenis.

In steden die een hoge druk op de woningmarkt kennen, waar bedrijven zich verdringen op de vastgoedmarkt, die in trek zijn bij toeristen, en economische brandpunten zijn omdat nabijheid tot diversiteit een essentiële vestigingsfactor is, dáár is hoogbouw broodnodig. Dan is hoogbouw niet het stapelen van mensen op goedkope grond, maar het efficiënt accommoderen van een sterke vraag naar stedelijke woon/werkmilieus. Mits op de goede plek (in of dichtbij de centrum-stedelijke gebieden) en: geparcelleerd!

De aaneengesloten kavels in de gridstructuren van Manhattan en Toronto staan garant voor aantrekkelijke straatprofielen waar je doorheen wandelt zonder het gevoel te hebben dat je je door een straat met wolkenkrabbers begeeft. Woontorens staan in deze gevallen ook garant voor draagkracht van publieke of commerciële voorzieningen in de plinten. Zo bezien, en zelf zo ervaren, is het Empire State Building niet meer dan een hoekpand met een café-restaurant!

En welbeschouwd was de Amsterdamse grachtengordel na aanleg de eerste hoogbouw (in een aaneengesloten verkavelingstructuur) van ongekende schoonheid!

Daar blijf je van af. In zoverre heeft Soeters gelijk. Maar het gaat er niet om die knusse vierlagenbouw door te trekken, als wel om stratenpatroon en verkavelingstructuur als basis voor stadsuitbreiding dichtbij de ‘urban fabric te nemen. En daar horen zeker, net als in New York en Toronto, kwalitatief hoogwaardige openbare (groene) ruimtes bij. Ook in deze steden schijnt de zon volop, en zorgen de (hoge) straatwanden voor windstilte en geluidsarme achterkanten. En er is levendigheid op straat. Niet verwonderlijk scoort obesitas daar juist het laagst. Door de hoge dichtheid van bebouwing, bewoners, werkenden en bezoekers en de grote variatie aan voorzieningen pieker je er niet over om de auto te nemen.

Jos Gadet
Hoofdplanoloog Ruimte en Economie, gemeente Amsterdam

Klik hier voor meer blogs van Jos Gadet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *