I was here

| 22 november 2016
Jaco Boer

Jaco Boer

Bestuurders houden van ‘landmarks’. Ze zetten er niet alleen hun eigen stad mee op de kaart, maar laten na vier jaar ploeteren hun achterban ook iets tastbaars na. Een gebaar of gebouw dat laat zien dat ze het verschil hebben kunnen maken in die korte periode.

Ik moest daar weer aan denken toen ik over de plannen van de Amsterdamse VVD-wethouder Eric van der Burg hoorde voor de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland. Vóór de crisis van 2008 waren er plannen om op deze plek tussen ringweg en binnenstad 2300 woningen te bouwen.

Van der Burg, en met hem de bouwlobby, vond dat achteraf gezien toch een tikje mager en zette zijn stedenbouwkundigen aan het werk. Er moeten nu zeker 5.500 woningen weg worden gezet, onder meer in 28 woontorens die in hoogte variëren tot 143 meter. Zes ervan mogen zelfs hoger worden dan de Rembrandttoren, tot nu toe Amsterdams hoogste gebouw.

Van der Burgs belangrijkste argument voor de hoogbouw is het gebrek aan woningen. Amsterdam is populair en het stadsbestuur wil de nieuwe bewoners graag binnenhalen om door te blijven groeien. Op bouwen in landelijk Noord rust een taboe, dus moet de rest van de stad maar de hoogte in. Of het Zeeburgereiland daarvoor wel geschikt is, lijkt in de afweging geen rol te spelen. Kwantiteit gaat boven kwaliteit, zoals wel vaker is te zien als bestuurders haast hebben met hun beleid.

Tegen een verzameling slanke torens is op zichzelf niets mis. Kijk naar de Rotterdamse binnenstad of, om het bij de hoofdstad te houden, de Zuidas. Het zijn locaties waar projectontwikkelaars en vastgoedbeleggers hun oog op hebben laten vallen en de hoogte in gaan omdat de grond er schaars en duur is. Er moeten veel vierkante meters worden gerealiseerd om uit de ontwikkel- en bouwkosten te komen. Dit soort hoogbouwbuurten liggen altijd middenin de stad of op een perfect ontsloten openbaar vervoerslocatie. De goede bereikbaarheid met alle soorten vervoer is een van de redenen waarom ze zo gewild zijn bij gebruikers en de markt.

Deze logica ontbreekt volledig bij het Zeeburgereiland. Het is een tussenlocatie die niet de kwaliteiten heeft van een binnenstad of een drukbezocht openbaar vervoersknooppunt dat best een stedenbouwkundig accent mag krijgen. De verbinding met de binnenstad bestaat uit een vierbaansweg en de sneltram die beiden in de ochtend- en avonduren duidelijk aan hun maximumcapaciteit zitten.

Met de fiets, het vervoermiddel bij uitstek in Amsterdam, is het eiland slechts via een omweg te bereiken. Een nieuwe brug moet daar verandering in brengen, maar dan nog zal de nieuwe woonbuurt door de auto worden gedomineerd. Geen prettig vooruitzicht voor het leefklimaat in de wijk dat toch al onder druk zal staan door de valwinden tussen de hoge torens aan het IJ.

De locatie leent zich beter voor een wijk die voortborduurt op de lange Amsterdamse traditie van bouwen met een menselijke maat. Met IJburg en het Oostelijk Havengebied heeft de stad al laten zien dat ze die vaardigheid perfect beheerst.

Jaco Boer
zelfstandig journalist

Klik hier voor meer blogs en artikelen van Jaco Boer.