Iedereen doet mee

| 20 november 2019

‘Het was even polderen, maar de uitvoering gaat straks een stuk sneller.’ Zo voorspelde premier Mark Rutte het succes van het Nationaal Klimaatakkoord onlangs op de VN-klimaattop in New York. Hij maakte daar bij zijn buitenlandse collega’s de sier met onze oer-Hollandse coproductie van meer dan honderd partijen.

Het is inderdaad mooi dat het Klimaatakkoord er is. Maar Ruttes uitspraak moeten we uiteraard nog wel waarmaken. Gelukkig wordt die snelle uitvoering een gezamenlijke effort.  ‘Iedereen doet wat’, zo luidt de nieuwe landelijke campagne die bewoners en bedrijven moet aanzetten tot actie. De rijksoverheid doet ook wat en probeert hier en daar een duwtje te geven. Zo is de subsidiepot voor isolatiemaatregelen voor particulieren weer geopend. Regio’s krijgen budgetten om de Regionale Energie Strategieën op te stellen. Het ministerie van EZK kwam met een langverwachte leidraad om gemeenten te helpen met planvorming in de warmtetransitie. En BZK maakt met een nieuwe ronde ‘aardgasvrije proeftuinen’ in meer wijken de overstap mogelijk.


Toch moeten we flink versnellen om de doelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030 te halen. Van proeftuinen naar schaalbare oplossingen. Van individuele stappen naar gebiedsgerichte aanpakken. Van ‘iedereen doet wat’ naar ‘iedereen doet mee’. Ik zie voor de gebouwde omgeving een aantal zaken waar inzet nodig is om dat voor elkaar te krijgen.

Ten eerste kan niet iedereen meedoen als goede financieringsvormen uitblijven. In een wijkgerichte aanpak wil je dat ook mensen met een kleine portemonnee, die niet door de kredietwaardigheidstoets komen, een passend aanbod krijgen. We hoeven daarvoor niet te wachten op gebouwgebonden financiering. Ervaring leert dat in gesprek met financierende partijen al best maatwerk mogelijk is, want ook zij zien dat ze een belangrijke rol hebben in de energietransitie. Dat maatwerk, waar de proeftuinen een mooie broedplaats voor zijn, moet uiteindelijk landen in een variatie aan standaardproducten en -diensten die voor iedere bewoner en financiële situatie een optie bieden.

‘Met één fte op het duurzaamheidsdossier gaan we het verschil niet maken’

Ten tweede is er capaciteit nodig om plannen richting uitvoering te brengen. Iedereen praat terecht over het gebrek aan installateurs, aannemers en andere technici. Maar er gaat ook heel wat planvorming vooraf aan die uitvoering. We kunnen toch niet verwachten dat een gemeente met één fte op het duurzaamheidsdossier – wat in heel veel gemeentes op dit moment de situatie is – een warmtenet aanbesteedt of realiseert?

Ten slotte moeten we erkennen dat we niet alles weten. De energietransitie laat zich niet van nu tot 2030, laat staan tot 2050, volledig uitschrijven. Die onzekerheid, ‘maar er komt straks toch waterstof’ of ‘maar we kennen toch niet de lange termijn effecten van geothermie’, wordt nu al door bewoners, bedrijven en de politiek uitvergroot en gebruikt om de uitvoering uit te stellen. Het vergt lef en soms impopulaire keuzes om versnelling te creëren. Ode aan de bewust onbekwame bestuurders die daarin het voortouw nemen.

Jade Oudejans

Onder de titel Nieuwe energie schrijft Jade Oudejans, consultant bij Over Morgen. maandelijks in ROm een column over de uitdagingen van de energietransitie voor het beleid in de fysieke leefomgeving. Deze stond in ROm 11, november 2019. ROm is gratis voor ambtenaren in het domein van de fysieke leefomgeving. Word nu abonnee.