Jan Gehl: een gedeelde loftrompet

| 9 juni 2020

Een van de beste boeken over stadsplanning die ik ken, is Cities for People van de Deense architect Jan Gehl. Daarom een kleine ode aan hem, met alvast de waarschuwing dat hij die slechts voor de helft verdient.

In het rijk geïllustreerde Cities for People (2010) is het leeuwendeel van de inzichten bijeengebracht die Gehl in zijn carrière als stadsarchitect en –onderzoeker heeft opgedaan. Het is een radicaal boek, in die zin dat hij consequent stedelijke omgevingen propageert die lopen, fietsen en verblijf stimuleren. Dat levert natuurlijk veilige, duurzame en gezonde steden op, wat op zich al welkom is. Het bijzondere is echter dat hij in zijn werk niet het ideaal, maar de psychologie centraal stelt. Gehl propageert geen theoretische ideaalstad, maar een stad die voortvloeit uit de psychologische basisbehoeften die elk mens nu eenmaal heeft. Dat is een cruciaal verschil met veel andere architecten, die veronderstellen/vinden/hopen dat de mens zich wel aanpast aan hun ontwerp. Jan Gehl wil de mens slechts dienen, in het besef dat hij een in duizenden jaren gevormde mens toch niet kan veranderen. Ervan uitgaande dat bescheidenheid een deugd is, is de positie van Gehl alleen al daarom te prefereren.

Een stad die voortvloeit uit de psychologische basisbehoeften

Cities for People brengt op honderden manieren de neigingen van de mens in beeld: via observatie, tellingen, metingen en andere manieren waar geen speld tussen te krijgen is. Zo ziet Gehl de mens als ‘apparatus’, met een aangeboren blikveld, kijkhoek en aandachtspanne waar je als ontwerper maar beter rekening mee kunt houden. Hij laat tot in detail zien waar plinten aan moeten voldoen opdat mensen er vaker langslopen, hoe en waar bankjes moeten zijn voordat mensen er vaker op gaan zitten, hoe en waarom bewoners op vijfde verdiepingen en hoger het directe contact met de straat verliezen. Omgevingen moeten volgens Gehl altijd het goede in de mens uitlokken. Omgevingen die dat niet doen – veel modernistische omgevingen moeten het bij hem ontgelden – lokken juist onze slechtere neigingen uit, zoals gemakzucht, ongeduld en angst. ‘First we shape the cities – then they shape us.’ Keer op keer laat het boek zien dat afwisselende omgevingen met een menselijke maat meer mensen aantrekken, als een vliegwiel. Goede ontwerpers nemen dat, en niet hun ontwerpideaal, als uitgangspunt voor hun handelen. Aldus Gehl.

Een ode aan de samenwerking

Maar zoals zo vaak bedriegt de schijn. Het is de vrouw van Jan Gehl die hier spreekt. Als omgevingspsychologe heeft zij haar man van meet af aan diepgaand beïnvloed. Zonder zijn vrouw zou de jonge Gehl zich hoogstwaarschijnlijk hebben ontwikkeld tot een doorsnee architect, met meer aandacht voor ontwerp dan psychologie. Het doet bijna denken aan de verhalen van Tom Poes: Jan als de Bommel die iedereen op het podium doceert, vrouw Tom Poes die het stilletjes allemaal heeft bedacht. Maar ook dat zou een bedrieglijk beeld zijn. Want zonder haar man hadden de inzichten van de omgevingspsychologe hoogstwaarschijnlijk niet zo ver gereikt als nu. Het is de verdienste van Jan Gehl dat ze zijn vertaald in zoveel aansprekende ontwerpinzichten en dat ze op zoveel podia terecht zijn gekomen.

Deze korte ode is daarmee vooral een ode aan de samenwerking. Een ode aan het tekort van de individuele mens, die niet kan worden opgeheven met een sterrenstatus, maar via samensmelting met de inzichten van een ander. Cities for People: een boek dat de mens dient, het product is van hoogwaardige samenwerking en bovenal geweldige steden oplevert. Nuttig voor tijdens de zomer- of coronavakantie!

Cities for People, Jan Gehl, ISLAND, ISBN:978-15-9726-573-7

Martin van der Maas
Martin.Van.Der.Maas@amsterdam.nl