Kansrijke pleinen

| 15 april 2020

De kansen op kleine ontmoetingen in de openbare ruimte zijn bijna verdampt. Op Twitter leidt dit tot twee uiteenlopende type reacties. De eerste is die van victorie kraaiende stadsbewoners die, nu eindelijk die toeristen en ex pats zijn opgehoepeld, foto’s van lege pleinen in de steden posten die laten zien ‘hoe verlokkelijk de schoonheid van onze stad nu uit de verf komt’. De tweede is die van nu al nostalgische stedelingen die bedroefd foto’s rondsturen van diezelfde pleinen vanwege juist de afwezigheid van mensen. Niet elke stadsbewoner is een stedeling!

Het kost ons in corona-tijden moeite die publieke ruimte niet te betreden. Want ondanks dat we begaan zijn met ieders gezondheid willen we juist ook graag onder de mensen zijn. We zoeken met z’n allen wat dit betreft het randje op. Wat nog kan en mag doen we ook. Niet om ongehoorzaam te zijn, maar om de voeling met ‘de stad’, met ‘de buurt’, met elkaar, niet te verliezen. Jane Jacobs zou zeggen: that’s the way people behave! Daarom groeten we elkaar in deze pandemische tijden in het publieke domein veel vaker dan we gewend zijn. We lijken een stuk vriendelijker voor elkaar geworden. 

Een andere groep twitteraars ontdekt de steeds over het hoofd geziene pleintjes en plantsoentjes in eigen buurt en stad. Anderen klagen erover dat onze steden zich juist kenmerken door de afwezigheid van Madrileense, Parijse of Romeinse pleintjes. Ik ben het met de laatste groep niet eens.

‘Intieme pleintjes genoeg, we moeten ze alleen wakker kussen’

In mijn boek Terug naar de stad constateerde ik dat in Amsterdam, met name binnen de Ring, wel degelijk veel pleintjes zijn. We doen er alleen niet veel mee of zien ze niet doordat ze fietsenstallingen of anderszins opbergplekken zijn geworden. Zo is het Van der Helstplein in Amsterdam een aangrijpend mooie plek in de stad. Vlakbij het Sarphatipark, net op de grens van de 19de-eeuwse Pijp (de ‘oude’ Pijp) en de bebouwing uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. Het is een bomenplein met volgroeide platanen. De functies rond het plein zijn naast woningen vooral horecavoorzieningen van verschillend allooi. Uitnodigend is het restaurant met de prachtige naam Ruis onder de bomen. Café Buhrs (voorheen Quibus) is een begrip in de stad, niet in de laatste plaats vanwege zijn lommerrijk terras. Aan het plein moet wel iets gedaan worden. Onderhoud en inrichting getuigen van desinteresse. Veel verkeersborden, krakkemikkige fietsenrekken kriskras door elkaar, een schots en scheef bestraat plein. Juist deze plek verdient meer aandacht van ontwerpers en beheerders. Succes gegarandeerd. Datzelfde geldt voor het nog intiemere Gerard Douplein.

In stadsdeel West vind je het onvolprezen Da Costaplein. De 19de eeuwse bebouwing schermt het bomenplein tot een intieme plek af. Op een van de hoekpunten van de straten die op het plein uitkomen is een wijnhandel gevestigd. Dat is te weinig voor de vele mogelijkheden die de hoekpunten bieden. Op een andere hoek is een fysiotherapiepraktijk gevestigd, met even verderop een buurthuis. Helaas wordt het plein gedomineerd door speelinrichtingen voor kinderen, waardoor andere activiteiten op deze plek niet mogelijk zijn. Er is overigens ruimte zat voor een café met terras in de hoekpanden aan het plein. Ook hier moet aan het plein iets gedaan worden. Geen verbetering van onderhoud, maar bestemmingswijzigingen! Succes gegarandeerd!

Geen verbetering van onderhoud, maar bestemmingswijzigingen!

Met het gerevitaliseerde Da Costaplein en Gerard Douplein, en nog vele andere kansrijke plekken, kan Amsterdam de vergelijking met de intieme Madrileens of Romeinse pleintjes gemakkelijk doorstaan. Het zou mij verbazen als dat in Rotterdam, Den Haag of Utrecht anders is.

Zo zijn er nog veel meer verborgen pleinen in Nederland die tot volle bloei kunnen komen. Als we even afspreken dat een succesvol plein een plein is dat een mooi ontwerp kent, geflankeerd wordt door pleinwanden met uitnodigende plinten, daadwerkelijk bezocht en gebruikt door verschillende typen mensen om verschillende redenen op verschillende momenten van dag, welke pleinen kunnen we dan ‘wakker kussen’ door (welke?) ruimtelijke en programmatische interventies?

Mag ik deze vraag aan de lezer stellen, en wil die mij dan zijn of haar reactie mailen? Dan kijken we of we een ‘wakker kus pleinen kaart’ van Nederland kunnen maken. 

Jos Gadet
J.Gadet@amsterdam.nl