Klimaatdruk

| 26 april 2018

De klimaatverandering dwingt ons tot miljardeninvesteringen en ingrepen in de fysieke ruimte. Het Deltaprogramma loopt al een tijd en daarvoor hadden we het succesvolle Ruimte voor de Rivier. Dat is het klassieke verhaal van ons beschermen tegen het rijzende water. Daar komt de energietransitie bij, vanwege de internationale afspraken in Parijs, onze eigen ambities en het feit dat we de gaswinning nu echt gaan terugschroeven. Jaarlijks zullen we ongeveer een kwart miljoen bestaande woningen moeten ombouwen naar duurzame energievoorziening. Alle nieuwbouw moet meteen gasloos. Dat zullen er naar schatting 800.000 tot een miljoen zijn.

Wie die cijfers bij elkaar optelt, komt tot duizelingwekkende getallen. En we hebben het hier alleen nog maar over woningen. Dit alles roept allereerst de vraag op of we de capaciteit in de bouwnijverheid hebben voor deze bouwopgave. Nu al blijkt de bouw de klussen niet aan te kunnen. Wat zal de enorme opgave dan doen met de prijzen voor verduurzaming van onze woningen.

Dan de vraag hoe we dit gaan organiseren. Ziet u het voor zich? In de stedelijke gebieden tienduizenden woningen tegelijk in aanbouw en nog eens een kwart miljoen in stad en land in de stijgers voor de verduurzamingsslag. Die bouw- en verduurzamingsopgave levert een enorme druk op de fysieke leefomgeving, die de lokale overheid in goede banen moet leiden.

We constateerden al eerder dat de energietransitie in feite een economische transitie is, met ingrijpende gevolgen voor bedrijvigheid, mobiliteit en ons hele ruimtelijke gedrag.

Voor Laag Nederland, de veenweidegebieden voorop, komt daar de bodemdaling bij. In ROm 4, april besteedden we uitgebreid aandacht aan de forse opgave die daar ligt, opnieuw vooral in de stedelijke gebieden. Tot op heden domineert het ad hoc-beleid en we moeten vrezen dat het voor de verduurzaming van de samenleving niet anders is.

Meer dan ooit hebben we sturing nodig, om het Nederland van de toekomst vorm te geven.

Marcel Bayer