Verkeersveiligheid op provinciale wegen
Laat de weg zijn wat die lijkt!

| 8 mei 2018

In mijn jeugd waren er niet zoveel auto’s in de buurt. Straatvoetbal, stoepranden, tikkertje… het gebeurde allemaal op de gebakken klinkers. Als jochie van een jaar of 10 en dromer van aard lette ik bij het spelen op straat niet altijd goed op. En waarom ook? Spelen op straat leek toen nog erg veilig. Leek zeg ik met nadruk!

Meerdere keren ben ik aan de dood ontsnapt. Zo rende ik eens tijdens het spelen tussen twee geparkeerde auto’s door de straat op. In een oogwenk zag ik een auto van links komen en liet mij van schrik vallen, waardoor de auto over mij heen reed en boven mij tot stilstand kwam. De bestuurder, in de volle overtuiging dat hij een kind had doodgereden, rende al roepend ‘Help, ik heb een kind doodgereden’ in paniek naar de winkel van mijn oma die zich in diezelfde straat bevond. De buurt kwam in actie en rende naar de plaats van het noodlottige ongeval om tot de ontdekking te komen dat er geen kind te bekennen was. Ik was van onder de auto vandaan gekropen en was al weer druk aan het spelen.

De buitenruimte is een slagveld

Je hebt echt een engel op je schouder pleegde mijn familie te zeggen. Die engel zit er denk ik nog steeds. En heeft mij gedurende mijn leven op verschillende momenten bijgestaan. En ja, die engel is nodig. Vooral tegenwoordig. De buitenruimte is een slagveld. Een arena waar de wet van de sterkste geldt. Met de auto, de fiets of gewoon de benenwagen wordt de arena betreden om zonder brokken het einddoel te bereiken. Om het spel goed te spelen is goed materiaal nodig. Neem de auto: een geavanceerde kooi, voorzien van gordels (verplicht sinds 1976), kreukelzone, ABS en noem maar op.

De buurtwegen zijn het speelveld voor de beginners, de wijkontsluitingswegen voor de amateurs en de N-wegen met de N34 als finale-arena voor de premier league.

Maar het verkeer is helaas geen spelletje! De provinciale wegen kennen verhoudingsgewijs veel verkeersslachtoffers. Dit heeft minister Cora van Nieuwenhuizen doen besluiten 50 miljoen vrij te maken om ze veiliger te maken.

Het is aandoenlijk om te zien dat pas bij het beschikbaar komen van geld veel deskundigen ineens over elkaar heen struikelen om te vertellen wat er met dat geld moet gebeuren. De bermen zijn te zacht, het aantal erfaansluitingen is te veel, de rijstroken moeten verbreed, obstakels verwijderd, bomen gerooid, landbouwvoertuigen geweerd, meer rotondes aangelegd, de snelheid omlaag!

Te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken

Ho, ho, ho denk ik dan. Laten we even kijken naar het ontstaan van die provinciale weg. Menige provinciale weg was ooit een snelweg. Het merendeel is gemaakt voor het snelverkeer van toen. Maar in de huidige situatie betekent dit veelal: te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken. De keuze voor bomen rooien, minder erfaansluitingen en scheiden van verkeersstromen zijn een pleidooi voor het tafellaken, terwijl het aanleggen van rotondes en snelheidsbeperkingen een voorkeur voor het servet impliceert.

Hier loert het gevaar van een potpourri van maatregelen zonder een duidelijke keuze, met als gevolg nog meer schijnveiligheid. En laat dat nu juist hét probleem zijn van veel provinciale wegen. Ze lijken veilig, maar zijn het niet! En die veiligheid verhogen we niet door bijvoorbeeld het verbreden van rijstroken van 2,75 meter naar 3,30 meter.

Doorbreek de schijnveiligheid van de provinciale weg

Het gaat niet om de technische invalshoek, maar vooral om hoe je het profiel van de weg beleeft in relatie tot de werkelijkheid. Het oude adagium gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde doet ook hier opgeld. Te lang hebben we geknutseld aan de weg om aan normen te voldoen en te weinig was er aandacht voor de beleving van de gebruiker van de weg en de toekomstige ontwikkelingen.

Kortom, wat gaan we doen? Gaan we de provinciale wegen oplappen, upgraden of vernieuwen? Wordt het een N-weg 1.1 of zijn we toe aan een N-weg 2.0? Mijn voorstel: laten we zorgen dat het beeld dat de gebruiker van de weg krijgt zoveel mogelijk klopt met de werkelijkheid. Laat de weg zijn wat die lijkt!

Fred Bransen is als programmamanager ruimtelijke kwaliteit/consultant werkzaam bij adviesbureau Tauw