Landbouw en natuur: soms is scheiden het beste

| 22 juli 2020

Scheiden of verweven van landbouw met natuur? In ons kleine land waar elke snipper grond intensief gebruikt wordt, speelt deze discussie al decennialang en steekt nu weer de kop op.

De oplossing moeten we zoeken in de aanwijzing van grotere gebiedseenheden, met een duidelijker onderscheid tussen regio’s waar natuur en landschap prioriteit hebben en kerngebieden voor hoogproductieve landbouw. Zo komt een einde aan de versnippering en kunnen de agrarische sector én de natuur zich beter ontplooien. Rondom natuurgebieden krijgt extensieve, natuurinclusieve landbouw de ruimte en ontstaan grote bufferzones. Dat helpt ook bij het oplossen van stikstofproblematiek.

Onlangs pleitte een bijzondere coalitie van oud-ministers (Veerman en Winsemius), hoogleraren en ecomodernisten voor deze benadering. En ook in het eindrapport van de stikstofcommissie-Remkes vinden we dit concept terug.

De hoogproductieve landbouw concentreert zich op de meest vruchtbare gronden. De grove contouren van deze ‘agrarische hoofdstructuur’ tekenen zich af, in een strook van kleigronden van Zeeuws-Vlaanderen en West-Brabant en de rijke graslanden in het westen, via de Flevopolders tot in Friesland en Groningen. Agrarische bedrijven moeten ook in deze kerngebieden voldoen aan randvoorwaarden van milieu, gezondheid en ruimtelijke ordening. Inzet van moderne technologie is randvoorwaarde.

Voor de niet-grondgebonden landbouw geldt een apart voorstel. In ‘agroparken’ worden de varkensstallen, kippenschuren en kassen geconcentreerd. Concentratie maakt het mogelijk om de systemen zo te sluiten dat de externe (overlast-)effecten worden geminimaliseerd. Velen hebben moeite deze vorm van veehouderij als vorm van industrie te zien. Toch is dat nu ook de realiteit, onder suboptimale omstandigheden.  

‘Het vergt stuurmanskunst en de inzet van een ruim, door de rijksoverheid beschikbaar te stellen budget’

Het formuleren van deze ideeën is niet meer dan een begin. Het maatschappelijk draagvlak houdt niet over; verzet komt van twee kanten. De agrarische sector zal opponeren tegen het verlies van landbouwareaal en tegen de aanpassing van de bedrijfsvoering buiten de landbouwkerngebieden. Mensen met affiniteit voor natuur en landschap vrezen dat het rond de landbouwkerngebieden ‘onleefbaar’ wordt, vol landbouwgif, met kale, lege vlaktes en een morsdode bodem. Zij bepleiten overal natuurinclusieve kringlooplandbouw.
Het zal veel informatie, dialoog en debat vragen om beide fronten in beweging te krijgen.

Uitwerking en realisering vergt een lange adem; waarschijnlijk een periode van circa dertig jaar. Niet zo gek, want ook aan de realisering van de ecologische hoofstructuur (nu: Natuurnetwerk Nederland) wordt al 27 jaar gestaag gewerkt. Het vergt stuurmanskunst en de inzet van een ruim, door de rijksoverheid beschikbaar te stellen budget. Denk bijvoorbeeld aan uitkoop en verplaatsen van landbouwbedrijven, aankoop en herinrichting van verbindingszones, opzet van herverkavelingsprojecten. Het aangekondigde Nationaal Programma voor het Landelijk Gebiedkan de houtskoolschets van de gebiedsindeling laten zien, evenals de contouren van de uitvoeringsstrategie. Het kabinet is aan zet.

Friso de Zeeuw is emeritus hoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft. Hij schrijft maandelijks een column in ROm, het vakmagazine voor de fysieke leefomgeving.