Heiloo en Wierden geven vorm aan participatie rond omgevingsvisie
Landschap verbindt!

| 18 januari 2019

Veel gemeenten zijn op zoek naar een zinvolle manier om hun burgers bij het opstellen van de omgevingsvisie te betrekken. In Heiloo en Wierden maakten boeren en omwonenden gezamenlijk een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op basis van breedgedragen landschapskwaliteiten. Naast input voor de omgevingsvisie zorgden de bewonersbijeenkomsten voor meer wederzijds begrip tussen de gebruikers van het gebied.

Dit artikel verscheen eerder in ROm 12, december 2018. ROm is gratis voor ambtenaren. Neem nu een abonnement.

Burgers hebben van de wetgever een belangrijke rol gekregen in de totstandkoming van lokale omgevingsvisies. Over alle belangrijke keuzen en afwegingen moeten ze mee kunnen praten, zodat er een breedgedragen toekomstvisie ontstaat. Dat is geen gemakkelijke opgave voor bestuurders. Meestal komen bewoners pas in actie als hun leefomgeving door een nieuwbouwplan of de aanleg van een weg wordt bedreigd.
In vier gemeenten is het afgelopen jaar geëxperimenteerd met een methode waarin burgers vooraf heldere randvoorwaarden formuleren voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteit en beleving van het landschap staan daarin centraal.

Veel inwoners bleken gehecht aan de talloze kleine landschapselementen in het gebied, zoals een rij knotwilgen, een oude waterloop of de nog aanwezige houtwallen.
Beeld Edwin Raap

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kennis en opinies delen
Edwin Raap van Landschap Noord-Holland was met enkele andere adviseurs en landschapsarchitecten nauw betrokken bij de vier pilots. ‘In het project Gewaardeerd Landschap bepaalden boeren en omwonenden met elkaar welke onderdelen van het landschap zo waardevol zijn dat ze bij nieuwe ruimtelijke ingrepen behouden moeten blijven. Zo ontstond een helder toetsingskader die in de lokale omgevingsvisie kan worden gebruikt.’

Een breedgedragen lijst van landschappelijke kernkwaliteiten als toetsingskader

De initiatiefnemers stelden voor alle vier gemeenten eerst een biografie van het landschap op om de bewoners een zekere basiskennis over het gebied en zijn ontstaansgeschiedenis mee te geven. Ze maakten daarbij dankbaar gebruik van Panorama Landschap, een website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met objectieve informatie over het landschap van 78 Nederlandse regio’s.
Deze basiskennis vormde het uitgangspunt voor een discussie over waardevolle landschapsonderdelen en wensen ten aanzien van het beheer.

De deelnemers zetten het gesprek later voort tijdens een fietstocht door het gebied, waarna alle resultaten op een afsluitende bijeenkomst werden samengevat en gepresenteerd. In iedere gemeente ontstond zo een breedgedragen lijst van landschappelijke kernkwaliteiten die in de omgevingsvisie als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan worden gebruikt.

Wederzijds begrip
Raap was zelf als projectleider nauw betrokken bij de bijeenkomsten in Heiloo.
Daar discussieerden agrariërs en omwonenden intensief over de uitbreiding en modernisering van landbouwbedrijven. ‘Niemand wil de boeren uit het gebied hebben. Ze zijn de belangrijkste dragers van het landschap. Maar als er nieuwe grote schuren moeten komen, willen omwonenden dat die zorgvuldig in het landschap worden ingepast.’

Veel inwoners bleken gehecht aan de talloze kleine landschapselementen in het gebied, zoals een rij knotwilgen, een oude waterloop of de nog aanwezige houtwallen.
Agrariërs gaven aan dat ze die karakteristieke onderdelen van het boerenlandschap best willen onderhouden. Maar de huidige landbouwpolitiek, die uitgaat van schaalvergroting en prijsconcurrentie, maakt dit in hun ogen onmogelijk. ‘In de loop van het project ontstond steeds meer wederzijds begrip voor elkaars behoeften en wensen. Een gesprek over het landschap blijkt een geschikte manier om partijen te verbinden, waardoor een breedgedragen visie op het gebied kan ontstaan.’

Bewoners zijn op een andere manier naar hun leefomgeving gaan kijken’

Cor Ouwerkerk van de gemeente Heiloo beaamt dat. Ook hij zag tijdens de bijeenkomsten hoe bewoners én agrariërs het landschap open willen houden,
maar boeren tegelijkertijd voldoende economisch perspectief willen geven.
‘Bij de discussie over de ontsluiting van het gebied kwam die wil om er samen uit te komen terug. Veel agrariërs zitten niet te wachten op paden die hun land versnipperen of voor onrust op het erf zorgen. Bewoners willen juist meer in het buitengebied recreëren. Als je daar met elkaar over doorpraat, blijken omwonenden maar een handvol nieuwe wandel- of fietspaden te willen. Niet iedere plek hoeft voor hen even goed ontsloten te zijn. Daar kom je dus samen wel uit.’

Hoewel uiteindelijk maar een klein deel van de inwoners van Heiloo aan de bijeenkomsten deelnam, neemt Ouwerkerk de resultaten van het participatietraject serieus. ‘De aanbevelingen in het eindrapport zijn goed onderbouwd en bieden heldere aanknopingspunten voor onze omgevingsvisie.’ Het is nog onduidelijk of Heiloo een eigen visie maakt of daarin met zijn buurgemeenten optrekt. Voor de input vanuit de gemeenschap zal dat volgens Ouwerkerk weinig uitmaken. ‘De manier waarop inwoners van Bergen of Castricum het landschap beleven, zal niet erg afwijken van de ervaringen in Heiloo.’

Buurtcoöperatie aan zet
Het idee om burgers via het landschap over de lokale omgevingsvisie na te laten denken, had in het Overijsselse Wierden niet op een beter moment kunnen komen.
Jongeren en ouderen trekken er weg, terwijl het kleinschalige coulisselandschap onder druk staat door woningbouw en veranderingen in de landbouw.

In december 2017 richtten bewoners van de buurtschappen Notter en Zuna een coöperatie op om de leefbaarheid in het gebied te verbeteren. De gemeente besloot de coöperatie een leidende rol te geven in het participatietraject. Dat leidde tot drukbezochte bewonersavonden en een breedgedragen visie op de omgeving van de twee buurtschappen. ‘De inwoners van Notter en Zuna zijn verknocht aan het kleinschalige landschap waarin ze wonen. Maar ze beseffen heel goed dat het gebied open moet staan voor nieuwe ontwikkelingen om verrommeling tegen te gaan’, vertelt gemeentelijk beleidsmedewerker Jan ten Tije.

Het begin van het participatietraject in Wierden viel samen met de start van de provinciale pilot Langjarig Landschapsbeheer. Bewoners kunnen daardoor meepraten over de toekomstige omgevingsvisie en waarschijnlijk veel van hun wensen realiseren met geld van de provincie. Zo gaven veel bewoners, net als in Heiloo, aan meer fiets- en wandelmogelijkheden te willen hebben. Dat hoefden niet meteen nieuwe paden te zijn. Het was al voldoende als bestaande wegen, zoals de schouwpaden van het waterschap, geschikt werden gemaakt voor recreatie en beter met elkaar verbonden zouden worden. Ook de ideeën om streekeigen hekwerken neer te zetten en de bermen en akkerranden natuurvriendelijker te beheren, kunnen mogelijk voor een deel uit het provinciale geldpotje worden betaald.

 

Bewoners en boeren tijdens een fietstocht door het gebied bij Notter en Zuna in Wierden, Overijssel.
Beeld Martijn Horst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere omgang met bewoners
Ten Tije is tevreden over de uitkomsten van de bewonersavonden en de fietsexcursie door het buitengebied. Bewoners zijn volgens hem op een andere manier naar hun leefomgeving gaan kijken. Ze hebben ook veel ideeën aangeleverd. ‘Het wordt voor ons gemakkelijker om in de omgevingsvisie nieuwe ontwikkelingen en behoud van het landschap tegen elkaar af te wegen. Wierden is natuurlijker groter dan Notter en Zuna, maar deze pilot laat ons zien dat het mogelijk is om bij gebiedsontwikkeling op een andere manier met bewoners om te gaan.’

 

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? In het programma Erfgoed en Ruimte zette de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de afgelopen jaren samen met andere partijen in op ruimtelijke ordening vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROm deed er iedere maand verslag van. Ontdek ook op www.erfgoedenruimte.nl hoe cultureel erfgoed een basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaven.

Jaco Boer