In de Achterhoek bieden zonneparken nieuw perspectief
Lege boerenerven vragen om nieuwe initiatieven

| 13 april 2017

Bijna veertig procent van de Nederlandse agrarische bedrijven sluit naar verwachting vóór 2030 de deuren. Op het platteland komt daardoor 16 miljoen vierkante meter aan stallen en schuren leeg te staan. Op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzochten verschillende partijen de mogelijkheden om deze opgave gezamenlijk op te pakken. In de zoektocht naar integrale oplossingen kan cultuurhistorie een belangrijk vertrekpunt zijn.

In Noord-Holland staan bijna vijfduizend historische stolpboerderijen. Met hun piramidevormige daken domineren ze het vlakke landschap en vormen een onmisbaar onderdeel van de identiteit van het gebied. De provincie wil de toekomst van deze karakteristieke gebouwen zoveel mogelijk veiligstellen. Een deel van de boerderijen heeft al een nieuwe bestemming gekregen als woning, kantoor of kleinschalig hotel. Maar in de afgelopen decennia zijn veel stolpboerderijen door brand of sloop verloren gegaan. Voor een agrarische functie zijn de monumentale bouwwerken meestal niet meer geschikt.

In opdracht van de provincie onderzocht de adviesorganisatie voor omgevingskwaliteit Mooi Noord-Holland hoe het behoud en de herbestemming van de historische stolpboerderijen een impuls kan krijgen. Vooral bij exemplaren die dicht bij elkaar langs dijken en polderwegen staan, is het belangrijk dat ze in stand blijven. Als er één gebouw tussenuit valt, verliest het lint van boerderijen een belangrijk deel van zijn landschappelijke waarde. Mooi Nederland adviseerde om van deze concentraties een apart beleidsconcept te maken en bracht tien van deze ‘stolpenzones’ in kaart. Strategisch beleidsadviseur Dorine van Hoogstraten van de organisatie vertelt dat de provincie het concept inmiddels heeft overgenomen en vertaalt naar concrete ontwikkelingsprincipes die gemeenten in hun omgevingsvisies kunnen opnemen. ‘De stolpboerderijen die niet in zo’n lint liggen, zijn natuurlijk ook belangrijk om te behouden. Maar die verantwoordelijkheid hadden gemeenten al. Met het concept van de stolpenzones tillen we de opgave naar een hoger gebiedsgericht niveau.’

bERFGOEDenRUIMTE stolpen koedijk Boerderijstichting Noord-Holland kopie
Agrarisch erfgoed
Noord-Holland is niet de enige provincie die oplossingen zoekt voor het groeiende probleem van leegkomende boerenerven. Ook in andere delen van Nederland worstelen bestuurders met agrariërs die geen bedrijfsopvolger kunnen vinden of de schaalvergroting en internationale concurrentie niet meer bij kunnen benen. Afgelopen jaar bracht onderzoeksinstituut WER-Alterra in opdracht van enkele ministeries het probleem gedetailleerd in kaart. Hoewel de onderzoekers een slag om de arm houden, verwachten ze dat bijna veertig procent van de Nederlandse agrariërs vóór 2030 zijn bedrijf zal sluiten. Op het platteland komt daardoor naar schatting 16 miljoen vierkante meter aan stallen en schuren vrij.

Een groot deel van deze gebouwen is gebouwd na 1965 en is weinig karakteristiek. In de daken zit bovendien asbest dat de komende jaren verwijderd moet worden. Slopen lijkt voor deze schuren en stallen de beste oplossing. Maar tot de leegkomende boerenerven behoren circa 2300 bedrijven die behoren tot het agrarisch erfgoed en architectonisch van bijzondere betekenis zijn. Het zijn juist deze karakteristieke gebouwen en hun relatie met het omringende landschap waarover de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zich zorgen maakt. ‘Ze zijn een belangrijk onderdeel van het cultuurlandschap en vertellen het verhaal over de agrarische ontwikkeling van een gebied’, licht RCE-projectleider Jeroen Bootsma toe.

Voorbeeldprojecten
In december heeft de RCE met andere partijen de mogelijkheden onderzocht om de opgave van de leegkomende boerenerven gezamenlijk op te pakken. ‘Wij denken dat cultuurhistorie een belangrijk vertrekpunt kan zijn voor de zoektocht naar integrale oplossingen. Dat willen we de komende jaren laten zien met een aantal voorbeeldprojecten waarvoor we nog nieuwe partners zoeken’, aldus Bootsma. Voor het ene boerenerf is gemakkelijker een herbestemming te vinden dan voor het andere. Een stal in de intensieve veehouderij leent zich vanwege zijn specifieke vorm en uitvoering bijvoorbeeld minder snel voor een nieuwe functie dan andere agrarische gebouwen. Verder speelt de locatie van de boerderij een rol. In een regio met een groeiende bevolking zijn nu eenmaal meer potentiële initiatiefnemers dan in krimpgebieden. Toch zijn ook daar innovatieve projecten te vinden waarmee de leegstand te lijf wordt gegaan. Zo hebben zeven gemeenten in de Achterhoek het plan opgevat om de helft van alle vrijkomende boerenerven – circa 750 stuks tot 2030 – om te bouwen tot zonnepark. Op de plek van de asbesthoudende stallen moeten duizenden zonnepanelen komen, zorgvuldig ingepast in het landschap, die een groot deel van de regio van energie gaan voorzien.

Ontwerp voor een zonnepark op een agrarisch erf in de Achterhoek. Beeld: AGEM

Ontwerp voor een zonnepark op een agrarisch erf in de Achterhoek. Beeld: AGEM

Zon op Erf
Aad Grandia van de Achterhoekse Groene Energie Maatschappij (AGEM) heeft in opdracht van de gemeenten alle kansen en knelpunten voor de eerste tien Zon op Erf-projecten in kaart gebracht. De bevindingen worden deze maand door de lokale overheden besproken, zodat ze een volgende stap in het project kunnen zetten. Volgens het onderzoek blijkt de productie van zonne-energie op boerenerven economisch rendabel, maar de regels maken het agrariërs wel lastig om over te stappen. ‘In zes van de zeven gemeenten is het nodig om het bestemmingsplan aan te passen, omdat de opwekking van duurzame energie nog niet is toegestaan op een boerenerf. Veel deelnemers hebben moeite met de eis dat de zonnepanelen binnen de contouren van de oude stallen en schuren moeten komen, ook al liggen die gebouwen slecht ten opzichte van de zon.’ En er zijn nog enkele financiële knelpunten. Toch blijft Grandia optimistisch over het slagen van het initiatief. ‘Met wat extra ondersteuning van de gemeenten kunnen de rendementen voor boeren aantrekkelijk worden en de stallen moeten vanwege asbest toch verdwijnen. Met de transformatie van de erven tot zonnepark geef je het platteland weer perspectief.’

Jaco Boer

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van ons land zichtbaar? In het programma Visie Erfgoed en Ruimte (VER) zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ordening vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROm doet er verslag van. Ontdek ook op www.erfgoedenruimte.nl hoe cultureel erfgoed basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaven.