Maak ruimte voor het succes van de stad

| 6 juni 2019

Als je een college of andersoortige presentatie geeft over de banengroei in de stad, ben je verzekerd van een oppositie in de zaal die minstens driekwart van de aanwezigen omvat. Die opposanten vertegenwoordigen academici, politici, betrokken bewoners en een enkele notoire onruststoker. Banengroei zou namelijk alleen ten goede komen aan hooggeschoolde kenniswerkers. Maar dit is niet waar. In The Economist van 23 mei jongstleden valt te lezen dat vergeleken met 2000 een groter deel van de mensen met enkel een middelbare of lagere opleiding aan het werk is! Bovendien beter betaald, en ook nog eens in meer vaste banen.

De economie floreert als nooit tevoren, maar het gonst van de onvrede. The Economist rekent af met dat ongenoegen over het slechte economisch perspectief. Het Londense weekblad wijst erop dat het grootste deel van de westerse wereld een banengroei van ongekende omvang beleeft. Niet alleen is er genoeg werk, maar het is over het algemeen veel beter en comfortabeler werk. De kenniseconomie heeft het lot van de arbeiders sneller dan ooit verbeterd, al was het alleen maar omdat de enorme vraag naar arbeid de onderhandelingspositie gunstiger maakt. Vanwaar  dan toch scepsis en ongenoegen? Omdat, zo merkt The Economist droogjes op: ‘The zeitgeist has lost touch with data’.

Steden zijn dé voorwaarde voor de moderne economie’

Ook met de groei van de stad is volgens velen van alles mis. Gek, want de econoom Walter Manshanden stelde recent tijdens een bijeenkomst over regionale economie waarop hij zijn laatste empirische studie presenteerde, dat vandaag de dag ‘steden de voorwaarde zijn voor [deze] economie’, de stedelijke arbeidsmarkt de krachtigste. Maar in het publieke debat klinkt de roep om grenzen aan die groei steeds luider en is de ‘ stedelijke elite’ naast de ‘witte blanke man’ de meest verafschuwde bevolkingsgroep. Hoezo?

Geen causale relatie
Omdat het succes van de stedelijke economie als oorzaak wordt gezien van een aantal maatschappelijke problemen waarvan de overspannen woningmarkt met exorbitante huur- of koopprijzen, tweedeling en ruimtelijke segregatie, en overlast door drukte de meest prangende zijn. Maar er bestaat geen directe causale relatie. Zou die er namelijk wel zijn dan zouden de buitengewoon succesvolle steden als Wenen en Zürich deze problemen ook moeten kennen. Maar deze twee steden hebben geen overspannen woningmarkt, amper segregatie en betrekkelijk weinig overlast als gevolg van drukte. Hoe kan dat?

Door beleid! Nationaal beleid en stedelijk beleid! De exorbitante huur- of koopprijzen in Nederland zijn een gevolg van het niet voldoende bouwen van woningen op de plekken waar daar de meeste vraag naar is. In de stad! Zij zijn het gevolg van een marktgericht woonbeleid (verafgoding van de koopmarkt, hypotheekrenteaftrek) van de nationale overheid. Zij zijn het gevolg van de politiek-bestuurlijk onmacht de uitwassen op de woningmarkt (buy to let) te beteugelen. Wenen en Zürich zijn huurmarkten, met particulier georganiseerde maar strikt gereguleerde woningbouw (ik schreef al eerder over de Zwitserse Wohngenossenschaften).

Stedelijke problemen zijn vooral het gevolg van slecht beleid’

Tweedeling en ruimtelijke segregatie zijn het gevolg van het anti-stedelijke ruimtelijk-ordeningsbeleid van na de oorlog en het opdoeken van een ministerie voor ruimtelijke ordening nu dat ministerie het meest nodig blijkt enerzijds, en het op bepaalde plekken concentreren van sociale huurwoningen en het  ‘bouwen in het weiland’ anderzijds. We plukken daar nu de wrange vruchten van. Het door de Amsterdamse geograaf Cody Hochstenbach gemunte fenomeen suburbanisatie van de armoede is hiervan het voorbeeld bij uitstek.

Succes meer vieren
De hysterie omtrent drukte in de stad tenslotte is niet alleen een ruimtelijke fixatie (die toeristische drukte concentreert zich in Amsterdam met name binnen het Singel – buiten de Ring A10 is de stad zelfs leeg), maar ook een fixatie op toeristen (terwijl de Amsterdamse bevolking zelf voor de meeste bewegingen in de stad zorgt). Die hysterie lokt ondoordacht beleid uit, temeer omdat de snelheid van de ontwikkelingen het overzicht van bestuur en ambtenarij over causaliteit vertroebelt.

Met The Economist onderschrijf ik dat we het succes van de stedelijke economie veel meer moeten uitdragen en vieren. Want de stad zorgt voor werk en contacten. En dat is uiteraard belangrijk. Onze drijfveren zijn immers het zorgen voor nageslacht en te overleven om die zorg zo goed mogelijk te laten verlopen. Daarvoor hebben we anderen nodig, en werk. Of zoals journaliste Sandra Heerma van Voss het ooit mooi verwoorde: ‘een gevuld hart en een gevulde dagindeling, dat lijkt nog altijd het beste recept voor een aangenaam leven. Als die ontbreken, ligt frustratie op de loer.’ Essentieel hierbij is dat zowel in de biologie als in de economie diversiteit een bewezen en noodzakelijke voorwaarde voor succes is. Het gezondste nageslacht komt voort uit een gevarieerde populatie, en economische innovaties ontstaan in een milieu waar veel en verschillende ideeën tegen elkaar opbotsen. Welnu, diversiteit is het wezenskenmerk van de stad. Dat heeft ons de laatste decennia veel opgeleverd. Daarom buitelen bedrijven en bewoners over elkaar heen om er een plekje te vinden. Aan ons allen om die economische migratie te omarmen en er ruimte voor te maken.

Jos Gadet
J.Gadet@amsterdam.nl