‘Maak van de Agenda Stad geen ambtelijke babbelbox’

| 26 augustus 2015

Agenda Stad blijft een ‘babbelcircuit’ zolang stadsbesturen niet zelf met visie en daadkracht de stedelijke vraagstukken te lijf gaan, vindt Friso de Zeeuw. Terwijl minister Plasterk juist open staat voor beleidsruimte, experimenteerruimte en aandacht voor tegenwerkende regelgeving. De Zeeuw verdenkt gemeentelijke bestuurders ervan gewoon weer te azen op financiële middelen van de Rijksoverheid.

Ronald Plasterk profileert zich als minister van de steden. In een uitvoerig interview in Trouw (15-04-2015) stelt hij dat de stad ‘als motor van onze economie’ een impuls moet krijgen. ‘Meer groei en vernieuwing zijn nodig’. Om dit streven inhoud te geven kan heel Nederland meepraten met de Agenda Stad, een van de twee nationale babbelboxen (de andere is het Jaar van de Ruimte).

Nu die Agenda Stad al dik een half jaar actief is, mogen we van de minister een visie verwachten. Welnu, in het interview schiet hij twee keer in de roos. Hij omarmt de lang gekoesterde wens tot verruiming van de gemeentelijke belastingmogelijkheden. Met gelijktijdige verlaging van de rijksbelastingen, zodat macro de belastingdruk niet toeneemt. Op gemeentelijk niveau komen ’bepalen en betalen’ zo iets dichter bij elkaar; dat komt de besluitvorming ten goede.

Zicht op de Wilhelminapier in Rotterdam vanaf Katendrecht. Steden kunnen negentig procent van hun plannen met hun eigen publieke, private en maatschappelijke partners kunnen uitwerken en realiseren. Beeld Marcel Bayer

Zicht op de Wilhelminapier in Rotterdam vanaf Katendrecht. Steden kunnen negentig procent van hun plannen met hun eigen publieke, private en maatschappelijke partners kunnen uitwerken en realiseren. Beeld Marcel Bayer

Een tweede treffer scoort Plasterk met zijn pleidooi om in de overheidsregulering en de toepassing van regels beter rekening te houden met initiatieven van ondernemers. Fijn dat nu ook deze bewindsman het idee van ’ontslakken’ van gemeentelijk beleid (www.ontslakkengemeente.nl) ondersteunt.

Rolmodel
Tot zover het goede nieuws. Met wat de minister verder naar voren brengt, slaat hij de plank mis. Bijvoorbeeld met de uitspraak: ‘De stad zal steeds dichter bebouwd zijn, compact, de lucht in. Wij zullen niet uitbreiden met voorsteden, want dat is niet efficiënt’.
Verdichting en hoogbouw op geselecteerde (centrum)locaties is natuurlijk prima. Maar elders gaan we juist toe naar de ’groene stad’, al was het maar vanwege de klimaatadaptatie. Daarnaast willen veel mensen niet in de stad, maar in de buurt van de stad wonen, dus in ‘voorsteden’. Het door Plasterks eigen departement geëntameerd onderzoek (resulterend in het rapport De veranderende geografie van Nederland) laat dat ook zien. En dat dit ’inefficiënt’ zou zijn, heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) al eerder weerlegd.

’Visie en aandacht’? Kom dan zelf met een visie’

Onschuldiger is de misser die onze minister maakt met promoten van Berlijn als rolmodel voor Nederlandse steden. ‘Die stad heeft een enorme aanzuigende werking. Want daar gebeurt het.’ Berlijn is een leuke stad, maar deze referentie is raar. De Duitse televisiezender ZDF zond onlangs een documentaire uit die Amsterdam juist neerzet als stad ’waar het gebeurt’, met aandacht voor hippe scene in Noord. De titel is veelzeggend: 10.000 Hipsters können nicht irren. Bovendien vallen kanttekeningen te plaatsen bij de kwaliteit van het Berlijnse stadsbestuur: miljardenoverschrijdingen bij de bouw van het nieuwe vliegveld en de renovatie van de opera.

Tot slot wil Plasterk met het Nederlandse voorzitterschap van de EU in 2016 een verschuiving te weeg brengen van de grote landbouwfondsen naar stedelijke ontwikkeling. Wil dit idee
ook maar een schijn van kans maken, dan moet de minister allereerst over een argumentatie beschikken die klinkt als een klok. Daar is nu nog geen begin van.

Visie
Ik wil stilstaan bij de betekenis van de Agenda Stad. Jos Feijtel schreef er in ROmagazine een kritisch stukje over. Als woerdvoerder van het G32 stedennetwerk probeert Ferd Crone, burgemeester van Leeuwarden, in een blog de kritiek te weerleggen. Crone is ‘blij’ met de Agenda Stad, want hij verwacht ‘visie, aandacht voor de problematiek waar steden tegenaan lopen, beleidsruimte, experimenteerruimte en aandacht voor tegenwerkende regelgeving en zo mogelijk ook financiële middelen.’

Laten we de argumentatie afpellen. ’Visie en aandacht’? Kom dan zelf met een visie en formuleer de items waarop je aandacht wilt hebben, zou ik zeggen. Dan: ’beleidsruimte, experimenteerruimte en aandacht voor tegenwerkende regelgeving’. Uitstekend, maar geef focus en benoem het. De minister zegt er open voor te staan. En dan natuurlijk ’zo mogelijk financiële middelen’. Ik verdenk de meeste stadsbestuurders ervan dat ze om deze reden een beetje meedoen met de Agenda Stad. Onder het motto: ’niet geschoten is altijd mis’.

‘Het blijkt bedoeld als ’bidboek’ voor de Rijksoverheid’

Even gloort er hoop in het verhaal van de burgemeester van Leeuwarden als hij de voorstellen, projecten en innovaties van de steden presenteert in Nederland Stedenland. Die lokale voorstellen zijn keurig per stad en per thema gegroepeerd, rijp en groen. Dat is informatief, maar het blijkt bedoeld als ’bidboek’ voor de Rijksoverheid. Men bepleit ’citydeals’ en ’gezamenlijke teams’ om de plannen van de steden uit te werken. Terwijl de steden negentig procent van die voorstellen met hun eigen publieke, private en maatschappelijke partners kunnen uitwerken en realiseren. Daar hebben ze de Rijksoverheid helemaal niet voor nodig. Met andere woorden: er wordt een ambtelijk ouwehoercircuit vanjewelste opgetuigd met een uiterst vage probleemstelling. Een klassieker! Ik ken de bestuurders van onze middelgrote steden als pragmatische types. Daarom roep ik ze op om eerst helder te formuleren wat ze precies met de rijksoverheid willen bespreken.

Friso de Zeeuw
praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten BPD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *