‘Kiezen voor Karakter’ – 5 jaar later
Meer oog voor erfgoed in ruimtelijke projecten

| 4 februari 2016

Vijf jaar geleden presenteerde het kabinet haar Visie erfgoed en ruimte. De zorg voor het erfgoed werd daarin verbonden met de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. De programmacoördinatoren van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kijken terug op de oogst van de afgelopen jaren. ‘Onze inbreng wordt omarmd.’

Laat cultuurhistorie als inspiratiebron de basis zijn voor ruimtelijke veranderingen. Dat was kernachtig geformuleerd de belangrijkste boodschap die het kabinet in 2011 met haar Visie erfgoed en ruimte (VER) verkondigde. In de nota wordt de zorg voor het cultureel erfgoed aan de ruimtelijke opgaven van ons land gekoppeld. Of het nu gaat om de bouw van nieuwe windmolens, boerenstallen of dijken; ons cultureel verleden kan in de ogen van het kabinet de nieuwe plannen extra kwaliteit geven. Met als belangrijkste resultaat dat te midden van alle veranderingen het karakter van Nederland zichtbaar blijft.

bERFGOEDenRUIMTE Mooi, energiek en bereikbaar Nederland (1) kopie

A4 tussen Leiden en Leidschendam, zicht op het Groene Hart met windturbines en windmolen. Beeld Siebe Swart

Vanzelfsprekend

Vijf jaar lang heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) deze gedachte uitgedragen en vertaald naar concrete samenwerkingsprojecten met andere partijen. De coördinatoren van de vijf programmalijnen in de kabinetsvisie zijn overwegend positief over wat ze daarbij hebben bereikt. Hoewel op een aantal terreinen nog het nodige kan gebeuren, geven ze aan dat meer partijen oog hebben gekregen voor de bijzondere rol van cultuurhistorie in ruimtelijke projecten. ‘Waterbeheerders beseffen dat ons verhaal over de identiteit van gebieden hen kan helpen om het draagvlak te vergroten voor ingrepen als een dijkverhoging. Voor hen is erfgoed een vanzelfsprekend thema geworden. We zitten bij de belangrijkste spelers aan tafel en onze inbreng wordt omarmd’, vertelt Ellen Vreenegoor van de programmalijn Eigenheid en Veiligheid.

‘Erfgoed is niet iets waar je van af moet blijven’

Ook Henk Baas, die binnen de programmalijn Levend Landschap zoekt naar synergie tussen erfgoed, ecologie en economie, zag de afgelopen jaren de belangstelling voor het onderwerp groeien. ‘Voor natuurorganisaties waren we al een logische partner, maar ook bij het Ministerie van Economische Zaken begint er meer aandacht voor onze ideeën te komen.’ Op lokaal en regionaal niveau valt er in de energiesector en de landbouw nog wel een wereld te winnen. Zo staat het kleinschalige karakter van het cultuurlandschap onder druk door de plaatsing van windmolens en de economische schaalvergroting in de agrarische sector. ‘We zijn nog op zoek naar het goede antwoord op die ontwikkelingen.’ Baas heeft wel aan kunnen haken bij verschillende initiatieven in de twee sectoren, zoals de vergroening van boerenbedrijven. ‘Met concrete ontwerpen hebben we laten zien dat zonnepanelen op boerenerven prima in het landschap zijn in te passen. Economische en cultuurhistorische belangen zijn daar op een goede manier met elkaar in evenwicht gebracht.’

Herbestemming versus nieuwbouw

Frank Strolenberg, die de afgelopen jaren partijen stimuleerde om gebiedsgericht naar de herbestemming van gebouwen te kijken, constateert wel dat het einde van de crisis voor een nieuwe blik op de ruimtelijke opgaven heeft gezorgd. ‘Tot medio 2015 was er brede overeenstemming over de dominante rol van herbestemming in het ruimtelijke programma van de komende jaren. Maar vanuit de vastgoedsector klinkt inmiddels de roep om er één miljoen nieuwe woningen bij te bouwen. Sommigen lijken daarmee terug te willen naar de situatie van voor de crisis, maar de samenleving zit niet te wachten op nieuwe uitleggebieden terwijl er nog zoveel leegstand is.’ Strolenberg wil de komende tijd proberen om de monumentensector beter te verbinden met de vastgoedwereld. ‘Vooral bij kleine lokale partijen die zelf weinig kennis en ervaring hebben, kunnen wij als Rijksdienst het verschil maken.’
Hij verwacht daarbij dat de afzonderlijke programmalijnen van de Visie erfgoed en ruimte steeds meer met elkaar vermengd zullen raken. ‘De samenleving is complexer geworden. Sectorale oplossingen voldoen niet meer.’ Ellen Vreenegoor valt hem daarin bij. ‘Ik ben bij een project in Gouda betrokken waarin allerlei thema’s met elkaar verweven zijn: van bodemdaling en waterkwaliteit tot woningbouw en de omgang met monumenten. Door het wegvallen van die scheidslijnen komen we bij de meest uiteenlopende organisaties aan tafel te zitten. Zo praten we nu met het Nederlands Bureau voor Toerisme over het verhaal dat zij toeristen willen vertellen over onze omgang met het water. Dat heeft ook effect op hoe wij als Nederlanders naar onze eigen geschiedenis kijken.’

‘Vooral bij kleine lokale partijen kunnen wij als Rijksdienst het verschil maken’

Wederopbouwgebieden

Naast de integratie van erfgoedzorg in sectoren als water, energie, landbouw en vastgoed is in de Visie erfgoed en ruimte ook de bescherming van een aantal concrete locaties opgenomen. Zo heeft Frank Buchner als coördinator van de Programmalijn Wederopbouw de afgelopen jaren gewerkt aan het opbouwen en verspreiden van kennis over architectuur en stedebouw uit deze periode. Hoewel veel Nederlanders weinig op hebben met de functionalistische naoorlogse wijken heeft Buchner de belangstelling en waardering voor dit cultureel erfgoed gestaag zien groeien onder professionals. ‘Ik had laatst een sessie met ambtenaren in Utrecht die ik foto’s liet zien van een naoorlogse wijk tien jaar na oplevering. Die wilden meteen allerlei dingen in die buurt anders gaan aanpakken vanuit respect voor het oorspronkelijke ontwerp.’

Een belangrijk instrument binnen de programmalijn Wederopbouw zijn de dertig gebieden die als toonbeeld voor dit cultureel erfgoed gelden. Ze bieden inspiratie bij vernieuwende initiatieven in andere naoorlogse wijken. Bestuurders grijpen er nog te vaak naar de slopershamer terwijl hergebruik een reële optie is, vindt Buchner. Afgelopen jaar liet een landelijke prijsvraag over de toekomst van naoorlogse winkelstrips zien dat de vernieuwing van dit soort plekken goed kan samengaan met het behoud van cultuurhistorische karakteristieken. De prijsvraag was daarmee een goede illustratie van de boodschap die de RCE wil uitdragen: erfgoed is niet iets waar je van af moet blijven, maar kun je meenemen in nieuwe plannen om deze meer kwaliteit en betekenis te geven.

‘We willen geen stolp over het verleden zetten, maar cultuurhistorie onderdeel laten zijn van de ruimtelijke ontwikkeling’, herhaalt Ben de Vries. Als programmacoördinator Werelderfgoed is hij binnen de RCE verantwoordelijk voor het beleid rond deze monumenten die evenals de dertig wederopbouwgebieden speciale aandacht krijgen in de VER. Regelmatig moet hij verontruste bestuurders erop wijzen dat er meer mogelijk is rond werelderfgoederen dan ze denken. ‘Kijk naar het nieuwe entreegebied voor de molens van Kinderdijk. In het ontwerp hebben we daar allerlei ruimtelijke knelpunten kunnen oplossen zonder dat het unieke karakter van de plek wordt aangetast.’

05-02-2015 Hergebruik - Amersfoort - Ben de Vries, Ellen Vreenegoor, Frank Strolenberg, Henk Baas, Frank Buchner en Josje Schnitzeler (willekeurige volgorde) bij de Nieuwe Stad, voorheen de Prodent fabriek.

V.l.n.r. Henk Baas, Ellen Vreenegoor, Frank Strolenberg, Frank Buchner, Josje Schnitzeler en Ben de Vries in restaurant Hoog Vuur in Amersfoort, in een voormalig industrieel gebied. Beeld Ruben Schipper

Koloniën van Weldadigheid

De komende tijd zal De Vries zich veel gaan bezighouden met de mogelijke benoeming van de Koloniën van Weldadigheid tot Nederlands nieuwste werelderfgoed in 2018. Het kabinet heeft deze locaties in Nederland en Vlaanderen afgelopen voorjaar officieel voorgedragen aan UNESCO’s Werelderfgoedcomité. Ook de andere programmacoördinatoren van de RCE zitten vol met plannen voor 2016, het laatste jaar van het uitvoeringsprogramma van de VER. Zo laat Frank Strolenberg onder meer een handvol stadsbiografieën schrijven en verdiept hij zich met betrokkenen een week lang in de cultuurhistorie van Sittard-Geleen en de Achterhoek. Ellen Vreenegoor is bezig met een boek over de Deltawerken als integraal ontwerp en is nauw betrokken bij de integrale gebiedsopgave voor het IJsselmeer.

Henk Baas hoopt dit jaar een stap verder te komen bij het verkennen van de mogelijkheden voor een ‘energielinie’ rond de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. En Frank Buchner wil alle kennis en ervaring van de afgelopen jaren bundelen in een brochure die anderen kan inspireren. Hoe de zorg voor het cultureel erfgoed na 2016 aan de toekomstige ruimtelijke opgaven wordt gekoppeld, is nog niet helemaal duidelijk. ‘Het krijgt een plek in de Nationale Omgevingsvisie, maar de manier waarop dat gebeurt moeten we in de loop van dit jaar bepalen’, vertelt programmamanager Josje Schnitzeler. ‘We zullen in ieder geval aansluiten op een aantal belangrijke ruimtelijke thema’s, zoals de zorg voor onze waterveiligheid en de demografische ontwikkeling en transformatie van steden en regio’s.’

Jaco Boer

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we het karakter van Nederland zichtbaar? Onder de naam Visie erfgoed en ruimte zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ontwikkeling vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROmagazine doet er verslag van. Ontdek ook op www.kiezenvoorkarakter.nl hoe cultureel erfgoed basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaves.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *