Werken aan een waardevol landschap
Met boerenverstand de grote transities aanpakken

| 27 september 2018

auteur: Jaco Boer

Het open veenweidelandschap van het Groene Hart staat onder druk door bodemdaling, verstedelijking en de noodzaak van een duurzame energietransitie. De agrariërs vervullen hier een sleutelrol met de vraag hoe zij als ‘hoeders’ van dit landschap hierop kunnen inspelen en er toch nog een boterham aan kunnen verdienen. In Midden-Delfland en Groot-Wilnis-Vinkeveen proberen agrariërs met een andere bedrijfsvoering het karakteristieke cultuurlandschap te behouden en te verduurzamen. De eerste resultaten zijn positief.

Dit artikel staat in ROm 9, september 2018

Weilanden tot aan de horizon, gevuld met grazende koeien en hier en daar een boerderij die met windsingels is omringd. Het veenweidelandschap dat karakteristiek is voor grote delen van het Groene Hart, is een cultuurlandschap bij uitstek. Tot in de middeleeuwen lagen hier moerassen die pas na veel werk door boeren in bruikbaar grasland werden omgezet. De melk- en kaasproducten die ze maakten, werden verkocht in de omringende steden. Stad en platteland waren zo nauw met elkaar verbonden tot ver in de twintigste eeuw.

De schaalvergroting en internationale concurrentie in de landbouw maakten een einde aan die wederzijdse afhankelijkheid. Het veenweidelandschap werd steeds intensiever gebruikt voor de melkproductie. Voor het landschap had dat ingrijpende gevolgen. Stallen werden groter en moderner terwijl het aantal weidevogels en bloeiende bermplanten terugliep. Boeren kregen steeds meer kritiek op hun productiemethoden. Zelf zagen ze hun inkomens dalen door oplopende kosten en lagere melkprijzen. De hoogste tijd dus om op zoek te gaan naar een andere bedrijfsvoering die de positie van de veehouderij en de kwaliteit van het veenweidelandschap versterkt.

Kringloopboeren
In Midden-Delfland werden tien jaar geleden al de eerste stappen gezet naar een andere manier van boeren. Kringlooplandbouw speelt daarin een centrale rol. ‘Boeren proberen in dat concept het gebruik van externe grondstoffen, zoals krachtvoer en kunstmest, terug te dringen en meer vanuit de natuurlijke hulpbronnen op hun bedrijf te werken. Dat zorgt niet alleen voor lagere kosten maar ook voor een duurzamere bedrijfsvoering waarvan het landschap profiteert’, legt Frank Verhoeven van adviesbureau Boerenverstand uit.

Verhoeven coördineert namens de Gemeente Midden-Delfland en LTO Delflands Groen het programma Kringloopboeren Midden-Delfland. Daarin wisselen zo’n 35 agrariërs in studiegroepen ervaringen met elkaar uit en vergelijken ze hun prestaties op het gebied van mineralengebruik, dierenwelzijn en biodiversiteit. Bij het behalen van een zekere score ontvangen ze een kringloopcertificaat en een kleine financiële beloning. Voor jonge boeren is er binnen het programma een netwerk opgericht waarin allerlei thema’s aan de orde komen en deelnemers worden uitgedaagd om buiten de gebaande paden te denken.

Verbinding leggen met stadsbevolking, de natuur en de recreatie.

Delflandse Vleesmeesters
Met agrariërs die voorop willen lopen in de vernieuwing van hun bedrijf, verkent Verhoeven ook alternatieve verdienmodellen. Zo hebben acht jonge boeren zich verenigd in de Delflandse Vleesmeesters. Nadat de koeien voor de melkproductie hebben afgedaan, worden ze verkocht aan lokale slagers die het vlees verwerken tot barbecuepakketten voor particulieren. Een andere groep boeren heeft een lokale zuivelcoöperatie opgericht en zet eigen melkproducten eveneens af in de omgeving. ‘Het zijn natuurlijk nicheproducten, maar daarmee versterk je wel de relatie tussen boer en stedeling. Voor je draagvlak als boer is dat een goede zaak.’

Het geld voor het programma en de extra beloningen die kringloopboeren ontvangen voor maatschappelijke prestaties zoals het terugdringen van hun CO2-uitstoot, komt uit het gebiedsprogramma Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam (IODS). Dit is ingesteld bij de aanleg van de A4 van Delft naar Schiedam om het landschap en de melkveehouderij in Midden-Delfland een kwaliteitsimpuls te geven. Uit het beschikbaar gestelde budget financierde Gemeente Midden-Delfland meerdere initiatieven binnen het programma Kringloopboeren, waaronder subsidieregelingen voor boeren die zonnepanelen op hun schuur willen leggen of vervuiling van het grondwater willen tegengaan.

Ontwikkeling van onderop
Ook in polder Groot-Wilnis-Vinkeveen werken verschillende partijen samen aan een duurzame toekomst voor het gebied. De provinciale plannen voor de aanleg van een groot natuurgebied zorgden hier voor zoveel weerstand dat de verantwoordelijke Utrechtse gedeputeerde Bart Krol de regio uitdaagde om zelf met een beter plan te komen. Het leidde tot een breedgedragen ontwikkelingsstrategie voor het veenweidegebied dat in een convenant werd vastgelegd.

‘Vaak zijn het jongere agrariërs die met nieuwe initiatieven komen.’

Omgevingsadviseur Nico Röling van de Gemeente Ronde Venen legt uit dat er in de afgelopen acht jaar door de tien gebiedspartijen hard is gewerkt aan uiteenlopende projecten, zoals het beperken van bodemdaling via onderwaterdrainage of de aanleg van nieuwe recreatieve voorzieningen. Ook werkten de boeren op vrijwillige basis mee aan het creëren van een natuurverbindingszone tussen de Vinkeveense Plassen en de Wilnisse Bovenlanden. ‘Om agrariërs daarin mee te krijgen, was het belangrijk om een-op-een met hen te gaan praten. Elke ondernemer heeft toch weer andere plannen met zijn bedrijf. In ons nieuwe bestemmingsplan geven we boeren die hun bedrijfsvoering willen verbreden met een kleinschalige camping of de verkoop van streekproducten, meer ruimte om dit op te pakken.’ Het zijn volgens Röling vaak de jongere agrariërs die met nieuwe initiatieven komen en de sector en het gebied vitaal houden. ‘In vergelijking met de oudere generatie hebben zij meer oog voor het landschap waarin zij werken en stellen zich opener naar hun omgeving op.’

Identiteit versterken
Joost Samsom is zo’n relatief jonge boer in Wilnis die in de jaren negentig het bedrijf van zijn ouders overnam en er tien jaar later een biologische melkveehouderij van maakte. Al voordat er sprake was van een convenant, was hij actief als natuurbeheerder. De afgelopen jaren wist hij door aankoop en ruil van grond een aaneengesloten gebied van zeventien hectaren te creëren dat hij beheert als schraal en kruidenrijk grasland. Voor zijn activiteiten als natuurbeheerder ontvangt hij jaarlijks een passende vergoeding vanuit de rijksoverheid.

Inmiddels staat er midden in het natuurgebied ook een kleinschalig horecapaviljoen met uitkijktoren waar bezoekers het veenweidelandschap van bovenaf nog intenser kunnen ervaren. Samsom speelt daarmee in op een van de doelen van het convenant: het bieden van meer recreatiemogelijkheden om het landschap van dichtbij te kunnen ervaren en leren te waarderen. Met het paviljoen wilde Samsom in de eerste plaats extra inkomsten genereren. Hij vindt daarnaast belangrijk dat mensen van het landschap genieten. ‘Ik ben een groot liefhebber van het veenweidegebied. Waar vind je midden in de Randstad nog zo’n weids uitzicht en volop boerennatuur.’

Hekkenproject
Om de beleving en identiteit van het gebied te versterken bedacht hij enkele jaren geleden het Hekkenproject. Met een subsidie uit het gebiedsprogramma voor de uitvoering van het convenant werden vervallen hekken op de perceelontsluitingen vervangen door nieuwe robuustere exemplaren van eikenhout. De hekken werden voorzien van een naam, die verwees naar het voormalige gebruik, dan wel de geologische gesteldheid van de bodem of de vorige perceeleigenaar. ‘In 2014 zijn we begonnen met het plaatsen van een kleine vijftig hekken. Dat heeft zoveel positieve reacties van boeren en recreanten opgeleverd dat er nog eens honderd bij zijn gezet. Zo hebben we een stukje cultuurhistorie in ere hersteld en straalt het gebied een zekere eenheid uit.’

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelt dit najaar de staalkaart ‘Ruimte voor Agrarisch landschap en Erfgoed’. Dit document laat op basis van praktijkvoorbeelden zoals in dit artikel, zien hoe de veranderingen in het agrarisch landschap door de landbouw met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit kunnen worden uitgevoerd.

 

 

Erfgoed en ruimte
Nederland verandert voortdurend. Hoe houden we daarbij het karakter van ons land zichtbaar? In het programma Erfgoed en Ruimte zet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met andere partijen in op ruimtelijke ordening vanuit cultuurhistorische inspiratie. ROm doet er verslag van. Ontdek ook op www.erfgoedenruimte.nl hoe cultureel erfgoed de basis is voor kwaliteit in ruimtelijke opgaven.

 

Midden-Delfland, waar boeren ondersteuning kregen om duurzamer en circulair te produceren.

Beeld Gemeente Midden-Delfland