Muziek, verhalen en Stout

| 8 mei 2019

We hadden eindexamen gedaan en vertrokken voor vakantie naar Ierland. De vader van mijn schoolvriend had zijn spaargeld gestoken in een stukje land aan de Kenmare River. Het zou veel geld waard worden, want ook de Oranjes hadden hun oog laten vallen op de schitterende baai aan de Atlantische Zuidwestkust van Ierland.

De Oranjes kwamen niet en het landje aan het water bleef onbeheerd en overwoekerd achter. Tot wij er met bijl en kapmes een plekje vrijmaakten voor onze tent. Ierland was het laatste restje Derde Wereld in Europa, ons plekje zo idyllisch als ik net heb opgeroepen. Vorige week was ik er terug. Mijn schoolvriend woont er met zijn Ierse vrouw en jonge kinderen.

Eco-systeemdiensten, de ‘gratis’ kwaliteiten van het land

Dankzij het internet, de footloose industies en een mild belastingklimaat werd het arme eiland tussen 1995 en 2000 de Celtic Tiger. Een snelgroeiende economie die vooral een bepaalde klasse rijk maakte en vooral de hoofdstad Dublin van aanzien deed veranderen. Er kwamen kantoorgebouwen van glas, bruggen van Calatrava en hippe koffietentjes op oude handelskades. Tot alles met de crisis in 2008 weer tot stilstand kwam en men pas een paar jaar terug de draad weer kon oppakken.

Nog altijd is te zien dat er in Dublin niet veel van het nieuwe geld doorsijpelt naar de overheid of de mensen die niet meedoen in de nieuwe economie. Even buiten het centrum zijn er nog steeds straten met potholes en dichtgetimmerde panden. In de city is het vegan en organic wat de klok slaat, maar ik denk niet dat men zich daarbuiten al de luxe van een cultuuroorlog over dit soort zaken permitteren kan.

Die tweedeling is er in de toeristische gebieden van de Ring of Kerry en de Ring of Bearra vast ook, maar hier lijken er toch meer mogelijkheden om een graantje mee te pikken van de rijkdom die vooral Amerikaanse en Europese toeristen naar het eiland brengen. De natuur, het landschap en de schone lucht vormen hier samen een geweldig geheel van eco-systeemdiensten. Zeg maar ‘gratis’ kwaliteiten van het land, aantrekkelijk om in te luieren, wandelen en fietsen.

Socio-systeemdiensten bieden een basale kwaliteit van leven

Daarnaast zijn er hier, wat ik zou willen noemen, socio-systeemdiensten. Het geheel van schijnbaar onverwoestbare tradities van muziek, verhalen en Guinness (doe mij overigens maar een Beamish) die hier niet alleen voor de toeristen in stand worden gehouden en waar iedereen van mag meegenieten. Gratis, afgezien van het bier natuurlijk.

Ik heb versteld gestaan van de diversiteit aan muziek en verhalen die hier nog iedere dag te beleven is. Van touristtraps met een elektronisch versterkt duo, tot spontane jamsessies in pubs en lounge-entertainment in een chic hotel dat later op de avond gewoon weer ontaard in zang, dans en een dronken Ier die met een geweldig getimed verhaal een rijke Amerikaan te kakken zet. En nog tot diens genoegen ook!

Ik zal niet beweren dat die unieke combinatie van eco- en socio-systeemdiensten van Ierland een gelukkig land maakt. Die combi was er namelijk ook al in de achttiende- en negentiende eeuw toen in totaal ongeveer twee miljoen Ieren wegtrokken om elders een beter bestaan op te bouwen. Het biedt wel een basale kwaliteit van leven, waardoor de Ieren misschien net iets relaxter in het leven staan.

Wij maken al best veel werk van onze eco-systeemdiensten. De lucht is schoner dan vroeger, we ontwikkelen nieuwe natuur en je kunt soms zwemmen in de gracht. Maar als Koningsdag de staalkaart is van onze volkscultuur, dan valt er op het gebied van socio-systeemdiensten nog wel wat te winnen. Moeten we ook eens wat meer aan doen. Worden we misschien relaxter van.

Bas van Horn

basvanhorn@gmail.com