NederLand Art

| 6 september 2017

Dit weekend ging ik naar de opening van de expositie Once more, with feeling over Land Art in Flevoland in KAF EXPO, aan het Weerwater in Almere. Land Art was als kunstvorm eind jaren 60, begin jaren 70 vanuit de Verenigde Staten de Atlantische Oceaan overgewaaid en in Nederland bekend geworden via de tentoonstellingen Op Losse Schroeven in het Stedelijk Museum in Amsterdam (1969) en Sonsbeek buiten de Perken vanuit Arnhem (1971). Tijdens de laatste Land Art-tentoonstelling werd het Observatorium van Robert Morris bij Velsen gerealiseerd. Toen dit weg moest vanwege nieuwbouw, is het kunstwerk gedemonteerd en opnieuw opgebouwd bij Lelystad en daarmee was een nieuwe traditie geboren. Inmiddels staan er zeven landschapskunstwerken in de polders van Flevoland, waaronder De Groene Kathedraal van Marinus Boezem en Sea Level van Richard Serra. Als laatste is in 2016 Pier + Horizon van Paul de Kort toegevoegd in de buurt van Kraggenburg. Afgelopen weekend kondigde gedeputeerde Michiel Rijsberman het achtste kunstwerk aan ter gelegenheid van 100 jaar Zuiderzeewet in 2018.

Hoewel Land Art als kunstvorm typisch jaren ’70 is, lijkt het opnieuw populair te worden. Vooral in Nederland zien we nieuwe landschapskunst ontstaan, vaak in combinatie met een functiewijziging, bijvoorbeeld bij de aanleg van energieweides met zonnecollectoren. En eigenlijk is Land Art natuurlijk ook typisch Nederlands, immers ons land is eigenlijk in zijn geheel een landschapskunstwerk! Wat ook echt super-Hollands is aan de landschapskunst hier, is het aangeharkte karakter. In de VS waren de kunstprojecten vaak ingrepen in de natuur op afgelegen terreinen. Land Art ontstond onder meer vanuit het opkomend milieubewustzijn en het besef dat de aarde kwetsbaar was geworden als gevolg van menselijk handelen. Onderdeel van het project was dan ook dat het kunstwerk werd ‘teruggegeven aan de natuur’. Door erosie en weers- en/of getijdeninvloeden verdwenen veel van deze kunstwerken in de loop der tijd. Dat is iets waar wij natuurlijk moeite mee hebben. Wanneer we ons ‘kunstwerk Nederland’ zouden teruggeven aan de natuur, zou dat betekenen dat heel laag Nederland onder water zou komen te staan.

Aan de hand van een afbeelding van doorgestoken dijken en stopgezette gemalen kan ik altijd uitleggen waarom wij in Nederland zo’n sterke planningstraditie hebben ontwikkeld. Vooral de niet-Nederlanders vinden dat fascinerend. En dat deze gewoonte tot ordening na de Tweede Wereldoorlog een grotendeels heringericht land heeft opgeleverd, waarin wij door efficiëntie en het scheiden van elkaar storende functies een land voor bijna 17 miljoen mensen hebben gecreëerd. Een land zonder miljoenensteden en met respect voor wat we in het verleden hebben gebouwd, aangelegd, op het water hebben veroverd en aan volgende generaties hebben doorgegeven. Ook leg ik dan uit dat het niet bij bouwen, aanleggen en droogmaken blijft, maar dat wij altijd zullen moeten blijven pompen. Dit laatste leidt nogal eens tot verbazing en bevreemding (“zijn die Nederlanders wel goed bij hun hoofd”).

Ik denk dat landschapskunst ook daarom zo bij ons past. Land Art gaat om het ingrijpen in het landschap of het toevoegen aan het landschap. Hierdoor kijk je met ander ogen naar dat landschap en ook de niet gewijzigde delen komen in een ander perspectief te staan. Dat lezen van het landschap is wat wij als landmakers natuurlijk in ons DNA hebben zitten. Of in ieder geval hebben we het tot onze identiteit gemaakt. Landschapskunst zal daarom ook bij ons erfgoed gaan horen.

Zie voor meer informatie over de Land Art-tentoonstelling in Almere: www.landartflevoland.nl/

Anita Blom is Specialist historische stedenbouw bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed