Nieuw initiatief woningmakers Alkmaar

| 26 juni 2018

Onlangs was er een belangwekkende bijeenkomst over woningbouw in de regio Alkmaar. Op initiatief van twee corporatiedirecteuren, een makelaar, een aantal ontwikkelaars en enkele woningbouwadviseurs kwamen zestig mensen bijeen om te praten over de urgentie van het woningtekort. Onder de aanwezigen alle wethouders van de gemeenten in de regio die wonen in de portefeuille hebben. De aanwezigen lieten er geen misverstand over bestaan: er is een acuut tekort aan woningen; daar moeten we samen de schouders onderzetten. Met een oproep aan de provincie: geef ons meer ruimte.

De cijfers over de regio die werden getoond, logen er niet om. De zogenaamde ‘krapte indicator’ liet overduidelijk zien dat de woningmarkt in de regio Alkmaar fors oververhit is. Weliswaar nog niet zo erg als in de Amsterdamse regio, maar meer dan beduidend ongezonder dan gemiddeld in Nederland. Ook werden cijfers bekend gemaakt over het aantal Amsterdammers dat in de regio Alkmaar een woning koopt: in gemeenten als Heiloo, Castricum en Uitgeest gaat al bijna 20 procent van alle bestaande koopwoningen die worden verkocht, naar Amsterdammers. Voor een belangrijk deel zijn dat gezinnen die een appartement verkopen in de Amsterdamse regio. Daar wordt grif geld voor betaald en met die goed gevulde portemonnee verdringen ze de Alkmaarse potentiele kopers van de markt.

Amsterdammers verdringen potentiële kopers in Alkmaar van de woningmarkt

Volgens een aantal wethouders is daarmee duidelijk dat er opnieuw sprake is van ‘overloop’. Niet gereguleerd zoals in de jaren 70 en 80, maar ongereguleerd. Maar evengoed wel in forse aantallen. De klacht van veel gemeenten is dat ze meer woningen willen kunnen bouwen, maar dat de afspraken die daarover door de regio met de Provincie Noord-Holland zijn gemaakt dat niet toelaten. ‘Het keurslijf is veel te krap’. Eén van de wethouders beklaagde zich erover dat haar gemeente recent nog een brief van de provincie had gekregen om locaties te schrappen. ‘Dat snap je toch niet: de woningzoekenden staan jaren op de wachtlijst en de provincie zegt doodleuk: schrap maar wat plannetjes want je bouwt anders te snel.’

Emeritus hoogleraar Friso de Zeeuw stak de aanwezigen een hart onder de riem: ‘Ga samen voor een extra afsprakenpakket bovenop het al lopende programma, vervat in een zogenaamd RAP (Regionaal ActieProgramma woningbouw) en maak daar een RAP-ex van analoog aan de landelijke Vinex.’  Het huidige restrictieve beleid is contraproductief.

De aanwezigen zegden elkaar toe sterker te zullen samenwerken: gemeenten onderling, gemeenten met corporaties en ontwikkelaars/bouwers, maar ook samen met makelaars en architecten. De crash op de woningmarkt is zo desastreus dat niemand zich kan permitteren om niet samen te werken. Afgesproken werd om vier jaar, de nieuwe collegeperiode in gemeenten, samen op te trekken en elkaar daarbij niet uit elkaar te laten spelen.

Regio Alkmaar wil af van knellend keurslijf van woningaantallen

Dit initiatief sluit heel nauw aan bij de plannen die voor de Kop van Noord-Holland-Noord, West-Friesland en de Alkmaarse regio in de maak zijn: een gezamenlijk plan om 40.000 extra woningen aan te bieden aan de Metropoolregio Amsterdam.  Daarvoor worden concrete locaties genoemd in de regio: verdichtingen in de steden Alkmaar en Hoorn, en verder langs de (spoorlijn)knooppunten. Deze plannen moeten bovenop de plannen komen die nu al in de lopende afspraken zitten.

De signalen in Noord-Holland lijken een eerste aanwijzing dat gemeenten zich zelfbewuster gaan opstellen. Naar mijn mening is dit een heel belangrijk eerste begin om als gemeenten de woningbouwtaken weer intensiever op te pakken. De provincie mag het tot haar klassieke taak rekenen om de ruimte te ordenen. Daarmee kan ze invloed uitoefenen op de vraag waar woningbouwlocaties moeten komen. Maar hoeveel woningen en in welke categorieën er gebouwd moet gaan worden, is echt een taak van de gemeenten. Gedetailleerde RAP’s, die zelfs per jaar het pakketje woningen voor individuele gemeenten voorschrijven, waren misschien nog te begrijpen in de crisisjaren, maar zijn totaal ongewenst.

Jos Feijtel