Newskool planeconoom hard nodig voor de energietransitie
Nieuwe Energie

| 7 maart 2019

Een planeconoom van deze tijd heeft scherp zicht op de financiële haalbaarheid van ruimtelijke projecten, kent de belangen van marktpartijen en is bestuurlijk sensitief. Maar actuele thema’s als warmte, mobiliteit, klimaatadaptatie en energieuitwisseling worden toch vaak gezien als een ver-van-mijn-bedshow. In mijn optiek is dat een misvatting.

Steeds meer gemeenten verankeren de energietransitie in hun omgevingsvisie. Een logische gedachte, omdat de ruimtelijke impact aanzienlijk is. Denk maar aan grootschalige energieopwekking in het landelijk gebied. Het is onvermijdelijk dat de energietransitie integraal onderdeel wordt van gebiedsontwikkeling. Daarnaast moeten gemeenten nadenken over hun rol bij de uitvoering van de energietransitie. Op regioniveau moeten gemeenten tot overeenstemming komen over bijvoorbeeld het aantal windturbines en zonneparken als bijdrage aan de landelijke duurzaamheidsdoestelling. Het gaat hier om de Regionale Energiestrategie (RES).

Duurzame energieprojecten zijn voor planeconomen nog onbekend terrein

In de praktijk besteden cursussen over planeconomie steeds meer aandacht aan duurzaamheid. Planeconomen lijken echter nog niet altijd scherp te hebben wat de energieopgave is, wat de gevolgen zijn voor het grondbedrijf en welke rol voor hen is weggelegd. Binnen gemeenten zijn duurzaamheid en gebiedsontwikkeling vaak nog gescheiden disciplines. Duurzame energieprojecten zijn voor planeconomen meestal onbekend terrein, terwijl in de praktijk meer gemeenten een actievere rol innemen bij de energietransitie. Zo gaan gemeenten Twenterand en Midden-Drenthe zelf een zonnepark ontwikkelen en exploiteren gemeenten Den Haag en Zoetermeer openbare laadpalen voor elektrische auto’s. Sommige gemeenten participeren in warmtenetten. Kortom, een actieve rol van gemeenten komt steeds vaker voor, waarbij een planeconoom qua profiel van toegevoegde waarde kan zijn.

In het onderwijs worden steeds meer jongeren op verschillende niveaus voorbereid op de energietransitie. De vraag naar gekwalificeerd personeel in de techniek en installatie, bouw en maakindustrie neemt sterk toe. Bij een studie als bouwkunde worden studenten inmiddels doodgegooid met duurzaamheid. Het lijkt daarom niet nodig om je zorgen te maken om de toekomstige generatie. Maar wat te doen met bestaande overheidsprofessionals zoals planeconomen?

Bijscholen nodig omwille van meer inzicht in de financiële structuren van energieprojecten

Een planeconoom heeft volgens mij juist de vaardigheden om de businesscase van ruimtelijke energieprojecten goed te doorgronden en daarbij inzicht te geven in de risico’s. Dit inzicht is noodzakelijk voor bestuurders. Zij moeten goed kunnen afwegen of een faciliterende of een actieve rol past. Bijscholing van planeconomen is daarom essentieel voor meer inzicht in de financiële structuren van energieprojecten. Die wijken namelijk af van de traditionele grondexploitaties. Naast de financiën zou een planeconoom ook in staat moeten zijn om direct de koppeling te leggen met de mogelijke grondbeleidsvormen.

Gezien de klimaatdoelstelling van 2030 is Nederland gebaat bij meer daden dan woorden. Planeconomen kunnen binnen het ambtelijke apparaat het voortouw nemen om gemeenten beter te positioneren voor de energietransitie en daarmee de gewenste versnelling te bewerkstelligen. Helaas ontbreekt bij planeconomen nog de nodige kennis over de energietransitie. Daarom mijn oproep aan planeconomen: Grijp je kans voor verbreding van het vakgebied en breng je gemeente in beweging voor de nieuwe opgave!
Ferdinand Michiels

 

 

Onder de titel Nieuwe Energie schrijven Jade Oudejans, Ferdinand Michiels en Jolina van Dijk, consultants bij Over Morgen, maandelijks in ROm een column over de uitdaging die de energietransitie stelt aan de inrichting van en het beleid voor de fysieke leefomgeving.