NOVI is niet coronaproof

| 10 december 2020

In vorige bijdragen in ROm hebben Robbert Coops en Victor Frequin een vurig pleidooi gehouden om stevige keuzes te maken in het ruimtelijk beleid. De aanleiding vormde de ontwerp-Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De huidige coronacrisis maakt dergelijke keuzes alleen maar meer manifest. Alleen klonk die noodzaak niet erg door tijdens de parlementaire behandeling op 24 september. Dat is een gemiste kans.

Door Robbert Coops en Victor Frequin Dit artikel staat in ROm 11, november 2020, maandelijks vakmagazine voor de fysieke leefomgeving. ROm is gratis voor ambtenaren in dat domein. Neem een thuisabonnement om ook in deze tijd bij te blijven met wat er speelt.

De huidige organisatie van de ruimtelijke ordening faalt. Vooral in de uitvoering. Hoewel de NOVI – samen met de nieuwe Omgevingswet – juist een pleidooi voert om af te rekenen met overbodige bureaucratie, lijkt daar nu al in de praktijk weinig van terecht te komen. De doorzettingsmacht bij belangrijke dossiers op het terrein van woningbouw of energietransitie blijkt op voorhand gering. Het blijft kwakkelen zolang provincies en gemeenten een cruciale rol spelen bij de realisatie van de NOVI-doelstellingen, en met de maatschappelijk en juridisch sterk verankerde positie van burgers en groeperingen. We laten de doorwerking van Europees beleid, zoals Natura 2000 of de richtlijnen, dan nog maar even buiten beschouwing.

Ondertussen vragen de grote opgaven om doortastend optreden. Zo gaat het niet goed met de voortgang, verduurzaming en vernieuwing van de woningvoorraad. De discussies tussen vakgenoten hierover zijn waardevol, maar leveren uiteindelijk een diffuus resultaat op. Hoogleraar Zef Hemel pleit bijvoorbeeld voor een compacte metropool. Hij schuwt daarbij niet om het Algemeen Uitbreidings Plan van Amsterdam uit 1934 neer te zetten als iets dat ‘ze dus nooit hadden moeten realiseren in die vorm’. Door dit te koppelen aan de zijns inziens toentertijd verkeerde bestrijding van tuberculose – niet door tuinsteden te bouwen, maar door antibiotica te gebruiken – sorteert hij voor op de toekomst na corona. Zijn collega Friso de Zeeuw fulmineert juist weer tegen de ‘fanatieke aanhangers van de verdichte stad’, terwijl architect Harm Tilmans zich afvraagt of hoogbouw in het huidige – door het coronavirus zo geteisterde tijdgewricht – nog wel zo verstandig is. Het zijn allemaal boeiende en relevante thema’s en opvattingen die echter nauwelijks in de NOVI terecht zijn gekomen.

Paradigmawisseling

Is het de opstellers van de NOVI te verwijten dat ze geen of nauwelijks rekening hebben gehouden met de consequenties van de huidige COVID-19 pandemie? Eigenlijk wel! Dat verwijt maken we niet als kritische betweters die achteraf natuurlijk makkelijk praten hebben, maar als min of meer zakelijke en professionele beoordelaars van de inhoud van de NOVI. Want – en dat is de beleidsbepalers zeker aan te rekenen – het ontbreekt in de NOVI aan scenario’s die in tijden van economische bloei of juist van tegenslag en rampspoed zouden moeten gelden. Daardoor is deze voor het ruimtelijk beleid zo bepalende nota nu nog nauwelijks serieus te nemen. ‘Want deze crisis betekent,’ volgens Geert Mak in zijn latere verschenen nawoord bij zijn bestseller Grote Verwachtingen, ‘een economische en sociale ordeverstoring op een niet eerder vertoonde schaal.’ Sommigen verkondigden het einde van dit verbluffende en ontwrichtende tijdperk van globalisering en neoliberalisme. Zo nu en dan valt zelfs al de term paradigmawisseling.

Geen aandacht voor het wereldwijd toenemende besef dat economische groei niet meer zaligmakend is  [einde streamer]

Niemand wist vorig jaar van het bestaan van COVID-19 of welk ander coronavirus dan ook. Toch is het weinig realistisch dat de vooral op klassiek economische gronden gefundeerde uitgangspunten voor het toekomstig ruimtelijk beleid zo overwegend positief zijn geformuleerd. Zeker, de gevolgen van de klimaatverandering, de energietransitie en woningschaarste, de ongebreidelde toename van de mobiliteit, inclusief bijbehorende infrastructuur, de stikstofproblematiek; ze krijgen ruim aandacht in de NOVI. Maar er is geen aandacht voor het wereldwijd groeiende besef dat economische groei in vele opzichten helemaal niet zo positief uitpakt.

De wijze woorden van rijksbouwmeester Floris Alkemade in zijn, begin dit jaar verschenen, boek De toekomst van Nederland zijn op dat punt zeer terecht. ‘Nu we tegen de grenzen aan lopen, is de kunst van richting te veranderen essentieel. Afscheid nemen van ingesleten patronen en gewoonten raakt aan de bestaanszekerheid en voelt vaak als een bedreiging, maar hoe beter je kijkt en hoe meer verbeeldingskracht je inzet, hoe duidelijker het wordt dat de noodzakelijke veranderingen alles in zich dragen om op veel terreinen een betere kwaliteit van leven te realiseren. In onze omgang met wat kwetsbaar en waardevol is, hebben we daarbij een feilloze spiegel die toont of we onze werkelijke waarden en belangen op orde hebben.’

Alkemade vreest een catastrofe – hoewel ook hij het toen nog onbekende coronavirus niet noemt – maar zet vooral in op de reactie daarop. ‘De kunst is om ook de breuk als onderdeel van onze identiteit te zien, het inzicht dat het ware gezicht zich ook toont in de kwaliteit van de reparatie. Aan ons om dat wat we braken, niet als verloren te beschouwen, maar met goud te repareren.’ Overigens doet hij in het FD van 26 september zijn eigen boek tekort als hij de coronacrisis neerzet als ‘hopelijk een tijdelijke crisis’ en deze net als Hemel beschouwt als golfbewegingen in de geschiedenis.

Never waste a good crisis

Naast ons in ROm al eerder geuite pleidooi voor heldere en doordachte keuzes maken, voegen we hier toe dat de NOVI in ieder geval een supplement zou verdienen dat expliciet ingaat op de gevolgen van corona. Want wij vrezen dat het niet bij deze uitbraak van dit virus – of varianten daarvan – zal blijven. De kans daarop lijkt levensgroot. Zo zorgvuldig zijn we helaas niet met onze planeet omgegaan. ‘Het virus dat COVID-19 veroorzaakt was dus niets nieuws en ook geen noodlottig ongeval’, aldus wetenschapsjournalist David Quammen. ‘Het maakte – en maakt – deel uit van een patroon van beslissingen die wij mensen nemen.’ Dat geldt zeker ook voor de ruimtelijke inrichting van ons land. Social distancing zal naar onze mening langer in ons midden blijven dan alleen nu met corona. Mensen zullen structureel meer thuis en digitaal blijven werken en minder reizen. Mensen willen daarvoor ruimte en compensatie hebben en dat kan vaak niet in een grote stad of in hoogbouw zonder voldoende buitenruimte of groen.

En als ze op kantoor zijn, wat voor velen zeer gewild en noodzakelijk is, zullen er echt meer en betere ontmoetingsplekken moeten komen. In ieder geval zullen we oplossingen moeten vinden voor jonge mensen en starters die in de Randstad klein behuisd zijn. Zij werken nu noodgedwongen in ruimten onder vaak bedroevende arbo-omstandigheden.

Dit is hét moment om afscheid te nemen van de scheefgetrokken vliegmarkt

Ook de mobiliteit vraagt dringend om verantwoorde keuzes, zeker nu al veel ondernemingen hun zakelijke reizen per vliegtuig hebben stopgezet. Goedkoop vliegen tussen steden in West- Europa zou eigenlijk uit den boze moeten zijn. De crisis waar de spoorwegen in zitten, kan aanleiding zijn om versneld meer hsl-verbindingen aan te leggen tussen de grote Europese steden. Het kaartje op pagina 19 van de brief van minister Ollongren van 23 april jongstleden als opvolging van een eerdere discussie met de Tweede Kamer over de NOVI, moet echt doorgetrokken worden naar Europa. Als er één moment is om afscheid te nemen van de scheefgetrokken ‘vliegmarkt’ is het nu. Daarmee lossen we de groei van Schiphol en de start van Airport Lelystad mooi op. Never waste good crisis. En als mensen minder woon-werkverkeer hebben, moeten we dan niet onze visie op auto’s en openbaar vervoer herzien? Geef een extra push aan elektrisch rijden en stop onrendabele trein- of busverbindingen. Stimuleer en faciliteer het fietsverkeer. Want corona en wat erna komt, zal alles anders maken. Daarom moeten we nu voorsorteren, investeren en keuzes maken. De NOVI zou een stimulans moeten zijn om een duurzame en integrale visie te formuleren en te realiseren. Wat we nodig hebben, is een visie die terdege rekening houdt met de consequenties van toekomstige pandemieën. Dat is misschien niet leuk, maar wel reuze verstandig.

Bronnen

  • Hoogbouw na Corona?, Harm Tilmans, De Architect, 31 augustus 2020
  • Epiloog bij Grote Verwachtingen, Geert Mak, Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2020
  • De toekomst van Nederland; de kunst van richting te veranderen, Floris Alkemade, THOTH, Bussum 2020
  • Nationale Omgevingsvisie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Den Haag, 2020
  • De toon is mooi, nu de uitvoering nog, Victor Frequin en Robbert Coops, ROm 7-8, juli-augustus 2019
  • ‘Maak van de NOVI geen virtuele werkelijkheid’, Robbert Coops, Victor Frequin, ROm 6, juni 2020