Ondertussen in de Achterhoek #1
Landmakers verdienen een overheid met dubbele doelstellingen

| 28 maart 2018

Dit artikel is eerder geplaatst op www.stadszaken.nl

Sinds mijn vertrek uit ‘Den Haag’ maak ik me op mijn nieuwe leefplek in de Achterhoek druk over de openbare ruimte. Nu niet ambtshalve vanuit de overheid, maar als ondernemende burger. Ik voel me meer dan ooit verbonden met landmakers in andere gebieden in NL. En start bij deze een beweging: ‘landmakers voor een overheid met dubbele doelstellingen’.

Een van de projecten waar ik me hier in het tussengebied van Borculo en Lochem mee bezig houdt is het burgerinitiatief ‘de slimste weg van NL’. Wij wonen aan een provinciale weg, die steeds drukker wordt. In plaats van ons te verzetten tegen het verkeer hebben we gekozen voor ambitie. Prima meer verkeer, maar dan ook meer gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. En hoe dat en/en kan? Wij gokken op innovaties, die er al zijn en die er nog aan komen en dagen de overheden uit om met ons ambitieus te zijn.

Dat laatste blijkt niet vanzelfsprekend. Ook hier ‘in de provincie’ werkt de ‘Haagse patatsnijder’ door. Een wegenproject valt onder een eigen gedeputeerde van verkeer en dito wethouders en kent doelstellingen, die vooral met dat verkeer te maken hebben. Gelukkig zijn er twee lichtpuntjes. In de eerste plaats: de besturen waar wij mee te maken hebben (Gelderland en de gemeenten Lochem en Berkelland) staan heel positief tegen over burgerinitiatieven. Ten tweede: net als in ‘Den Haag’ (met programma’s als ‘beter benutten’ en het ‘Deltaprogramma’) blijken er op provinciaal niveau programma’s te zijn, die over sector grenzen heen verbindend werken. Zo hanteert de provincie Gelderland het zgn. ‘Duurzaamheidsweb’, waar al onze ambities aan de orde komen. En ook is er een mooi programma slimme mobiliteit. Spannend is nog wel of deze programma’s tot een verbrede doelstelling voor onze weg gaat leiden (inclusief de noodzakelijke financiële middelen).

Waar wij ook mee te maken hebben is de doorwerking van ‘Haagse regelgeving’. Voor onze buurt zijn geluidhinder en onveiligheid de twee belangrijkste zorgen. De verantwoordelijke ambtenaar zei bij onze eerste ontmoeting doodleuk, dat wij ‘geen geluidsprobleem hebben’. Daarbij redeneerde hij vanuit de wettelijke geluidsnormen (die – zoals ook de gezondheidsraad aangeeft- veel te ruim zijn) en ging hij voorbij aan de beleving van hinder, die ons in beweging brengt. De aanpak van onze weg tot nu toe leidt er toe, dat de gestelde normen gewoon helemaal gevuld zullen worden. In een eerder bericht op Stadszaken werd daar al eens op gewezen.

Gelukkig zien we de hoopvolle initiatieven van de staatssecretaris van I en W (waarom verdween toch ‘milieu’ uit de naam van dat departement?), Stientje van Veldhoven rond verkeer en fijnstof. En gelukkig hebben we binnenkort de Omgevingswet. Een wet, die het mogelijk maakt om anders met elkaar aan tafel te zitten. Kijken of we elkaar op waarden kunnen vinden. Niet alleen kijkend naar bereikbaarheid, maar ook naar leefkwaliteit. Onder die wet is het mogelijk om meer verkeer samen te laten gaan met minder geluidhinder.

Ik moet denken aan het ROM gebieden beleid uit de Vinex (geïntegreerd ruimtelijke ordening en milieubeleid). Door de dubbele doelstelling voor bijvoorbeeld Schiphol is het lange tijd gelukt om de groei van de luchtvaart samen te laten gaan met de verbetering van het leefklimaat in de regio Schiphol. Een prachtig voorbeeld van en/en beleid is natuurlijk het programma ‘ruimte voor de rivier’ (zie het prachtige boek ‘Ruimte voor de rivier, veilig en mooi landschap’). Hopelijk gaan we weer leren van die voorbeelden hoe het wel kan. Bijvoorbeeld bij de giga ruimtelijke opgave van de energietransitie. Hopelijk gaat dat ook doorwerken in het MIRT nieuwe stijl. Ooit is door de Kamer, die ‘R’ van het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) erin geamendeerd, maar hoe lang moet het duren voor de groei van het wegverkeer samen gaat met de verbetering van het leefklimaat?

Intussen kom ik steeds meer onder de indruk van de overstijgende visie en kennis, die we in onze eigenbuurt kunnen aanboren. In dit deel van de Achterhoek zijn opvallend veel buren, die overdag bij grote aannemers en ingenieursbureaus hun brood verdienen en avonds en in het weekend, die kennis inzetten voor een hoopvolle toekomst van onze (klein) kinderen.

Voor landmakers, ondernemende burgers, maar ook ambtenaren en bestuurders en maatschappelijke ondernemers, die aan de toekomst van ons land werken zijn die dubbele doelstellingen vanzelfsprekend. Hopelijk krijgt hun werk zoveel aandacht, dat zij als voorbeeld doorwerken in de praktijk van het Nederlandse bestuur. Op de tentoonstelling ‘Places of Hope’ zien we landmakers, die met hun projecten vormgeven aan onze leefomgeving en hoop en inspiratie bieden voor een duurzame toekomst.

Ik voel me meer dan ooit verbonden met al die landmakers in ons land. En start bij deze de beweging: ‘Vooreenoverheidmetdubbeledoelstellingen.NL ’.

Hans Leeflang

Hans Leeflang is landmaker, verhalenvanger en begripkweker in de Achterhoek. Tot voor kort werkte hij als adviseur ruimtelijke activering van het ministerie van Infrastructuur en (toen nog) Milieu. 45 jaar maakt hij zich al druk over de publieke zaak. In zijn columns voor Stadszaken deelt hij wat hem bezig houdt op enige afstand van ‘Den Haag’.