Ongedefinieerde begrippen in het bestemmingsplan: Van Dale geeft antwoord

| 15 september 2016

Hoe moet omgegaan worden met ongedefinieerde begrippen in een bestemmingsplan? Wat is in dit verband het belang van de Van Dale? Op deze vragen geeft de Afdeling bestuursrechtspraak antwoord in de uitspraak van 31 augustus 2016.

 Achtergrond

In Waarland (gemeente Schagen) is in 2013 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een afmeervoorziening. Deze afmeervoorziening zou gaan bestaan uit twee palen op een afstand van vier meter, met elkaar verbonden door middel van dwarsplanken. De vergunning is geweigerd, omdat de afmeervoorziening volgens het college een steiger is die ingevolge het bestemmingsplan ter plaatse niet is toegestaan. Het begrip steiger is niet in het bestemmingsplan gedefinieerd. De gemeente sluit voor de definitie van het begrip aan bij de definitie uit de Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal (hierna: Van Dale). In de Van Dale wordt het begrip “steiger” omschreven als: “een (oorspronkelijk houten) constructie langs een oever, die tot aanlegplaats dient voor vaartuigen.” In navolging van het college oordeelt de rechtbank op basis van de definitie uit de Van Dale dat de bedoelde afmeervoorziening dient te worden aangeduid als een steiger.

Het onderhavige geschil

Appellant betoogt dat de rechtbank voor de betekenis van het begrip “steiger” ten onrechte aan heeft gesloten bij de definitie uit de Van Dale. Volgens appellant is deze definitie te algemeen. Verder zouden diverse bronnen wijzen op andere betekenissen van het begrip. Uit deze bronnen zou onder meer blijken dat een steiger zich zou onderscheiden van andere kadeconstructies door een loopvlak. Tenslotte betoogt appellant dat de uitleg van de rechtbank met zich meebrengt dat elke voorziening waar een boot kan worden aangelegd een steiger zou zijn.

Het oordeel van de Afdeling

De Afdeling kan zich net als de rechtbank vinden in de definitie van het begrip “steiger” zoals deze is neergelegd in de Van Dale. Dat de Afdeling voor de betekenis van een in een bestemmingsplan niet gedefinieerd begrip aansluit bij de definitie uit de Van Dale is niet opmerkelijk. Het betreft namelijk een vaste lijn in de rechtspraak (recent voorbeeld: ABRvS 29 juni 2016 nr. 201508789/1/R1, r.o. 17.1). Wat wel interessant is, is dat de Afdeling nu de nuancering maakt dat de in de Van Dale opgenomen definitie niet dermate algemeen geformuleerd moet zijn en dat definitie voldoende onderscheidende elementen moet bevatten. In de woorden van de Afdeling is de definitie van steiger “niet dermate algemeen dat deze onbruikbaar is om te kunnen bepalen wat onder een steiger moet worden verstaan” daarnaast bevat de definitie “voldoende onderscheidende elementen, waardoor niet elke voorziening waar een boot kan worden aangelegd” een steiger is.

Relevantie voor de praktijk

Wat betekent deze uitspraak nu voor de praktijk? De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat aangesloten mag worden bij de in de Van Dale opgenomen definitie van een begrip, indien dit begrip niet nader is gedefinieerd in het bestemmingsplan. Dit mag echter niet klakkeloos gebeuren; het begrip mag in de Van Dale niet te algemeen geformuleerd zijn en dient voldoende onderscheidende elementen te bevatten.

Bron: ABRvS 31 augustus 2016, nr. 201507241/1/A1
Robin Aerts en Julian Kramer
Pels Rijcken