Op zoek naar de ziel van Nederland

| 2 september 2015
Foto: Marnix Schmidt

Foto: Marnix Schmidt

In het kader van het Jaar van de Ruimte trokken twee groepen stad- en cultuurmakers de afgelopen maanden door Nederland. In Camping Onbestemd onderzochten ze de kloof tussen plan en realiteit. Bij de Ruimteverkenning lag de focus op ruimtelijke verschillen tussen regio’s. Beide verkenningstochten leidden onder meer tot de oproep om vaker uit te gaan van het DNA van een plek.

Erfgoed en ruimte
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werkt sinds 2012 vanuit de ‘Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter’ aan het verbinden van ruimtelijke veranderingen aan de identiteit van gebieden. De RCE zet graag haar kennis, menskracht en middelen in om samen met andere partijen de kwaliteiten van ons erfgoed optimaal te benutten. ROmagazine doet er verslag van.

De uitnodiging was op zich al bijzonder: kom een weekend kamperen in Kerkrade om te ervaren hoe een krimpstad zich voorbereidt op de toekomst. Wie zijn tent dan ook nog eens in een gloednieuw park mag opzetten waar tot voor kort zeshonderd woningen stonden, voelt zich een bijzondere gast. Vijfentwintig avonturiers gingen de uitdaging aan en reisden op een zonnige zaterdag in juni af naar Zuid-Limburg. Onder hen veel jonge planologen, stedenbouwkundigen, fotografen en theatermakers. Ze verkenden de stad en luisterden naar de pijnlijke én gepassioneerde verhalen van bewoners, ambtenaren en lokale ruimtemakers. Aan het kampvuur werden ervaringen uitgewisseld. Op zondagochtend ontroerde een dichter de groep met een gedicht dat de ziel van de plek perfect samenvatte. In anderhalve dag beleefden de deelnemers Kerkrade als krimpstad in zijn volle complexiteit.

Het kampeerweekend in Kerkrade was niet de enige reis die Marco Redeman, Joyce Roskamp en Marieke Dubbelman van Bureau Ruimtereizigers de afgelopen maanden organiseerden. Het drietal streek met Camping Onbestemd ook neer op de Tweede Maasvlakte, in Leidsche Rijn en de Blauwe Stad. ‘In het kader van het Jaar van de Ruimte wilden we onderzoeken wat er van een aantal grote plannen is terechtgekomen. Nieuwe plekken worden toch vaak op een andere manier door bewoners gebruikt en ervaren dan plannenmakers van tevoren hadden kunnen bedenken’, vertelt Redeman. Waar bij deze locaties het accent lag op de confrontatie met de plannen van 25 jaar geleden, draaide het in Zuid-Limburg juist om de ruimtelijke opgaven van de toekomst. ‘Hier moet het allemaal nog beginnen. Je zou kunnen zeggen dat in de krimpgebieden het nieuwe Nederland ontstaat.’

Biografie van een regio

Kamperen en fietsen om het DNA van de plek te doorgronden

Het idee van Bureau Ruimtereizigers om ook naar Parkstad Limburg te gaan, kwam van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), een van de sponsoren van het Jaar van de Ruimte. ‘Als je niet alleen wilt terugkijken naar oude plannen maar ook nieuwsgierig bent naar de toekomstige opgaven, moet je in krimpgebieden gaan kijken. De komende jaren speelt bevolkingsdaling en vergrijzing op steeds meer plaatsen in Nederland, zowel aan de randen als in de ‘new towns’, verklaart RCE-projectleider Herbestemming Frank Strolenberg. Hij was zelf mee in Kerkrade en heeft in toevallige ontmoetingen met bewoners ervaren hoe sterk krimp bij hen leeft. ‘Ik heb moeilijke verhalen gehoord, maar ook veel nieuwe initiatieven van bewoners en ondernemers leren kennen. Dat vond ik erg inspirerend.’

Zijn ervaringen heeft hij verwerkt in een biografie van het gebied die de RCE als bouwsteen wil gebruiken in een toekomstscenario voor Parkstad Limburg. ‘We willen samen met ruimtelijke beslissers laten zien hoe je het DNA van een plek kunt vertalen naar toeristische en economische kansen. De focus van veel bewoners ligt nog op de mijnbouw uit het recente verleden. Daar zijn maar weinig fysieke sporen van behouden, in tegenstelling tot de gebouwen uit de periode vóór het industriële tijdperk. Zuid-Limburg was toen een regio van kastelen, boerderijen en kloosters. Met onze biografie kunnen we mensen daarvan meer bewust maken en beleidsmakers zo een nieuw perspectief bieden.’

Eigenheid van de plek
Soortgelijke biografieën heeft de RCE ook van andere plekken gemaakt. Ze werden dit voorjaar onder meer meegegeven aan een groep jonge ruimtemakers die het Jaar van de Ruimte aangreep om de regionale verschillen in ons land te onderzoeken. De jongeren bezochten afgelopen voorjaar vijf locaties die elk voor een actueel ruimtelijk thema staan. ‘In Amsterdam hebben we gekeken naar de internationale concurrentie tussen steden en hoe je daar als planoloog of stedenbouwkundige mee omgaat. Groningen stond symbool voor het contrast tussen stad en platteland en in Parkstad Limburg ging het over krimp’, vertelt Kris Oosting, één van de initiatiefnemers van deze Ruimteverkenning. De groep bezocht verder Eindhoven en Twente en merkte gaandeweg de reis dat Nederland steeds meer een land van verschillende snelheden is geworden. ‘Dat vraagt om locatiespecifieke oplossingen die aansluiten bij de locale cultuur en identiteit.’

Op Ruimteverkenning in Strijp-S, Eindhoven en bij de Saksische boerderij in Twente. Beeld Bureau Ruimtereizigers

Op Ruimteverkenning in Strijp-S, Eindhoven en bij de Saksische boerderij in Twente. Beeld Bureau Ruimtereizigers

Oosting vond het waardevol om aan de hand van de biografieën naar het DNA van een locatie te kijken. ‘Dat geeft richting aan wat je op een bepaalde plek ziet.’ In discussies met beleidsmakers en initiatiefnemers werd er regelmatig voor gepleit om de eigenheid van een plek als uitgangspunt te nemen voor ruimtelijke plannen. Jongeren kijken volgens Oosting sowieso kritischer naar de mogelijkheden van planologen en stedenbouwkundigen om ontwikkelingen naar hun hand te zetten. ‘De vraag wie er van bepaalde ingrepen beter wordt, kwam in veel gesprekken terug.’

Reflectie op de locatie
Hoewel de Ruimteverkenning en Camping Onbestemd elk een andere opzet hadden, hebben de twee initiatieven veel met elkaar gemeen. Er is vanuit verschillende disciplines gereflecteerd op de gebouwde omgeving en toekomstige opgaven. Door zelf het gebied in te trekken, was het mogelijk om plannen te toetsen aan de realiteit en zo waardevolle inzichten over locaties te krijgen. Zowel Oosting als Redeman benadrukken het belang van zo’n aanpak. Redeman is zelfs van mening dat een kampeerweekeinde eigenlijk een vast onderdeel van ruimtelijke planvorming zou moeten zijn. ‘Door professionals, bewoners en kunstenaars twee dagen lang met elkaar te laten praten over hun ervaringen en indrukken, ontstaat er veel meer inzicht in het bijzondere van een locatie. Ik heb al een lijstje van gemeenten die enthousiast zijn over Camping Onbestemd en graag zien dat we volgend jaar bij hen op bezoek gaan.’

Jaco Boer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *