Draagvlak voor wind
‘Oude molens vinden we mooi, windturbines houden we niet van’

| 17 december 2014

De komende jaren verdubbelt het aantal windmolens op land. Een enorme uitdaging voor betrokken overheden en initiatiefnemers om de omgeving mee te krijgen. Het loont als initiatiefnemers beter inspelen op de bedenkingen bij omwonenden en helemaal als zij hen laten meedelen in de opbrengsten.

Windmolens bij Windpark Slufterdam op de Maasvlakte. Beeld Jorrit Lausberg

Windmolens bij Windpark Slufterdam op de Maasvlakte. Beeld Jorrit Lausberg

Van alle ruimtelijke projecten is de doorlooptijd bij de bouw van een windpark relatief lang; gemiddeld een jaar of zeven. Weerstand bij burgers, gemeentelijke en provinciale politici is de belangrijkste vertragende factor. De beleving van de ruimtelijke kwaliteit van een windpark door burgers zit ‘m niet alleen in hoe het park oogt, maar juist ook in de overlast zoals omwonenden die ervaren en hoe initiatiefnemers daarmee omgaan. De afstemming met de directe omgeving, de belanghebbenden, is daarom cruciaal, vooral met omwonenden en bedrijven in de regio. Steeds vaker gebeurt dit al in een vroeg stadium, dus nog voordat de vergunningen zijn aangevraagd, om onrust in het gebied en daarmee samenhangende bezwaarprocedures te voorkomen. De manier waarop dit gebeurt, verschilt per windpark maar duidelijk is dat geluid en verlichting vaak genoemd worden als belangrijke bezwaarpunten.

Perceptie

‘Mensen hebben alle recht om erover te klagen. Hun omgeving wordt aangetast.’

Windpark Wieringermeer is in Nederland het grootste windpark op land in ontwikkeling. Door de bouw van het windpark – die in 2016 start – krijgt de polder een compleet andere aanblik. De 93 windmolens die er staan, maken plaats voor een generatie splinternieuwe windmolens die – anders dan nu – keurig in het gelid staan. Het park wordt ontwikkeld door Nuon, ECN en Windcollectief Wieringermeer. Zij werken samen in Windkracht Wieringermeer en hebben begin september een aanvraag ingediend voor de omgevingsvergunning bouw, flora- en faunawet en de natuurbeschermingswet. ‘Dat is een flinke stap’, zegt projectdirecteur Gerard van Oostveen. ‘Veel tijd gaat zitten in het omgevingsmanagement, vooral in het contact met inwoners.’ In de Wieringermeer weten de inwoners wel hoe het is om tussen de windmolens te wonen, legt hij uit. ‘De nieuwe lijnopstelling lijkt een kleine aanpassing, maar het was een enorme operatie om dat voor elkaar te krijgen. We werken in dit project samen met ruim dertig agrariërs. Je kunt je voorstellen dat het niet eenvoudig is om iedereen achter één plan te krijgen. We merken tijdens de informatiebijeenkomsten dat er best veel vragen zijn, vooral over geluid. Het is heel belangrijk om dergelijke signalen zeer serieus te nemen, omdat het van invloed is op het totaaloordeel van omwonenden over de plannen nu en het park straks.’

Windmolen in aanbouw, Alexia Winspark in Zeewolde. Beeld Jorrit Lausberg

Windmolen in aanbouw, Alexia Winspark in Zeewolde. Beeld Jorrit Lausberg

Wat geluidsbelasting volgens Gerard van Oostveen ingewikkeld maakt, is dat het moeilijk is te meten. In de regelgeving is een maximale geluidsbelasting op jaarbasis vastgelegd. Er zijn dag- en nachtnormen en je hebt te maken met omgevingsgeluid, de windrichting en afstand tot de windmolens. Van Oostveen: ‘In de Wieringermeer blijven we sowieso ruimschoots binnen alle geldende normen. De overlast die mensen uiteindelijk ervaren, is altijd een combinatie van perceptie en objectiviteit, is mijn ervaring.’

Gezondheid
Geluidsoverlast van windmolenparken wordt vaak in verband gebracht met zaken als slapeloosheid, stress en hart- en vaatziekten. Gezondheidsproblemen als gevolg van windturbines zijn echter nooit zijn vastgesteld, aldus een studie van het RIVM uit 2013. Rob Rietveld, directeur van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW), betwist dat. ‘9 procent van de omwonenden van windparken heeft last van slaapstoornissen veroorzaakt door het geluid. De huidige geluidsnormen moeten van tafel. Die gaan volledig voorbij aan het omgevingsgeluid. Als je in de buurt van Schiphol woont, zul je er nauwelijks last van hebben wanneer er een windpark in de buurt wordt gebouwd. Maar woon je in een landelijk gebied in Drenthe dan is het een ander verhaal. Je huis is misschien minder geïsoleerd en je bent bijvoorbeeld gewend om met het raam open te slapen. Dan heb je wel degelijk veel meer geluidsoverlast.’ Volgens Rietveld hebben ontwikkelaars van windparken vaak de neiging om de grenzen van de normen op te zoeken zonder écht oog te hebben voor de omgeving. ‘Energiebedrijven vergelijken de geluidsnorm vervolgens met het geluid van een koelkast of wasmachine. Maar die vergelijking gaat totaal niet op. Het is het karakter van het geluid waar veel mensen last van hebben, is mijn ervaring. Vergelijk het met een zachte piep op de achtergrond. Dat is niet hard, maar het type geluid maakt het irritant’, zegt hij.

Meedelen
Jorn Goldenbeld, geluidsspecialist van Nuon, beaamt dat vooral het karakter van het geluid kan leiden tot een gevoel van onbehagen. ‘Overlast is een vaag begrip. De een heeft last, de ander niet. Het zit niet zozeer in de volumes. Ik kan de normen uitleggen, het geluid laten horen en vergelijken met andere apparaten. Maar uiteindelijk komt het neer op de grondhouding van mensen. Als er sprake is van een afwijzende houding, dan kunnen de negatieve gevoelens over windmolens zichzelf versterken. Dat fenomeen is volgens mij van zeer grote invloed op de hinder zoals mensen die ervaren.’ 

‘Betrek bewoners en ondernemers serieus bij de plannen.’

Het RIVM concludeerde in 2013 dat er een direct verband bestaat tussen de overlastbeleving en de economische voordelen die mensen hebben van een windpark. Rob Rietveld van de NLVOW herkent dit. ‘Als ik aan een boer met een windmolen op zijn erf vraag of hij er last van heeft, dan erkent hij meteen dat er meer geluid is dan voorheen. Maar hij heeft er geen last van. Hij neemt het voor lief omdat hij eraan verdient.’

Als je de bewoners en ondernemers serieus neemt en bij de plannen betrekt, dan maakt dat een groot verschil. Rietveld: ‘Ik heb contact met omwonenden van een windpark in Flevoland dat momenteel wordt vernieuwd. Vroeger deelden ze mee in de opbrengst. Straks niet meer. Daarover zijn de mensen heel gefrustreerd. Ze voelen zich niet betrokken en balen ervan dat zij de lasten krijgen, maar niet de lusten. Dan heb je als bouwer dus een probleem, want die mensen ervaren zo’n nieuw park dan ook echt als overlast.’

Het volledige artikel is te lezen in ROm 12, december 2014

Neem een abonnement op ROm
of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *