Over gele hesjes en parochiale ruimte

| 12 december 2018

De gele hesjes tonen de neveneffecten aan van een globaliserende wereld waarin steden de brandpunten zijn van de economie. Of de gele hesjes een omvangrijke beweging vormen of niet is minder belangrijk dan de vraag waar die beweging heen gaat. Lijdt het tot democratisering of is hiermee de afbraak van de democratie begonnen? Daniel Cohn-Bendit, een van de architecten van de democratiseringsgolf van na 1968 is hierover stellig: ‘Wij vochten tegen een generaal die de macht had [De Gaulle], de gele hesjes willen een generaal aan de macht helpen.’ Het is halszaak de oorzaak van de onvrede te achterhalen en wij als ruimtelijke ordenaars moeten nagaan welke ruimtelijke condities aan het ongenoegen hebben bijgedragen. Want de onvrede is gegrondvest op de tegenstelling stad en landelijke periferie. In de jaren ’70 van de vorige eeuw raakten de steden uit de gratie vanwege een suburbaniserende economie, dankzij de auto bijna direct gevolgd door een suburbaniserende bevolking. Het hielp ook nog eens dat de landelijke overheden beide processen stimuleerde.

De onvrede is gegrondvest op de tegenstelling stad en landelijke periferie

Nu is er een economisch urbanisatieproces zichtbaar, alweer gevolgd door de bevolking die nu massaal naar de stad trekt. Alleen, de overheid lijkt deze twee processen (nog) niet ten volle te ondersteunen. Misschien ligt hier wel de diepere oorzaak van bovengenoemde maatschappelijke confrontatie. Om electorale en soms romantische redenen wordt de periferie met kunst en vliegwerk overeind gehouden. In het rampzaligste geval met veel asfalt om de regio te ontsluiten en veel geld om stervende industrietakken overeind te houden.
Investeer in stedelijke verdichting, toegankelijke woningmarkten, gemengde stadsdelen en uitstekend openbaar vervoer, zou wat mij betreft een ruimtelijk advies aan Macron en Rutte zijn.

Een ander minder aan het oppervlak liggend en minder politiek correct probleem kwam mij en passant ter ore tijdens een gesprek met een docente aan een ‘zwarte’ middelbare school in een van de stedelijke achterstandswijken in ons land. Ik schrok ervan, en ben nog steeds beduusd. Of het een omvangrijke ontwikkeling is of niet, is minder belangrijk dan de vraag waar die heen gaat.

Positieve tolerantie ontstaat als gevolg van menging in de openbare ruimte en in openbare gelegenheden

Wat was er aan de hand? Het gesprek ging over het heroriënteren op de arbeidsmarkt van de docente. Ze had na jaren bevredigend leraarschap een nieuwe uitdaging nodig, en of wij goede tips hadden. Zou bijvoorbeeld het werken bij de gemeente niet iets voor haar zijn? Het was een vrolijk gesprek totdat een van ons vroeg wat nou precies de reden was voor haar changement de decor. Na lang aandringen sloeg haar antwoord in als een bom. Sinds enkele jaren geven jongens met een moslimachtergrond haar geen hand meer. Het aantal jongeren dat dit deed neemt met de jaren toe. Sinds twee jaar merkt ze dat ze haar overwicht op steeds meer klassen met voornamelijk islamitische kinderen kwijt raakt. Dat ontneemt haar de energie. We waren, als gezegd, beduusd. Een jonge docent geeft er de brui aan om een reden die we tot dan nog niet gehoord hadden.

Wat moeten wij als ruimtelijke ordenaars hier mee? Veel! Positieve tolerantie ontstaat als gevolg van menging in de openbare ruimte en in openbare gelegenheden zoals op scholen. Dominantie van een enkele groep (‘white, native and protestant’, culturele elite, studenten of moslims) verkleuren openbare plekken tot parochiale ruimtes, waarin de mores van die ene groep dwingend overheersen.  Daarvoor zijn gemengde woon-werkmilieus met een gemengde bevolkingsopbouw essentieel.
Frustrerend is dat sommige academische onderzoeken sociale menging in twijfel trekken: ‘men komt toch niet bij elkaar over de vloer!’ Maar men komt pas bij elkaar over de particuliere vloer als men elkaar in het publieke domein de weg vraagt.

 

Jos Gadet

J.Gadet@amsterdam.nl