Over openbare ruimte en Pegida

| 26 juli 2019

Is er op de werkvloer en in de kranten sprake van komkommertijd, in de openbare ruimte is dat geenszins het geval. Het is druk in het stedelijke publieke domein en die drukte is de laatste jaren exponentieel toegenomen. Dat is een goed teken, want in de jaren ’90 voorspelden gerenommeerde stedenbouwers de dood van de openbare ruimte als gevolg van toenemende digitalisering. Maar de openbare ruimte is springlevend, want van oudsher een ontmoetingsplek, en dat is wat mensen het liefst doen: elkaar ontmoeten. En wij, ruimtelijke ordenaars, zijn bijna dagelijks bezig met die belangrijke ontmoetingsplekken.

Het is wel een hele speciale ontmoetingsplek: veel en veel verschillende mensen komen er om verschillende redenen en maken er op verschillende momenten gebruik van. Ideaaltypisch is het een open systeem waar de individuele vrijheid ongekend groot is: de bron van sociale dynamiek en tolerantie. Die dynamiek en tolerantie zijn paradoxaal genoeg een gevolg van het feit dat mensen in de stad in beginsel vreemdelingen voor elkaar zijn. Steden zijn a world of strangers, zo stelt de Amerikaanse stadssociologe Lyn Lofland. En als deze wereld van vreemdelingen routine wordt, genereert ze tolerantie en sociale dynamiek, aldus Lofland.

’In a world of strangers is er de noodzaak tot samenwerking met respect voor elkaar’

Hoe zit dat? Door de veelheid en veelsoortigheid aan mensen in de grote stad kent men het overgrote deel van de overige stadsbewoners niet. Er is sprake van ‘unvollständige Integration’, een kernbegrip van de Duitse stadssocioloog Bahrdt. Deze onvolledige integratie – je zou het ook de afwezigheid van een dorps ‘relatiesysteem’ kunnen noemen – brengt per definitie met zich mee dat je bij een ontmoeting met een vreemde als individuen tegenover elkaar staat. Daarbij bewaar je afstand (‘Distanz’, zegt Bahrdt), want je legt niet meteen je hele curriculum op tafel. Deze afstand schept de mogelijkheid de bedoelingen van de vreemde af te tasten, te doorgronden en te begrijpen. Hieruit volgt begrip, tolerantie en, in a world of strangers, de noodzaak tot samenwerking met respect voor elkaar.

Dit nu, in al zijn eenvoud, is de bron van openbaarheid: ‘a world of strangers’ plus ‘unvollständige Integration’ plus ‘Distanz’ leidt tot tolerantie en sociaaleconomische dynamiek. Het is volgens de Amerikaanse journalist Russell Shorto exact de reden van het oorspronkelijke en bestendig gebleken tolerante karakter van de New Yorkers. In Nieuw Amsterdam. De oorsprong van New York uit 2009 beschrijft hij de sociale, economische en bestuurlijke ontstaansgeschiedenis van de nieuwe nederzetting op het in 1609 door Hudson ontdekte schiereiland Manhattan. De wat conservatieve koloniale bestuurder Peter Stuyvesant, maar vooral zijn tegenpool de jurist Adriaen van der Donck, probeerden in die eerste decennia van de zeventiende eeuw door middel van op inclusiviteit gerichte regelgeving uit de veelkleurigheid aan nieuwe bewoners die in die beginjaren om en nabij Manhattan ‘aanspoelden’ (verschillende religies, sociaal-culturele achtergronden, etnische afkomst, commerciële belangen, opleidingsniveaus en politieke opvoeding), een werkzame samenleving te organiseren. Shorto’s betoog komt erop neer dat dit lukte dankzij die onvolledige integratie en afstand die deze wereld van vreemdelingen kenmerkten.

’Openbaarheid is een groot goed. Het is inclusief en leidt tot vooruitgang’

Wat kunnen we hiervan leren? Veel, want op allerlei fronten staat de openbare ruimte onder druk als gevolg van toerisme en domeinvorming. Als Pegida-aanhangers dit jaar in Eindhoven tegen het einde van de ramadan hun barbecue-equipment en varkensvlees uit willen pakken voor de deuren van een moskee, beroepen ze zich op de vrijheid van meningsuiting. De boosheid over zoveel cynisme leidt tot een tegendemonstratie resulterend in rellen tussen tegenstanders van Pegida en de politie. Om dit soort rellen te voorkomen, verbiedt de Eindhovense burgemeester een tweede Pegida-demonstratie. Dan is Nederland te klein. Niemand minder dan Jeroen Pauw geeft in zijn talkshow blijk van zijn ontsteltenis over het beperken van de vrijheid van meningsuiting. ‘Het tuig heeft dus gewonnen’, stelt hij in een gesprek met die burgemeester en doelend op de tegendemonstranten. Pauw heeft ongelijk. Pegida was uit op provocatie, wat ook gelukt is blijkens de tegenreactie. Dat is wel iets heel anders dan de openbaarheid kenmerkende Distanz van Bahrdt, en leidt niet tot dynamiek en tolerantie. Ware het Pegida daadwerkelijk om vrijheid van meningsuiting te doen geweest, dan hadden zij het aanbod van de burgemeester om te protesteren – in plaats van provoceren – op het plein voor het stadhuis wel geaccepteerd. Dat weigerden ze.

Openbaarheid is een groot goed. Het is inclusief en leidt tot vooruitgang. Voor ruimtelijke ordenaars blijven de hierboven kort beschreven stadssociologische lessen actueel, en bestuurders als Adriaan van der Donck en de burgemeester van Eindhoven noodzakelijk.

Jos Gadet

J.Gadet@amsterdam.nl