Participatie in de energietransitie is te veel een echokamer

| 22 juli 2020

Bij participatietrajecten in de energietransitie worden hoogopgeleiden die de energietransitie toch al belangrijk vinden te veel gehoord, schrijft Sven Ringelberg. Volgens hem is meer regie vanuit de Rijksoverheid nodig, met duidelijke kaders om participatie succesvol te maken.

Door Sven Ringelberg, eigenaar Transitiepaden en strategisch adviseur Gemeente Rotterdam.

Er is een gebrek aan leiderschap in de energietransitie. Onduidelijkheid wordt teveel ingevuld door participatietrajecten. Laten we met een vergrootglas inzoomen op de participerende burger, die exotische vogel. Want wat wil die vogel nu eigenlijk? Met een verrekijker gaan we aan de slag om die vogel eens goed te observeren en te luisteren naar zijn zang. Want in die zang vinden we de melodie voor een succesvolle energietransitie. Daar gaan we in ieder geval van uit. Want het valt mij op dat er maar één soort vogel dominant aanwezig is op informatieavonden en dat de zang nogal monotoon is.

Gewapend met een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) besluit ik nog eens stil te staan bij het vraagstuk van participatie in de energietransitie. Vandaar mijn vorige stelling met een vraagteken op het eind.

Hoe kijken Nederlanders aan tegen het klimaatbeleid?

Even een stapje terug. Hoe kijken we op dit moment met zijn allen aan tegen het Klimaatbeleid? De urgentie is de meeste Nederlanders duidelijk. 77 procent ziet het belang in van zuinig omgaan met energie en 76 procent heeft oren naar duurzame energie. Dit aantal zakt wanneer het gaat om steun voor aardgasvrije woningen. 49 procent steunt deze plannen. Vooral de onduidelijkheid over de aardgasvrije mogelijkheden en onvoldoende transparantie maakt dat Nederlanders ontevreden zijn over het beleid. Precies dit punt van onduidelijkheid kon ook in het onderzoek van de Rekenkamer naar de aardgasvrije wijken op kritiek rekenen.

Wie vinden deze thema’s vooral belangrijk? Uit het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat het toevallig dezelfde mensen zijn die veelal meedoen aan participatietrajecten en de verduurzamingopgave: hoogopgeleiden en jongvolwassenen. Dit is de groep die vaak al profiteert van de beschikbare duurzaamheidssubsidies en in staat is om stappen te maken. Precies in de onduidelijkheid bij het thema aardgasvrij sluipt dan ook participatie naar binnen. Niet als een vooropgezette strategie, maar als een gevoelde noodzaak door de professionals zelf. Het gevolg is een monotone exotische zang, want zowel de burgers die participeren als diegene die de trajecten uitzetten vinden dit erg belangrijk.

De focus van de participatie

Daar schuilt nou net het probleem. De recente onderzoeken laten zien dat de verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving niet bepaald gestructureerd is opgezet. Met de gemeenten voorop die als regiehouders iets moeten maken van dit lastige thema, is het wachten op versnipperde aanpakken met onduidelijkheid. Dit heeft tot gevolg dat een groot deel van de opgave bij burgers wordt teruggelegd. Maar hebben die burgers daar wel echt behoefte aan? Dat is nou net de vraag die nooit gesteld wordt in onderzoeken.

In de kooi met die vogel

Mijn verwachting is dat burgers best willen participeren, maar onder duidelijke voorwaarden en keuzes. Wie heeft er energie en tijd om zich vanaf het begin bezig te houden met de warmtevoorziening in zijn of haar straat? Juist, weer die monotone exotische vogel. Ondertussen gaat veel tijd en geld verloren aan al deze versnipperde trajecten, met als uitkomst teleurstelling. Omdat er vooraf niet duidelijk is gemaakt wat het participeren in bijvoorbeeld aardgasvrije wijken inhoudt, veroorzaken we onze eigen vertraging en frustratie.

Eén vogel in de hand is beter dan tien in de lucht, behalve in de energietransitie. Stop die exotische vogel maar terug in zijn kooi. Wat mij betreft is meer regie vanuit de Rijksoverheid met duidelijke kaders noodzakelijk om participatie succesvol te maken. Wat daarbij de focus moet zijn werd al aangegeven door dezelfde onderzoekers van het SCP:

‘’Als we de kwaliteit van de woning bijvoorbeeld zouden vooropstellen, dan is wellicht eerder een aanpak wenselijk waarbij juist burgers prioriteit krijgen die moeite hebben hun woning te verduurzamen. Zulke overwegingen verdienen een plek in het bredere debat over de transitie naar aardgasvrije woningen.’’

Juist. Weg van die exotische vogels en participatietrajecten, maar een bredere focus op woningkwaliteit en verbeteringen in levens van bewoners waar ze echt wat mee kunnen. Dan kan het zomaar zijn dat meer overheidsregie als een opluchting wordt ervaren.