Plinten vullen gaat van au

| 17 oktober 2018

Stadsstraten, straten die verschillende delen van de stad met elkaar verbinden en een belangrijke verkeersfunctie vervullen maar tegelijkertijd aantrekkelijk zijn voor verblijvers, vormen belangrijke bouwstenen voor stadsontwikkeling. De wereldberoemde Amsterdamse grachtengordel bijvoorbeeld is opgehangen aan stadsstraten. De radialen zoals de Utrechtsestraat en Vijzelstraat zijn immers de straten die de grachten aaneenrijgen en waar winkels en kroegen verblijvers aantrekken. Als deze straten in de 19de-eeuw worden verlengd (Van Wou- respectievelijk Ferdinand Bolstraat) wordt De Pijp als uitbreidingsgebied als vanzelf aan de bestaande stad gebreid.

Winkelstraatmanager is een vak!
Een elementair beginsel van stedenbouw zou je zo zeggen: simpel en doeltreffend. Stadsstraten zijn geleiders van stedelijkheid. In de naoorlogse stadsuitbreidingen is de vanzelfsprekendheid van dit beginsel verlaten. De rest is weliswaar geschiedenis, maar de negatieve effecten van deze paradigma shift zijn nog steeds virulent. Ook bij stedelijke inbreiding anno nu wordt het verlengen van stadsstraten als voor de hand liggende kans niet altijd gegrepen. Het blijft in dit verband onbegrijpelijk dat het ‘doortrekken’ van de Spaarndammerstraat als stadsstraat niet ten grondslag lag aan de recente stedelijke verdichting in de Houthavens aan het Amsterdamse IJ.

Maar goed, in Amsterdam heeft het gemeentebestuur inmiddels de Visie Stadsstraten vastgesteld. En ook in Rotterdam en Den Haag worden stadsstraten weer bepalend in de stedenbouwkundige ontwerpen. Maar nu doet zich een ander probleem voor: de ruimte voor commerciële en publieke voorzieningen in die stadsstraten worden wel gerealiseerd, maar die ‘plinten’ worden niet altijd gevuld? Waarom staan vele ruimtes (lang) leeg?
Deze vragen vormen de basis van het ‘plintenonderzoek’ waarmee we in Amsterdam gestart zijn.
Na enkele interviews met stedenbouwkundigen, ontwikkelaars, beleggers en winkelstraatmanagers is duidelijk geworden dat echt iedereen het belang van plinten wel degelijk inziet, maar dat niemand zich er verantwoordelijk voor voelt. Mede daardoor wordt de ‘vulling’ als een eindmorene naar de laatste fase van het ontwikkelproces geduwd waar het als een zware steen op de maag blijft liggen.
Er worden meerdere oorzaken aangewezen door de geïnterviewden, evenals een scala aan instrumenten hoe een soepelere ontwikkeling van plinten tot stand kan komen. Daar kom ik een andere keer graag op terug.

Stadsstraten zijn geleiders van stedelijkheid
Hier wil ik de aandacht vestigen op een specifiek instrument dat door veel actoren is aangedragen: de winkelstraatmanager! Dat betekent dat we Nel de Jager, de grondlegger van dit instrument, moeten benaderen. Met veel plezier, want zij weet met scherpe opvattingen ons vizier op het juiste perspectief in te stellen.
Zij benadrukt dat het kernprobleem ligt bij ontwikkelaars die plinten meestal te duur vinden in combinatie met een (lokale) overheid die (te) streng op de regels toeziet. De rol van een winkelstraatmanager is dan die van een mediator dan wel oliemannetje of -vrouwtje. Een mediator met gedegen kennis van zaken, met een opdracht van overheid of ontwikkelaar, maar wel in een onafhankelijke rol. ‘Je moet een grote mond kunnen opzetten tegen je opdrachtgever, en dwingende adviezen geven. In de Nederlandse afrekencultuur is de onafhankelijke positie van een winkelstraatmanager blijkbaar noodzakelijk.’

Niemand voelt zich verantwoordelijk voor de plinten
Vervolgens moeten we hippe termen als beleving en branding van ons af laten glijden. Het gaat volgens Nel de Jager niet om beleving, maar om uitstraling. Uitstraling zorgt ervoor dat bewoners en bezoekers worden getriggerd, uitgenodigd. Uitstraling betekent je onderscheiden van andere plinten en straten, gebaseerd op lokale kwaliteiten (fysieke alsook sociaaleconomische). Ketens helpen vaak niet bij die uitstraling, want de plintinvulling van ketens ziet er allemaal hetzelfde uit. Bovendien zijn ketens enkel geïnteresseerd in hun eigen ideeën, in niet in ideeën voor een uitstralend effect op de straat. ‘Ondernemers ondernemen met hun onderneming, niet met de straat. Ondernemers hebben veel blinde vlekken.’ Een winkelstraatmanager moet daar voortdurend op bedacht zijn. ‘Je moet winkeliers continue overtuigen dat het ook anders kan. Dat ze zich moeten openen naar de straat, open moeten staan voor nieuwe gedachten en ontwikkelingen, en eens afleren alleen nog maar zelf hun etalages in te richten. Daarmee onderschatten ze de impact die etalages kunnen hebben op bezoekers. ‘Een etalage is in feite al een visitekaartje en als daar een half jaar dezelfde spullen in staan of zodanig opgesteld dat je door de bomen het bos niet ziet, dan triggert dit natuurlijk niet. Leer eens van De Bijenkorf die steeds wisselende etalages heeft en daarbij kiest voor externe etaleurs.’

’Het gaat niet om beleving, maar om uitstraling’
Branding is ook zo een term die averechts werkt. ‘Branding betekent brandmerken. Denk bijvoorbeeld aan de gele M van McDonalds. Al zou de naam er niet bij staan, iedereen kent en herkent dit beeldmerk. Van een brandmerk kom je nooit meer af. Een straat kun je niet brandmerken, een straat is dynamisch en aan verandering onderhevig. Een straat is geen merk’. Plinten moeten zich, ook bouwkundig, gemakkelijk kunnen aanpassen aan de dynamiek van stedelijke commerciële en publieke voorzieningen. Pratend over het ontwerp van plinten snijdt De Jager ook het ontwerp van straten aan. ‘Neem nou het Oosterdok in Amsterdam. Je wordt nergens door getriggerd. Bovendien is het voor de bezoeker daar een constant gevecht tegen wind en verkeer. Dat betekent dat je in het ontwerp van je straat rekening moet houden met zichtlijnen, wind en verkeerscirculaties.’ Deze factoren bepalen het succes van plinten.

Alle betrokkenen bij het ontwikkelen van plinten moeten zich realiseren dat interactie van bewoners, bezoekers en ondernemers het gezamenlijke doel is. Dat betekent volgens De Jager ook dat je plinten niet moet afplakken. Als je dat als ondernemer of dienstverlener wel meent te moeten doen, dan moet je niet in een stadsstraat of winkelstraat gaan zitten. ‘Je bouwt geen open plinten opdat de ondernemer deze vervolgens dichtzet.’ Belangrijk is de opvatting van Nel de Jager dat we dan ook moeten oppassen met plinten voor bijvoorbeeld zorg waarbij de plinten vanwege privacy worden dichtgezet of sportfaciliteiten waarbij de indeling dusdanig is dat hele delen van de plinten hun transparantie verliezen. Het is de ‘kunst’ in de gaten te houden dat er geen of slecht lopende winkelconcepten in een stads- of winkelstraat ontstaan. ‘Geen zieltogende winkeltjes met een onneembare drempel!’ Uiteindelijk moet je streven naar individuele pareltjes die echter met elkaar tot een snoer aaneen geregen worden en op die wijze met elkaar een goede en levendige plint vormen.

‘Geen zieltogende winkeltjes met een onneembare drempel!’
Natuurlijk heeft internet een verstorende werking op het traditionele winkelconcept. Maar het moet ook weer niet overdreven worden, aldus De Jager: ‘Websites worden gebruikt om te kijken!’. Ondernemers moeten wel veel dynamischer zijn, sneller dan voorheen nieuwe concepten voor oude voorzieningen bedenken. ‘Een winkel is vooraleerst een ontmoetingsplek. Dus nadenken over interessante pick up points.’ Een barbier combineren met een kappersopleiding, interessante lezingen met een wijntje drinken bij de boekhandel. Een kleine koffiecorner bij de sigarenboer.
Dat betekent dat de regelgeving zich daaraan moet aanpassen. ‘Regels zijn zeker nuttig, maar alleen als ze werken. Regels die alleen maar afremmen en belemmeren zijn in deze tijden wellicht geen behulpzame regels.’

De winkelstraatmanager is een belangrijk instrument bij het op gang brengen en levendig houden van plinten. De tools van de winkelstraatmanager zijn ‘mond en kennis die je moet kunnen etaleren!’. Het is voortdurend kennis bijspijkeren, blijven proberen de dynamiek te herkennen en erkennen, en blijven zoeken naar het onderscheidend vermogen. ‘De Damstraat in Amsterdam krijg je niet meer in zijn oorspronkelijke gedaante terug. Dan kun je blijven streven naar dat oude beeld of meegaan in de dynamiek van nu. In die straat is er veel food bijgekomen en daar kun je dus de grootste buiten food market van maken. Onderken dat, en stel du moment je kwaliteitseisen. Afsluiten voor verkeer bijvoorbeeld. Als het een vreetboulevard is, maak er dan vreetboulevard eerste klas van.’

‘Regels zijn zeker nuttig, maar alleen als ze werken’
Als je nadenkt over plinten in stadsstraten moet je ook ander culturen begrijpen. ‘Etnisch ondernemerschap is immers geen Hollands ondernemerschap, maar biedt wel kansen’, aldus De Jager. Etnische ondernemers kunnen de uitstraling van een straat versterken, maar etnisch ondernemerschap vergt ook iets van de betreffende ondernemer. De Jager verwijst naar de inderdaad prachtige Tegenlicht uitzending van 7 november 2017. Daarin volgen we Najah Aouaki, econoom, die de etnische ondernemers in de Amsterdamse Javastraat stimuleert tot cross cultureel ondernemen. De producten zijn wel onderscheidend, maar de uitstraling van de winkel is dat meestal niet. Najah Aouaki helpt de ondernemers zich te positioneren in de dynamiek van deze stedelijke winkelstraat. Zij behoedt hen voor verdringing, stimuleert hen tot meedeinen op de huidige gentrificatie-golven, waardoor de Javastraat zich nadrukkelijk onderscheidt van andere straten in soortgelijke buurten in Nederland. Najah Aouaki is econoom, maar ziet zich vooral als ‘aanpakker’.

Nel de Jager en Najah Aouaki zijn academici die de stad doorgronden, de dynamiek proberen te duiden, de straat op gaan, het debat niet schromen. Zij zeggen de bestuurder, ambtenaar, ondernemer, ontwikkelaar waar het op staat. Ze leunen op kennis, gebruiken hun mond, en pakken aan.

Kortom, een winkelstraatmanager wijs je niet uit de losse pols aan in je ambtenarenapparaat, winkelstraatmanagement is een professie. Een professie die hard nodig is: van de Zuidas tot de Saroleastraat in Heerlen. Bestuurders moeten daarom vertrouwen tonen, hebben en houden in die professie.

 

Jos Gadet

J.Gadet@amsterdam.nl