Provincies: ruimte voor verbetering

| 15 maart 2019

Hoe hebben de provinciebesturen de afgelopen vier jaar gepresteerd? Daar valt geen eenduidig antwoord op te geven. Ik waag mij niet aan alomvattende evaluatie, maar geef een enkele paar persoonlijke indrukken.

‘De stimulerende en investerende provincie’ kwam beter uit de verf dan de vorige periode, met meer focus en minder strooigoed. Vooral op ruimtelijk-economisch gebied waren verschillende provincies goed bezig. Neem de provincie Limburg die fors inzet op vier campussen, met een symbiose tussen industrie en kennisontwikkeling.
Provincies die goed hebben geboerd bij de verkoop van hun energiebedrijven kunnen de  investerende rol waarmaken. De kloof met bij voorbeeld een arme kerkrat als Zeeland is schrijnend, maar daar valt met herverdeling nu niets meer aan te doen; het politiek momentum is voorbij.

’Het is de taak van provincies om overambitieuze gemeenten tot de orde te roepen.’

In het domein van natuur en landschap speelt de provincie Noord-Brabant een sterke rol op het grotere, regionale schaalniveau. Neem Het Groene Woud, het ‘Groene Hart’ van Brabant. De provincie verstaat daar de kunst van effectief partnerschap met boeren, natuurbeschermers en omliggende steden. Zuid-Holland heeft daarentegen gefaald met de ontwikkeling van het ‘echte’ Groene Hart. Dat concept is nu zo goed als dood. Wel kon deze provincie op kleiner schaalniveau scoren met natuur en landschapsprojecten.
Tegenover stimuleren en investeren staat altijd de minder populaire rol van remmer en nee-zegger. Besturen is immers ook ‘leed toebrengen’. Het is de taak van provincies om overambitieuze gemeenten tot de orde te roepen. Het bekendste voorbeeld zijn de plannen voor nieuwe outletcentra. De provincies Gelderland en Zuid-Holland deden wat ze moesten doen, als was dat politiek niet makkelijk. Utrecht pakte het overaanbod aan kantoren aan. Noord-Holland liet zich van zijn betere kant zien met een stevig, selectief windmolenbeleid.
Kijken we naar de visievorming, dan valt mijn oog op datzelfde Noord-Holland dat een dromerige, mooi-weer omgevingsvisie produceerde, zonder impact (tijdshorizon 2050).
Hopelijk zullen andere provincies dat beter doen. In ieder geval probeerde Friesland de omgevingsvisie samen met de gemeenten te formuleren: procesmatig een sterk nummer.

‘De meeste provincies faalden met hun restrictief woningbouwbeleid’

Dat je er ook naast kunt zitten met restrictief beleid bewijst de woningbouw, waarbij de meeste provincies faalden. Met name de Randstadprovincies bleven te lang in de crisismodus hangen en bedreven met verve de restrictieve kassabonplanologie. Het heeft de provincies een slecht imago bezorgd.
Van falen was ook sprake bij het gezamenlijk optreden van provincies. In het kader van de voorbereiding van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) lag er een kans voor open doel. Kennelijk was de onderlinge verdeeldheid te groot om deze scoringskans benutten. Nieuwe kans: de regionale energiestrategieën.

Tot slot: besturen is mensenwerk. In vier zelf bedachte categorieën de meest opvallende gedeputeerden. Vakkundig en slim: Erik Merrienboer (Noord-Brabant). Non-conformistisch en creatief: Monique ten Haaf (Overijssel). Politieke macher: Ger Koopmans (Limburg). Stronteigenwijs en niet bang voor Amsterdam: Elisabeth Post (Noord-Holland).

 

Friso de Zeeuw

fdzeeuw@telfort.nl