Regiodeals: wie niet kiest, wordt niet gekozen

| 20 juni 2018

Vorige week publiceerden de ministers van LNV en BZK de voorwaarden waaronder regio’s een beroep kunnen doen op middelen uit de Regio Envelop, gevuld met 950 miljoen euro. Het Rijk zet hiermee in op het verbeteren van de ‘brede welvaart’. Regio’s moeten er echter wel voor waken die oproep te vertalen naar brede, algemene voorstellen voor regiodeals. Zij doen er veel beter aan om in te zetten op een urgente en specifieke opgave die aansluit bij het regionaal DNA, met een stevige evidence base als onderbouwing.

Het regionale schaalniveau mag zich verheugen op warme belangstelling. Gemeenten in stedelijke of meer landelijke regio’s vormen met elkaar én hun belangrijkste partners tal van samenwerkingsverbanden, al dan niet triple helix samengesteld. Ook het Rijk beweegt mee in deze trend. De vorige kabinetsperiode werd verkend en geëxperimenteerd in het kader van ‘Maak Verschil!’. Het vorig jaar aangetreden kabinet doet ook boter bij de vis en heeft aangekondigd om 950 miljoen euro te investeren in regionale opgaven, gericht op bevordering van de brede welvaart. Ongeveer de helft van deze Regio Envelop wordt geïnvesteerd in zes in het regeerakkoord benoemde opgaven, op de andere helft kunnen alle regio’s in Nederland een beroep doen. Daarvoor kunnen zij een regiodeal met het Rijk sluiten.

Brede welvaart als voorwaarde

In de voorwaarden voor de Regio Envelop die vorige week gepubliceerd zijn, wordt inhoudelijk een zeer brede scope gehanteerd: van wonen tot werkgelegenheid en van zorg tot natuur. Bij de beoordeling van regionale bids speelt het brede welvaartsbegrip een belangrijke rol: de regiodeal moet niet alleen bijdragen aan de economische groei, maar aan een bredere set van factoren zoals de kwaliteit van onze leefomgeving en de kwaliteit van leven. Onlangs publiceerde het CBS een eerste monitor waarin dit begrip verder is geoperationaliseerd. Het kabinet zoekt bovendien naar initiatieven ‘die het effect of de draagkracht van de regio overstijgen en een langdurig effect beogen’.

Deze brede benadering klinkt aantrekkelijk en logisch. Er is ruimte voor regio’s om aan te sluiten bij hun eigen profiel en opgave, en het Rijk zet zichzelf niet op voorhand klem met dichtgetimmerde voorwaarden. Toch zijn er ook risico’s en valkuilen aan verbonden, zowel voor het Rijk als voor regio’s.

Concurreren om de Regio Envelop: twee succesfactoren

Uit een snelle belronde langs zo’n twintig regio’s blijkt dat zij allemaal met regiodeals bezig zijn. Sommigen nog in een oriënterend stadium, terwijl andere al een afgerond voorstel hebben liggen. Regio’s kunnen een beroep doen op een bedrag dat varieert tussen 5 en 40 miljoen euro. In de eerste uitvraag is 200 miljoen euro beschikbaar. Regio’s zullen dus de concurrentie aan moeten. Hierbij zien wij twee succesfactoren die in die beauty contest van doorslaggevend belang kunnen zijn voor een winnende propositie:

  1. Ten eerste is het voor regio’s noodzakelijk om te kiezen voor wat past bij het eigen DNA. Het brede welvaartsbegrip is zo’n containerbegrip dat het risico bestaat dat veel regio’s ook een brede deal voorbereiden. Het Rijk roept hier zelfs toe op: deals worden onder meer beoordeeld op de meervoudigheid van de opgaven, de bijdrage aan de brede welvaart en de integrale aanpak. Zo’n aanbod blijft al snel hangen in algemeenheden en ambities. Terwijl het Rijk anderzijds nadrukkelijk op zoek is naar uitvoeringskracht en deals waaruit de meerwaarde voor de regio én de rest van Nederland blijkt. Dat vraagt om een scherp geformuleerde opgave, die aansluit bij het regionale DNA en met een dwingende urgentie. De opgave dient te worden vertaald naar een even scherp geformuleerd programma van interventies van Rijk en regio.
  2. Ten tweede is een overtuigende bewijsvoering Veel regio’s maakten de voorbije jaren visies waarin hun ambities en kwaliteiten breed worden uitgemeten: hun strategische ligging tussen meerdere economische regio’s, sterke en voor de regio typerende economische clusters en duurzaamheidsambities. In de afwegingen rondom de Regio Envelop zal het Rijk veel waarde hechten aan de evidence base onder deze visies en ambities. Hoe staat de regio er daadwerkelijk voor? Welke opgaven en kansen zijn er? En uit welke data of onderzoeken blijkt dat? Voor het ministerie van BZK ontwikkelden Berenschot en Birch recentelijk een ondersteuningspakket dat daar op is gericht en regionale samenwerkingsverbanden kan helpen bij het in beeld brengen van hun economisch DNA.

Een doelgerichte en met bewijzen onderbouwde propositie is niet alleen nodig om het Rijk te overtuigen, maar ook de stakeholders in de regio zelf. Het Rijk vraagt om een regionale cofinanciering van ten minste het door het Rijk beschikbaar gestelde bedrag. Regionale (triple helix) partners zullen hun portemonnee alleen willen trekken voor een deal waarmee glashelder is welk probleem er mee wordt getackeld, én wat het de regio gaat opleveren. Wie niet kiest, wordt niet gekozen.

Ralph Kohlmann

Senior consultant en sectorleider economie Berenschot