RES: haal warmte uit de schaduw van grootschalige opwek

| 25 juni 2020

De concept-Regionale Energiestrategieën (RES’en) zijn bijna rond en 35 is het magische getal waar iedereen over praat. Hoeveel grootschalige opwek kunnen de regio’s realiseren en telt het landelijk op tot de gewenste 35 TWh? Waar het gesprek niet over gaat, is welke regionale warmtebronnen en warmte-infrastructuur voorzien zijn. Daar moet verandering in komen! Warmte meteen goed meenemen in de RES heeft namelijk veel voordelen. Het maakt een integrale blik op energie en openbare ruimte mogelijk, het bereidt regio’s en gemeenten voor op nieuwe wetgeving en het biedt kansen voor regionale samenwerking.

Onder de titel Nieuwe Energie schrijven Jade Oudejans, Ferdinand Michiels en Jolina van Dijk, consultants bij Over Morgen, maandelijks in ROm een column over de uitdaging die de energietransitie stelt aan de inrichting van en het beleid voor de fysieke leefomgeving. ROm is gratis voor ambtenaren in het domein van de fysieke leefomgeving. 

Warmte en grootschalige opwek zijn met elkaar verbonden. De overstap naar verwarmen en koken zonder aardgas vraagt immers om andere energie, die ergens vandaan moet komen. Hoe meer wijken overgaan op elektrische warmtepompen, hoe meer ruimte nodig is voor de opwek van elektriciteit met wind- en zonneparken én voor transformatorhuisjes in de wijken. Door duurzame warmte in te zetten waar mogelijk, is minder verzwaring van het elektriciteitsnet nodig en verkleinen we de druk op de openbare ruimte.

Een integrale blik op energie en openbare ruimte

In de Regionale Structuur Warmte (RSW), de warmteparagraaf van de RES, zetten regio’s uiteen hoe ze zo efficiënt mogelijk grote regionale warmtebronnen kunnen inzetten. In veel concept-RES’en is deze paragraaf nog beperkt. Het is essentieel dat regio’s dit de komende jaren richting RES 1.0 en 2.0 goed uitwerken. Daarbij is het belangrijk om ook de impact van de warmtetransitie op het elektriciteitsnet en de noodzaak voor opslag in kaart te brengen. Door integraal naar deze opgaven te kijken, kunnen regio’s op zoek gaan naar een scenario waarin elektriciteits-, warmte- en gasinfrastructuren optimaal worden ingezet en de druk op de openbare ruimte binnen de perken blijft.

De RSW moet inzicht geven in de verdeling van warmtebronnen en een eventuele regionale warmte-infrastructuur. Dat is belangrijke input voor de gemeentelijke warmtevisies die in 2021 klaar moeten zijn. In die wijkuitvoeringsplannen die hierop volgen, besluit de gemeenteraad straks over de aardgasvrije energie-infrastructuur voor een wijk of gebied. Ook krijgen gemeenten naar verwachting de mogelijkheid om voor een gebied een einddatum voor aardgas te bepalen. Die afspraken landen juridisch in het omgevingsplan. Daarmee wordt het voor gemeenten mogelijk om veel meer sturing te geven aan de overstap naar aardgasvrij.

Dit linkt op zijn beurt weer aan een andere belangrijke ontwikkeling, namelijk de Warmtewet 2 die in 2022 van kracht wordt. Gemeenten krijgen daarmee naar verwachting de bevoegdheid om ‘warmtekavels’ vast te stellen. Dat zijn gebieden waar in collectieve warmtelevering wordt voorzien. De gemeente mag per kavel via een transparante procedure een warmtebedrijf aanwijzen dat verantwoordelijk wordt voor de warmtelevering in het gebied. Provincies krijgen een toetsende rol bij het bepalen van die gebieden. Door in de RSW toe te werken naar afspraken over de inzet en verdeling van warmtebronnen, sorteren regio’s en gemeenten beter voor op deze nieuwe wetgeving.

Samenwerken aan de RSW biedt bovendien kansen om een langdurige regionale samenwerking aan te gaan. Dat hoeft niet altijd een samenwerking te zijn die gaat om het ontwikkelen van een regionale warmte-infrastructuur tussen grote steden. Juist ook in laag-stedelijke en landelijke gebieden waar ik aan de RSW heb gewerkt, zie ik dat samenwerking tussen gemeenten zijn vruchten afwerpt. Alleen al met gezamenlijke kennisontwikkeling- en deling is een wereld te winnen! Net als de concept-RES is de deadline van de RES 1.0 een paar maanden opgeschoven. Ik roep regio’s op om die extra tijd te gebruiken om het warmtedeel binnen de RES de plek te geven die het verdient en écht de samenwerking aan te gaan.

Jade Oudejans